Consument verliest geschil over gescheurde vloer: ondernemer niet aansprakelijk

  • Home >>
  • Afbouw >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Afbouw    Categorie: -    Jaartal: 2022
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 96365/111920

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een consument diende een klacht in bij de Geschillencommissie Afbouw over een door de ondernemer aangebrachte vloerafwerking, die kort na oplevering scheuren vertoonde. De ondernemer stelde dat hij geen garantie bood op scheurvorming en bood aan om de vloer tegen betaling deels te herstellen, wat de consument weigerde. Een deskundige onderzocht de situatie en constateerde dat de cementgebonden dekvloer extreem dun was (ca. 20 mm in plaats van de gebruikelijke 50-60 mm), waardoor deze niet bestand was tegen de thermische spanning van de vloerverwarming. De commissie oordeelde dat de ondernemer niet had kunnen weten dat de ondervloer te dun was, aangezien dit een verborgen gebrek betrof en destructief onderzoek niet standaard is. Bovendien stond in de algemene voorwaarden dat gebreken aan de ondergrond onder het risico van de consument vielen. Omdat de problemen voortkwamen uit de ondeugdelijke ondervloer, lag de verantwoordelijkheid bij de consument. De klacht werd ongegrond verklaard en de consument kreeg geen schadevergoeding.

De uitspraak

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Afbouw (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De commissie heeft een onderzoek laten doen door de heer R. Rieborn, die daarvan schriftelijk rapport heeft uitgebracht.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 28 maart 2022 te Den Haag.

Partijen hebben ter zitting hun standpunt toegelicht.

De ondernemer werd ter zitting vertegenwoordigd door [naam] en [naam].

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 20 november 2017 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het verzorgen van een nieuwe vloerafwerking en vloerverwarming tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 8.867,–.

De levering vond plaats in of omstreeks juni 2018.

Het geschil heeft betrekking op de vraag of de ondernemer had moeten constateren dat sprake was van een voor de uit te voeren bewerkingen te dunne ondervloer.

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Vrij snel na het aanbrengen van de vloer ontstonden er scheuren, wat ook direct is aangegeven bij de ondernemer. De ondernemer heeft na enige tijd gebeld, waarbij is meegedeeld dat de vloer eerst moet uitharden en dat dit wel anderhalf tot twee jaar kan duren.

Na het verstrijken van de droogtijd heeft de consument meteen weer contact opgenomen. De scheuren worden alsmaar groter en verschijnen op steeds meer plekken. Na veel telefoon, app en mailinitiatieven van de consument is de ondernemer bij de consument langs geweest in juli en november 2020. Dit waren korte bezoekjes en tot op heden is er niks verbeterd.

Met de ondernemer is uitdrukkelijk afgesproken dat zij verantwoordelijk zijn voor het totaal, vloerverwarming, frezen, sleuven dichtzetten, glasvliesband op verbindingsstukken, vloer et cetera, om gedoe te voorkomen.

De consument heeft aan alle voorwaarden voldaan die de ondernemer gesteld heeft, namelijk het opleveren van een geëgaliseerde vloer. Hierover heeft de ondernemer contact gehad met de aannemer, de ondervloer is bekeken en goedgekeurd, waarna de ondernemer aan de slag is gegaan.

De deskundige geeft aan dat de ondernemer niet kon weten dat de dekvloer zo dun was en dat dit een verborgen gebrek zou zijn. Dit klopt niet omdat de ondernemer de dekvloer geïnspecteerd heeft voordat ze met hun producten aan de slag gingen.

De deskundige geeft keurig aan dat de ondernemer de ondervloer geïnspecteerd heeft. Volgens de consument zou een bedrijf dat een goede inspectie doet in de wetenschap dat er gefreesd moet worden ook moeten inspecteren of de vloer wel voldoende dik is. Dat is blijkbaar niet (goed) gedaan. De ondernemer wist ook dat onze oude topvloer verwijderd was, daarom wilden ze de dekvloer ook eerst inspecteren. Het blijkt dus dat de inspectie niet goed is gebeurd en dat het advies om alleen een egalisatie laag aan te brengen (en glasvliesband door henzelf) onvoldoende was.

De ondernemer heeft allemaal werkzaamheden aan de dekvloer verricht, die blijken alleen niet de juiste te zijn geweest. Met rampzalige effecten tot gevolg.

Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

De ondernemer heeft niet vooraf aangegeven wat de condities waren waaraan de ondervloer zou moeten voldoen. Daarmee accepteert de ondernemer de vloer die hij aantreft en de eventuele gevolgen als de vloer niet in orde zou zijn. Als de ondernemer wel eisen zou hebben doorgegeven, had de consument zelf kunnen controleren of de vloer in orde was.

Volgens de consument is door de aannemer op de grens tussen de woning en de voormalige binnentuin een dilatatievoeg aangebracht, die de ondernemer had moeten gebruiken. Nu is sprake van scheuren aan beide zijden van de door de ondernemer toegepaste band.

Volgens de deskundige moet de vloer als verloren beschouwd worden. Dat heeft heel ingrijpende gevolgen voor de consument. De consument zou hooguit voor een tussenoplossing kunnen kiezen door een zwevende vloer aan te brengen.

Bij woningen in de omgeving is eenzelfde dikte van de ondervloer geconstateerd, daar heeft het vloerenbedrijf bij het leggen van vloerverwarming wel de dikte gecontroleerd. Dat had de ondernemer ook moeten doen.

De consument verlangt dat een derde voor rekening van de ondernemer een deugdelijke, vergelijkbare vloer legt zonder scheuren.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer heeft van aanvang af aangegeven dat geen garantie zou gelden voor scheuren die later ontstaan.

Toen er scheuren ontstonden is aangegeven dat die hersteld konden worden, maar niet onzichtbaar. Ook viel het niet onder de garantie.

De consument was het daar niet mee eens. Volgens de consument is de ondernemer verantwoordelijk voor de gehele vloer, inclusief vloerverwarming en ondervloeren.

De ondernemer heeft aangeboden om een nieuwe vloer over de oude aan te brengen, en de scheuren te repareren, tegen bijbetaling van € 2.000,–.

Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

De ondernemer beoordeelt voor het leggen een ondervloer, waarbij met name hoogtes en vlakheid beoordeeld worden. Er was geen reden om te twijfelen aan de dikte van de ondervloer. Bij het aanbrengen van de vloerverwarming en het leggen van de vloer is niets opgevallen, waardoor alsnog getwijfeld zou moeten worden aan de geschiktheid van de ondervloer.

De ondernemer had de dikte van de ondervloer niet kunnen bekijken zonder destructief onderzoek. Het is niet gebruikelijk voor het leggen van een vloer destructief onderzoek te doen.

Deskundigenrapport

De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voorzover thans van belang, het volgende vastgesteld.

Het betreft een bestaande woning (bouwjaar 1978) die door de consument in 2017/2018 is aangekocht. De consument heeft de begane grond van de woning verbouwd, hierbij heeft een aannemer (derde partij) in opdracht van de consument de binnentuin, circa 9m², bij de woning (woonkeuken) betrokken. Hiervoor heeft de aannemer een betonnen draagvloer gecreëerd waarop hij een cementgebonden dekvloer heeft aangebracht. Verder is de oude/bestaande vloerafwerking (houten parketvloer) op de gehele begane grond verwijderd. Vervolgens heeft de ondernemer de ondervloer (cementgebonden dekvloer) op de begane grond van de woning geïnspecteerd.

De ondernemer heeft op een aantal plekken de in de cementgebonden dekvloer zichtbare scheuren hersteld m.b.v. glasvlies en epoxy. Tevens heeft ondernemer op een aantal plekken ‘preventief’ glasvlies aangebracht op de cementgebonden dekvloer, omdat dit mogelijk kwetsbare plekken waren voor het ontstaan van scheurvorming. Op advies van de ondernemer heeft de consument de gehele begane grond van de woning door een derde partij laten voorzien van een egalisatie laag. Na afronding van bovengenoemde werkzaamheden heeft ondernemer de dekvloer voorzien van een vloerverwarming. Hiervoor heeft hij [derde partij](onderaannemer van [ondernemer]) ingeschakeld. Deze heeft de gehele begane grond van de woning voorzien van vloerverwarming door deze in de bestaande en nieuwe (voorheen binnentuin) cementgebonden dekvloer met een egaline laag in te slijpen. Nadat de sleuven zijn voorzien van vloerverwarmingsleidingen heeft ondernemer deze met een flexibele tegellijm dicht gezet. Vervolgens heeft ondernemer in juni 2018 de ca. 6 mm dikke Sandstone vloerafwerking aangebracht met de volgende opbouw:
• Epoxy primerlaag
• Sandstone troffelvloer (epoxy + zand 0,8-1,2mm)
• Filler/sealer afwerking

Vrij snel na aanbrengen van de Sandstone vloerafwerking constateerde de consument scheurvorming. De ondernemer heeft hierop in de keuken plaatselijk herstel uitgevoerd door de scheur te behandelen met filler/sealer. Dit herstel heeft geleid tot een herstelplek die nadrukkelijk zichtbaar is en esthetisch gezien, voor consument, niet acceptabel is.

