Commissie: Garantiewoningen
Categorie: Ondeugdelijke levering
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: arbitraal vonnis
Uitkomst: -
Referentiecode:
135441/179367
De uitspraak:
Waar gaat het over?
Het geschil betreft een lekkage in de uitbouw van de woning van de consument. Na meerdere onderzoeken bleek de oorzaak een verkeerd gemonteerde dakdoorvoer bij de hemelwaterafvoer, waarvoor de ondernemer aansprakelijk werd gesteld. De commissie heeft vastgesteld dat de ondernemer verantwoordelijk is voor het herstel en de kosten hiervan moet dragen. De ondernemer wordt veroordeeld tot:
Goed en deugdelijk herstel van de schade volgens rapportage IV.
Betaling van € 5.910,52 voor gevolgschade, spoedherstel, expertisekosten en buitengerechtelijke incassokosten.
Terugbetaling van het klachtengeld aan de consument.
De vordering van de consument voor immateriële schade (€ 500,-) en herstelkosten door een derde (€ 1.750,-) zijn afgewezen. De consument heeft recht op garantie volgens de SWK Garantie- en Waarborgregeling.
Volledige uitspraak:
Ondergetekenden:
de heer mr. R.P.P. Hoekstra te [plaatsnaam], de heer ir. F.A.J. Münninghoff te [plaatsnaam], mevrouw mr. C. Muller te [plaatsnaam], die in het onderhavige geschil als arbiters optreden, hebben het volgende vonnis gewezen.
Bevoegdheid arbiters
De bevoegdheid van de arbiters tot beslechting van het geschil berust op een overeenkomst tot arbitrage tussen de ondernemer en de consument, met toepasselijkheid van de SWK Garantie- en waarborgregeling, versie 1 januari 2014 en het bijbehorende Garantiesupplement, bestaande uit de modules I E en II P (hierna te noemen: de garantieregeling). Hierin wordt bepaald dat “alle geschillen …, welke ontstaan naar aanleiding van de overeenkomst met toepasselijkheid van de Garantie- en Waarborgregeling van SWK … worden beslecht door arbitrage conform het Geschillenreglement van de Geschillencommissie Garantiewoningen”.
Daarmee is voldaan aan de eis van artikel 1021 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
De arbiters zijn daarom bevoegd om het geschil te beslechten. Zij dienen gelet op het bepaalde in artikel 16 lid 1 van het Geschillenreglement van de Geschillencommissie Garantiewoningen (hierna te noemen: het reglement) te beslissen als goede personen naar billijkheid, met inachtneming van de tussen partijen geldende voorwaarden.
Onderwerp van het geschil
Het geschil heeft betrekking op een lekkage in de uitbouw van de woning van de consument, waarvan de oorzaak lange tijd onduidelijk was.
Behandeling van het geschil
De commissie heeft een onderzoek laten uitvoeren door de heer H.J. Doosje (hierna te noemen: de deskundige). Het onderzoek vond plaats op 29 september 2022 en de deskundige heeft daarover op 16 november 2022 schriftelijk aan de commissie gerapporteerd (rapportage I).
Op 16 januari 2023 heeft te Den Haag de mondelinge behandeling van het geschil plaatsgevonden ten overstaan van de arbiters, bijgestaan door mr. N. Sewradj als plaatsvervangend secretaris. Beide partijen zijn ter zitting verschenen en hebben hun standpunten nader toegelicht. Ter zitting werd de consument bijgestaan door mr. J.B. Roelofs en werd de ondernemer vertegenwoordigd door de heer G.A. Kroese en de heer J.T. Pleiter. Ter zitting is afgesproken dat een destructief onderzoek zal worden uitgevoerd, op kosten van ongelijk, omdat de deskundige tijdens de visuele inspectie van 29 september 2022 niet heeft kunnen vaststellen wat de oorzaak van de lekkage is.
De ter zitting gemaakte afspraken zijn vastgelegd in een arbitraal tussenvonnis van 16 februari 2023, waarin de eindbeslissing is aangehouden. De inhoud van dit tussenvonnis moet als hier ingevoegd worden beschouwd.
Na de zitting heeft de commissie de deskundige direct opdracht gegeven om een vervolgonderzoek uit te voeren. Dit aanvullende onderzoek vond plaats op 31 januari 2023. Bij dit onderzoek is geen lekkage geconstateerd. De deskundige heeft daarover op 20 februari 2023 schriftelijk aan de commissie gerapporteerd (rapportage II). Aangezien er geen lekkages waren opgetreden, is voorgesteld om te wachten tot zich weer een lekkage zou voordoen.
