Commissie: CommissieGarantiewoningen
Categorie: Schade
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: arbitraal vonnis
Uitkomst: niet-ontvankelijk
Referentiecode:
225791/242127
De uitspraak:
Waar gaat het over?
De consument klaagt dat water in de dakgoot blijft staan, wat in 2020 tot lekkage heeft geleid. De ondernemer stelt echter dat de klacht te laat is ingediend.
De woning werd op 5 juli 2012 opgeleverd en had een garantietermijn van zes jaar, met een verlengde termijn van tien jaar bij ernstige gebreken. De consument meldde de klacht pas op 2 mei 2022, buiten de garantietermijn. De arbiters oordelen dat het gebrek niet als ernstig wordt beschouwd en dat de consument haar klacht niet tijdig heeft ingediend.
Daarom wordt de consument niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht.
Volledige uitspraak
Ondergetekenden:
mevrouw mr. M.L. Braaksma te [plaatsnaam], de heer F.J. Scholte te [plaatsnaam] en mevrouw mr. C. Muller te [plaatsnaam], die in het onderhavige geschil als arbiters optreden, hebben het volgende vonnis gewezen.
Bevoegdheid arbiters en plaats van arbitrage
De bevoegdheid van de arbiters tot beslechting van het geschil berust op een overeenkomst tot arbitrage tussen de ondernemer en de consument, met toepasselijkheid van de SWK Garantie- en waarborgregeling, versie 1 januari 2010 en het bijbehorende Garantiesupplement, bestaande uit de modules I C en II F (hierna te noemen: de garantieregeling). Hierin wordt bepaald dat “alle geschillen …, welke ontstaan naar aanleiding van de overeenkomst met toepasselijkheid van de Garantie- en Waarborgregeling van SWK … worden beslecht door arbitrage conform het Geschillenreglement van de Geschillencommissie Garantiewoningen”.
Daarmee is voldaan aan de eis van artikel 1021 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
De arbiters zijn daarom bevoegd om het geschil te beslechten. Zij dienen gelet op het bepaalde in artikel 16 lid 1 van het Geschillenreglement van de Geschillencommissie Garantiewoningen (hierna te noemen: het reglement) te beslissen als goede personen naar billijkheid, met inachtneming van de tussen partijen geldende voorwaarden.
Als plaats van arbitrage is Utrecht vastgesteld.
Onderwerp van het geschil
De consument klaagt over water dat in de dakgoten blijft staan. Hierdoor is in 2020 een lekkage ontstaan.
Behandeling van het geschil
Uit de stukken blijkt dat eerst dient te worden vastgesteld of de consument in haar klacht ontvankelijk is.
De arbiters hebben kennisgenomen van de overgelegde stukken.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 16 februari 2024 te Utrecht.
Partijen zijn niet voor de zitting opgeroepen.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijzen de arbiters naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Er blijft water in de dakgoot staan. Daardoor is in 2020 een lekkage ontstaan. De consument heeft aan een derde opdracht gegeven om onderzoek te doen. Uit het rapport blijkt dat sprake is van een ernstig gebrek. De doorbuiging overschrijdt de rekenwaarde en de maximaal toelaatbare waarde. De conclusie van de ondernemer is aantoonbaar onjuist.
De consument heeft de ondernemer verzocht de gevolgschade te repareren. De ondernemer is echter van mening dat de consument de laat heeft geklaagd en dat van een ernstig gebrek geen sprake is.
Het is onjuist dat de consument voor het eerst in 2022 heeft geklaagd. In 2015 en 2018 heeft de consument reeds een melding bij de ondernemer gedaan dat er water in de dakgoot bleef staan. De ondernemer heeft die meldingen afgedaan met de mededeling dat de constructie voldoet aan hetgeen daarvan verwacht mag worden zonder dat daardoor overlast ontstaat.
De goot buigt dusdanig door dat het solderen van de naad het gebrek niet zou verhelpen. Voor het onderzoek door een derde is in 2020 opdracht gegeven maar vanwege corona is de start van het onderzoek ernstig vertraagd en heeft de consument het rapport pas in april 2022 ontvangen.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijzen de arbiters naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De woning van de consument is op 5 juli 2012 opgeleverd. In artikel 18 van de algemene voorwaarden garandeert de ondernemer rechtstreeks ingevolge die voorwaarden de woning gedurende zes maanden na oplevering tegen de daarin aan de dag getreden tekortkomingen. Na deze onderhoudsperiode is de ondernemer niet meer aansprakelijk voor tekortkomingen aan de woning, tenzij sprake is van een ernstig gebrek of een verborgen gebrek. In die gevallen krijgt de consument na de onderhoudsperiode een termijn van respectievelijk 20 jaar en 5 jaar om de ondernemer aansprakelijk te stellen en een vordering in te stellen.
De consument heeft de klacht voor het eerst gemeld op 2 mei 2022, bijna tien jaar na de oplevering. In de brief van 2 mei 2022 wordt gerefereerd aan een onderzoek uit 2020. Van een redelijke periode na ontdekking – 2 jaar – is geen sprake.
Beoordeling van het geschil
De arbiters overwegen als volgt.
In geschil is of de consument tijdig heeft geklaagd.
De algemene garantietermijn bedraagt 6 jaar. Deze garantietermijn vangt aan drie maanden na de oplevering (artikel 1 onder 1.1. van het garantiesupplement, module I C). In het geval dat er zich ernstige gebreken voordoen, geldt een garantietermijn van 10 jaar.
Een gebrek is als ernstig aan te merken indien het de hechtheid van de constructie of een wezenlijk onderdeel daarvan aantast of in gevaar brengt, dan wel het huis, het privégedeelte en/of het gebouw ongeschikt maakt voor zijn bestemming (artikel 1 onder 1.2 van het garantiesupplement, module I C).
Ingevolge artikel 18 van de algemene voorwaarden kan een rechtsvordering uit hoofde van een verborgen gebrek worden ingesteld binnen vijf jaar en zes maanden na de datum van de oplevering.
De woning van de consument is op 5 juli 2012 opgeleverd. De garantietermijn is aangevangen op 5 oktober 2012 en verstreek op 5 oktober 2018. De consument heeft de klacht op 2 mei 2022 bij de ondernemer gemeld. Dat betekent dat de consument niet binnen de garantietermijn en derhalve te laat heeft geklaagd.
Voor zover de consument stelt dat sprake is van een ernstig gebrek, wordt zij daarin niet gevolgd. Het water dat plaatselijk in de goot achterblijft heeft geen invloed op de dakconstructie of constructie van de woning. Water kan niet in de woning terechtkomen bij het overlopen van de goot. De gootbetimmeringen zijn geen onderdeel van de prefab dakconstructie. Van een constructief gebrek is dan ook geen sprake.
Verder geldt dat de consument geen beroep toekomt op de contractuele regeling betreffende verborgen gebreken, omdat de termijn daarvoor verstreek op 5 januari 2018.
Op grond van het voorgaande is de consument niet-ontvankelijk in de klacht.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De arbiters, als goede personen naar billijkheid, met inachtneming van de tussen partijen geldende voorwaarden, beslissen als volgt:
verklaren de consument niet-ontvankelijk in haar klacht.