Aangezien de scheurvorming progressief is heeft de consument zich in februari 2019 wederom bij ondernemer gemeld. Hierop heeft de consument geen reactie gehad, waarop er eind april 2019 nogmaals contact is opgenomen met ondernemer. Deze heeft aan consument aangegeven dat de vloer eerst 1,5 tot 2 jaar moet uitharden. April 2020 heeft consument zich wederom bij ondernemer gemeld en aangegeven dat de scheurvorming nog steeds progressief is. Hierop is door ondernemer niet meer gereageerd. Consument heeft ondernemer inmiddels in gebreke gesteld en de zaak bij de commissie aangemeld.

De deskundige heeft op 17 december 2021 een bezoek ter plaatse gebracht waarbij de consument en de ondernemer aanwezig waren. Voor het achterhalen van de oorzaak van de in de Sandstone zichtbare scheurvorming is destructief onderzoek noodzakelijk. Omdat herstel hiervan niet direct kan worden uitgevoerd heeft de consument op dat moment (vlak voor de feestdagen en met een lockdown in verband met corona) van destructief onderzoek af gezien.

Uiteindelijk is er op 4 februari 2022 een nieuwe afspraak ter plaatse geweest. Hierbij waren zowel de consument als de ondernemer aanwezig.

Door de deskundige is destructief onderzoek uitgevoerd ter plaatse van de in de Sandstone zichtbare scheuren. Vooraf heeft de deskundige het vloeroppervlak met een hamer beklopt waarbij op basis van geluid (holle klank) over een groot deel onthechting is vastgesteld. Op twee plekken (woonkamer en woonkeuken) is er vervolgens destructief onderzoek uitgevoerd.

Hierbij heeft deskundige het volgende vastgesteld:
• De ca. 6,0mm dikke Sandstone vloerafwerking hecht aan de ondergelegen egaline.
• De egalisatie laag hecht aan de ondergelegen cementgebonden dekvloer.
• Er is onthechting tussen betonnen draagvloer en cementgebonden dekvloer vastgesteld.
• Dekvloer met vloerafwerking heeft een totale dikte van ca. 28mm.
• Vastgesteld is dat de dikte van de cementgebonden dekvloer zeer dun is, ca. 20mm.
• De vloerverwarmingsleidingen (Ø 14mm) liggen vrijwel direct onder de 6mm dikke Sandstone vloerafwerking.

Uitgaande van een 6mm dikke Sandstone vloerafwerking met een ca. 2mm dikke egaline laag ligt er een bestaande cementgebonden dekvloer met een zeer beperkte laagdikte van ca. 20mm. Door het inslijpen/frezen van sleuven (ca. 15mm breed en diep, om de 10cm) in deze ca. 20mm dikke cementgebonden dekvloer met egalisatie laag is de dekvloer mogelijk dermate verzwakt dat deze de thermische spanning, geïntroduceerd door de vloerverwarming, niet aan kan en onthechting is gaan vertonen. De dekvloer zal bij het inschakelen van de vloerverwarming (winterseizoen) verwarmen en dus willen uitzetten. In het voorjaar en de zomer zal de dekvloer afkoelen en dus krimpen. Onthechting treedt op als de schuifspanning (veroorzaakt door thermische spanning) op het hechtvlak hoger wordt dan de hechtsterkte van de cementdekvloer aan de draagvloer. Deze onthechting en het feit dat de dekvloer een zeer beperkte laagdikte heeft, heeft geleid tot scheurvorming.

Na destructief onderzoek blijkt dat er sprake is van een veel te dunne cementgebonden dekvloer (ca. 20mm). Normaal te doen gebruikelijk is een cementgebonden dekvloer van 50 tot 60mm. De ondernemer kon niet weten dat deze dekvloer zo extreem dun is en bij het inslijpen van de sleuven is dit verborgen gebrek niet aan het licht gekomen. Dit betreft een verborgen probleem dat pas bij het introduceren van de thermische spanning in de verzwakte dekvloer aan het licht is gekomen.

Naast het hierboven genoemde schadeproces is er ook scheurvorming zichtbaar in de Sandstone vloerafwerking op de overgang tussen het bestaande vloergedeelte met de nieuw aangebrachte vloer in de voormalige binnentuin. Deze scheurvorming wordt veroorzaakt doordat er geen dilatatie is aangebracht in de cementgebonden dekvloer op deze overgang.

