Commissie: Afbouw
Categorie: Herstel
Jaartal: 2023
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
191588/197646
De uitspraak:
Waar gaat het over?
De consument had een overeenkomst gesloten met de ondernemer voor stucwerk in zijn woning en een aanbetaling van € 3.025,- gedaan. Het stucwerk bleek van zeer slechte kwaliteit. De ondernemer werd in de gelegenheid gesteld om het werk te herstellen, maar kwam niet opdagen. De consument schakelde daarop een derde partij in. De Geschillencommissie Afbouw oordeelde dat de ondernemer in gebreke was gebleven en besloot dat de ondernemer het aanbetaalde bedrag van € 3.025,- én € 127,50 aan klachtengeld aan de consument moet terugbetalen. De ondernemer is daarnaast ook behandelingskosten aan de commissie verschuldigd.
Volledige uitspraak:
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft een overeenkomst tot aanneming van stucadoorswerk in het woonhuis van de consument conform de offerte van 13 juli 2022. De consument heeft aan de ondernemer een aanbetaling gedaan van € 3.025,–.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Volgens de consument is het door de ondernemer uitgevoerde stucwerk van dramatisch slechte kwaliteit. Hij heeft de ondernemer in de gelegenheid gesteld om het werk te inspecteren teneinde hem de kans te geven het werk te herstellen. De ondernemer had aanvankelijk geen tijd hiervoor en na alsnog een afspraak te hebben gemaakt, is de ondernemer die afspraak niet nagekomen. De consument heeft vervolgens een derde ingeschakeld om het werk over te doen.
De consument eist terugbetaling van de aanbetaling van € 3.025,–.
Standpunt van de ondernemer
De ondernemer heeft geen verweer gevoerd.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Op grond van de onweersproken stellingen van de consument komt de commissie tot het oordeel dat sprake is van een aan de ondernemer toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst, dat de consument de ondernemer in de gelegenheid heeft gesteld tot herstel en dat de ondernemer van die gelegenheid geen gebruik heeft gemaakt. Daarmee is de ondernemer in gebreke geraakt ter zake van de nakoming van de overeenkomst. Dat geeft de consument recht op schadevergoeding tot het bedrag van de door consument gedane aanbetaling van € 3.025,–. De ondernemer dient dat bedrag aan de consument te betalen.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer dient binnen vier weken na verzending van deze beslissing aan de consument een bedrag van € 3.025,– te betalen.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Afbouw, bestaande uit de heer mr. R.J. van Boven, voorzitter, de heer mr. A.B. van Kruistum, mevrouw mr. C.R.J.M. den Hartog-Kaaij, leden, op 14 maart 2023.