Commissie: Installerende bedrijven
Categorie: Prijs
Jaartal: 2023
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
203732/211751
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De ondernemer is door de consument ingeschakeld om een storing in de cv-installatie te verhelpen. De consument is het niet eens met de hoogte van de in rekening gebrachte kosten. De consument is van mening dat de monteur slechts een keer in plaats van twee keer had hoeven langs te komen, aangezien de foutcode reeds door de consument was doorgegeven. De ondernemer heeft aangeboden slechts eenmaal het opstarttarief in rekening te brengen. De consument is daar naar het oordeel van de commissie onterecht niet op ingegaan. De klacht is ongegrond.
De uitspraak
Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Installerende Bedrijven (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.
De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 28 juni 2023 te Den Haag.
De commissie heeft de behandeling van het geschil op basis van de stukken, zonder mondelinge behandeling, afgedaan.
Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 1 maart 2022 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het verhelpen van een storing in de cv-installatie.
De werkzaamheden zijn uitgevoerd op of omstreeks 28 februari 2022 en 6 april 2022.
Het geschil gaat over de omvang van de in rekening gebrachte uren en over de vraag of het voorstel van de ondernemer om de klacht op te lossen redelijk was.
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
De consument heeft een bedrag van € 249,62 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De cv-ketel van de consument gaf vaak een foutmeldingscode aan, waardoor er geen warm water was. De foutcode had de consument ruim voor de datum van de werkzaamheden naar de ondernemer gemaild.
De monteur kwam langs en na ruim een half uur wist hij niet wat de oorzaak van het probleem was. Hij nam telefonisch contact met de ondernemer op en hij gaf daarbij dezelfde foutmeldingscode door. De medewerker van de ondernemer die hij sprak wist toen dat het aan de sensor lag, maar deze had de monteur niet bij zich.
De monteur is op een andere dag terug geweest. Aan de consument wordt nu twee keer een uur arbeid in rekening gebracht, en twee keer het starttarief. Als de ondernemer de eerste mail serieus had genomen met de foutmeldingscode, was één bezoek genoeg geweest.
De consument heeft aangegeven dat hij niet twee keer wil betalen voor de arbeid van de monteur en voor het starttarief. De ondernemer geeft hem deels gelijk, waarbij wordt aangegeven dat maar één keer het starttarief betaald hoeft te worden. Dit is in de herinneringsfacturen niet aangepast.
De consument heeft de eerste factuur betaald (starttarief en arbeid van de monteur). Verder heeft hij aangegeven een deel van de tweede factuur te willen betalen, maar hij heeft dat nog niet gedaan.
De consument verlangt creditering van de tweede factuur tot een bedrag van € 124,26 exclusief BTW.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument klaagt er over dat het te vervangen onderdeel bij het eerste bezoek meegenomen had kunnen worden.
De ondernemer heeft aan de consument aangegeven dat hij geen [naam]-dealer is en dat daarom niet alle onderdelen van dat merk in de bus liggen. Deze onderdelen zijn te kostbaar en worden zelden gebruikt. Het is te kostbaar om alle onderdelen op schap te hebben.
De instructies van de leverancier bij de storingscode is dat eerst andere oorzaken uitgesloten moeten worden. In dat kader heeft de ondernemer aanvankelijk in juni 2022 aangeboden om het starttarief van het tweede bezoek te crediteren.
De ondernemer heeft uiteindelijk in mei 2023 aangeboden om naast het starttarief ook de arbeid (ook van het expansievat vervangen) te crediteren. Maar de consument wil nu meer als waar hij eerder om gevraagd heeft, hij wil ook het klachtengeld vergoed krijgen. Daarmee komt de voorgestelde creditering te vervallen.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De consument heeft de ondernemer ingeschakeld voor reparatie aan de cv-ketel. De klacht van de consument betreft de omvang van de in rekening gebrachte uren.
De ondernemer heeft aanvankelijk de werkelijk gemaakte uren en tweemaal een starttarief in rekening gebracht. Bij het eerste bezoek heeft de monteur de diagnose gesteld en vervolgens, omdat hij niet de nodige onderdelen bij zich had, bij een tweede bezoek de reparatie uitgevoerd en tevens het expansievat vervangen.
Als de monteur alle benodigde onderdelen bij zich zou hebben gehad, zou hij niet minder werkzaamheden hebben uitgevoerd en dus niet minder uren hebben gemaakt. Wel zou in dat geval het tweede starttarief niet aan de orde zijn geweest.
De ondernemer heeft in juni 2022, ruimschoots voor aanmelding van het geschil bij de commissie, aangeboden om het startarief van het tweede bezoek te crediteren.
De commissie acht het aanbod dat de ondernemer heeft gedaan ter oplossing van de op zichzelf terechte klacht, voordat het geschil bij de commissie aanhangig is gemaakt, redelijk. De consument is ten onrechte niet op dit aanbod ingegaan.
Omdat dit aanbod reeds voor het aanhangig maken van het geschil bij de commissie is gedaan, is de klacht ingevolge het reglement van de commissie in die zin derhalve ongegrond.
De ondernemer is echter gehouden te handelen overeenkomstig zijn aanbod. Van factuur 22V00451 dient het tweede starttarief, zijnde € 29,54 inclusief BTW, gecrediteerd te worden, nu de commissie dit een redelijke oplossing van het geschil acht.
Van het bij de commissie gestorte depotbedrag ad € 249,62 zal dan € 29,54 aan de consument worden terugbetaald en € 220,08 worden doorbetaald aan de ondernemer.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend. Van het bij de commissie gestorte depotbedrag ad € 249,62 wordt € 29,54 aan de consument terugbetaald en wordt € 220,08 doorbetaald aan de ondernemer.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Installerende Bedrijven, bestaande uit mr. F.H.C.M. van Schaijk, voorzitter, drs. H.H.F.M. van den Oever en mr. M.J. Boon, leden, op 28 juni 2023.