Aangezien zich na het tweede aanvullende onderzoek (d.d. 31 januari 2023) weer lekkages hebben voorgedaan, heeft op 21 juni 2023 nogmaals een aanvullend onderzoek plaatsgevonden. De deskundige heeft daarover op 2 juli 2023 schriftelijk aan de commissie gerapporteerd (rapportage III). In dit rapport heeft de deskundige toegelicht dat het aannemelijk was dat de lekkage werd veroorzaakt door de dakdoorvoer ter plaatse van de hemelwaterafvoer. De dakdekker, die door de ondernemer was ingeschakeld, heeft ter plekke een aantal werkzaamheden verricht. Afgesproken is dat na de bouwvakvakantie zou worden bekeken of er zich nog nieuwe lekkages hebben voorgedaan.
Het eindonderzoek vond plaats op 30 november 2023. Hierover heeft de deskundige op 15 december 2023 schriftelijk aan de commissie gerapporteerd (rapportage IV). De deskundige heeft toegelicht dat zich geen nieuwe lekkage meer heeft voorgedaan en dat partijen hebben afgesproken dat het complete dak van de uitbouw kaal wordt gemaakt tot op de kanaalplaat dakelementen, waarna het dak wordt drooggemaakt en opnieuw opgebouwd, op kosten van de ondernemer.
De inhoud van alle voornoemde rapportages geldt als hier herhaald en ingelast. Partijen zijn telkens in de gelegenheid gesteld om schriftelijk op de rapportages te reageren.
Na ontvangst van de laatste rapportage hebben de arbiters, nu partijen niet te kennen hebben gegeven prijs te stellen op een hernieuwde mondelinge behandeling, de behandeling van het geschil op basis van de stukken afgedaan.
De verdere beoordeling van het geschil
De arbiters overwegen als volgt.
De arbiters nemen de bevindingen en conclusies van de deskundige over, nu hiertegen door partijen geen verweer is gevoerd en de arbiters ook overigens niet is gebleken dat deze onjuist zouden zijn. Uit de rapportages van de deskundige volgt dat de langdurige en herhaalde lekkages het gevolg waren van een verkeerd gemonteerde doorvoer van de hemelwaterafvoer. Dit is een gebrek waar de ondernemer verantwoordelijk en aansprakelijk voor is. Op grond hiervan verklaren de arbiters de klacht gegrond.
Partijen zijn het erover eens dat (definitief) herstel van dit gebrek door de ondernemer zal plaatsvinden. Blijkens rapportage IV hebben partijen reeds overeenstemming bereikt over de wijze van herstel. De arbiters zullen de ondernemer daarom veroordelen tot goed en deugdelijk herstel, op de wijze zoals door de deskundige is vermeld in rapportage IV. De ondernemer draagt hiervoor de kosten. De door de consument gevorderde kosten voor herstel door een derde (€ 1.750,–) zullen om die reden worden afgewezen.
Verder is de ondernemer aansprakelijk voor de door het gebrek veroorzaakte schade. Zo is er sprake van gevolgschade doordat het plafond, de wanden en de vloer zijn aangetast als gevolg van de lekkages. De consument vordert hiervoor een bedrag van € 3.340,– onder verwijzing naar de kostenraming in de rapportage van TOP Expertise van 17 februari 2022 (€ 3.040,– voor het herstel van de vochtplekken op de wanden en het plafond en € 300,- voor het herstel van de pvc-vloer). Dit bedrag komt de arbiters niet onredelijk voor en zullen zij toewijzen. De kosten van het spoedherstel door Lokozink Kampen B.V. komen eveneens voor toewijzing in aanmerking (€ 419,42). De consument heeft hiervoor verwezen naar een factuur van 7 februari 2022. Deze kosten heeft de consument in redelijkheid moeten maken om verdere schade te voorkomen. De consument heeft immers onbetwist gesteld dat de ondernemer op dat moment geen herstelwerkzaamheden meer wilde verrichten, zodat hij genoodzaakt was om een derde hiertoe opdracht te geven.
Verder heeft de consument expertisekosten gevorderd van € 1.512,50. De consument heeft TOP Expertise op 10 november 2021 opdracht gegeven om een onderzoek uit te voeren naar de oorzaak van de lekkage. Dit onderzoek heeft op 9 december 2021 plaatsgevonden en hiervan is op 17 februari 2022 een rapport uitgebracht. Top Expertise heeft hiervoor een bedrag van € 1.512,50 bij de consument in rekening gebracht. De consument verwijst hiervoor naar een factuur van 17 februari 2022. De arbiters zien aanleiding om deze kosten als zijnde redelijk gemaakte kosten toe te wijzen. Hiertoe overwegen zij dat de aansprakelijkheid in eerste instantie door de ondernemer was afgewezen (de e-mail van 2 november 2021) en dat dit onderzoek noodzakelijk was om de schade en aansprakelijkheid vast te stellen als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 sub b BW. Bovendien heeft de consument de ondernemer er van tevoren op gewezen dat hij een dergelijk onderzoek zou gaan uitvoeren, als de ondernemer niet binnen veertien dagen tot deugdelijk herstel zou overgaan (brief van 26 oktober 2021).
Tevens zien de arbiters aanleiding om de buitengerechtelijke incassokosten toe te wijzen, gelet op de bijzondere omstandigheden van het geval. De consument heeft langdurig getracht om het gebrek door de ondernemer te doen herstellen en de schade te laten vergoeden. De ingebrekestelling dateert van ver voor de klachtmelding bij de commissie. Verder is gebleken dat daadwerkelijk kosten zijn gemaakt ter verkrijging van voldoening buiten rechte, en heeft de ondernemer geen verweer gevoerd tegen die kosten, zodat de arbiters van oordeel zijn dat de ondernemer dienaangaande een bedrag aan de consument moet betalen overeenkomstig het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Conform voornoemd Besluit bedragen deze kosten € 638,60 bij een hoofdsom van € 5.271,92.
De immateriële schadevergoeding zal worden afgewezen (€ 500,–). De arbiters begrijpen dat de lekkages en de langdurige onzekerheid over de oorzaak daarvan voor de consument vervelend zijn geweest, maar de schade (geestelijk of door tijdverlies) is onvoldoende onderbouwd.
Voorgaande leidt ertoe dat de volgende kosten worden toegewezen:
Gevolgschade: € 3.340,–
Spoedherstel: € 419,42
Expertisekosten: € 1.512,50
Buitengerechtelijke incassokosten: € 638,60
———————–
Totaal: € 5.910,52
De ondernemer heeft geen tegenvordering ingediend, maar heeft ter zitting van 16 januari 2023 wel aangevoerd dat zij een bedrag van circa € 6.000,– heeft uitgegeven. Het leek haar niet meer dan redelijk dan dat de consument de kosten hiervan voor zijn rekening zou nemen als tijdens het vervolgonderzoek geen gebrek werd geconstateerd, aldus de ondernemer. Nog los van het feit dat door de ondernemer nadien geen tegenvordering meer is ingediend, overwegen de arbiters dat een dergelijke vordering sowieso niet voor toewijzing in aanmerking komt, nu er wél sprake is van een gebrek waarvoor de ondernemer aansprakelijk is.
Toepasselijkheid garantieregeling
De arbiters stellen vast dat ten aanzien van de klacht niet is voldaan aan de uit hoofde van de garantienormen te stellen eisen, aangezien niet is voldaan aan de garantienorm van artikel 6.2 van de SWK Garantie- en Waarborgregeling. Voor deze klacht komt de consument een beroep op de SWK Garantie- en Waarborgregeling toe.
Klachtengeld
De arbiters stellen vast dat de consument volledig in het gelijk wordt gesteld en zullen op grond van het reglement bepalen dat de consument het klachtengeld retour ontvangt.
Beslissing
De arbiters, als goede personen naar billijkheid, met inachtneming van de tussen partijen geldende voorwaarden, beslissen als volgt:
– verklaren de klacht van de consument gegrond;
– veroordelen de ondernemer ter zake van de klacht tot goed en deugdelijk herstel met inachtneming van hetgeen door de deskundige is vermeld in rapportage IV, binnen vier weken na de datum waarop dit arbitrale vonnis is verzonden;
– veroordelen de ondernemer tot betaling aan de consument van een bedrag van € 5.910,52 binnen twee weken na de datum waarop dit arbitrale vonnis is verzonden;
– wijzen af hetgeen door de consument meer of anders is gevorderd;
– stellen vast dat aan de consument ter zake van de klachten een beroep toekomt op garantie uit hoofde van de SWK Garantie- en Waarborgregeling;
– bepalen dat de consument het betaalde klachtengeld van de commissie retour ontvangt.