Naar het vaktechnisch oordeel van de deskundige is de omvang van de problemen ernstig.
Herstel is technisch niet mogelijk. Deugdelijk herstel van de huidige vloeropbouw is onmogelijk omdat er onvoldoende hoogte/peil beschikbaar is. Dit betekent dat de huidige Sandstone vloerafwerking met onderliggende dekvloer (incl. vloerverwarming) als verloren moet worden beschouwd.

Gezien de omvang van de werkzaamheden en de bijkomende kosten is het voor deskundige onmogelijk om een reële kostenbegroting te maken. De herstelkosten zullen de oorspronkelijk overeengekomen som van € 8.866,80 ruimschoots overstijgen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Zoals de door de commissie ingeschakelde deskundige heeft aangegeven zijn de problemen aan de vloer bij de consument het gevolg van een voor de uitgevoerde werkzaamheden te dunne cementdekvloer. Uit het deskundigenrapport blijkt dat de gevolgen van de ontstane situatie ernstig zijn en dat herstelwerkzaamheden zeer omvangrijk zullen zijn.

De commissie dient te beoordelen of de gevolgen van de te dunne ondervloer voor risico van de ondernemer komen. De vraag is daarbij of de ondernemer meer of ander onderzoek had moeten doen en of van de ondernemer verwacht had mogen worden dat hij zich bewust was geweest van eventuele risico’s.

Van een ondernemer die een vloer gaat leggen mag verwacht worden dat hij de aanwezige ondervloer zorgvuldig bekijkt en bepaalt of de aanwezige ondervloer geschikt is om de gekozen vloerafwerking op aan te brengen.
De commissie is van oordeel dat van een ondernemer in dat kader niet verwacht mag worden dat zonder specifieke aanleiding daartoe ook destructief onderzoek gedaan wordt om de constructieve opbouw van de ondervloer te controleren. Dat zou slechts anders zijn als er naar aanleiding van de beoordeling van de vloer of naar aanleiding van mededelingen van de opdrachtgever redenen zijn om te twijfelen aan de geschiktheid van de ondervloer.

Niet is gebleken dat er voor de ondernemer enige aanleiding was om te twijfelen aan de geschiktheid van de ondervloer. De commissie is dan ook van oordeel dat de ondernemer niet tekort geschoten is door na te laten (destructief) onderzoek naar de dikte van de cementdekvloer te doen.

De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft aangegeven dat een cementdekvloer gebruikelijk 50 tot 60 mm dik is en dat de ondernemer niet kon weten dat in de woning van de consument sprake is van een veel te dunne vloer. Volgens de deskundige is sprake van een verborgen probleem.

In artikel 6 lid 8 van de ten deze toepasselijke algemene voorwaarden is bepaald:
De consument draagt het risico voor schade veroorzaakt door:
– onjuistheden in de opgedragen werkzaamheden;
– onjuistheden in de door de consument verlangde constructies en werkwijzen;
– gebreken aan de (on)roerende zaak waaraan het werk wordt verricht;
– gebreken in materialen of hulpmiddelen die door de consument ter beschikking zijn gesteld.
De te dunne ondervloer is te beschouwen als een gebrek aan de woning.

In het op 22 juni 2018 aan de consument verstrekte garantiebewijs is bovendien uitdrukkelijk vermeld:
De garantie zal niet gelden in de navolgende gevallen:
(…)
Deformatie van de vloer als gevolg van uitzetting of krimp, verzakking of andere vervorming van het gebouw of van de constructie waarin op waarop de vloer is aangebracht, zomede als gevolg van werking van de ondergrond, als gevolg van extreem hoge belasting, waaronder de val van zware voorwerpen.

Naar het oordeel van de commissie liggen de gevolgen van de niet zichtbare onvolkomenheden van de ondervloer daarmee in de risicosfeer van de consument.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

De deskundige heeft nog opgemerkt dat dilatatie aangebracht had moeten worden ter plaatse van de aansluiting van de bestaande ondervloer op de nieuwe ondervloer van de voormalige binnentuin. Omdat de deskundige aangeeft dat de vloer als geheel als verloren beschouwd moet worden kunnen de gevolgen van de niet aanwezige dilatatie verder buiten beschouwing blijven.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Afbouw, bestaande uit mr. F.H.C.M. van Schaijk, voorzitter, mr. B.C. Westenbroek, mr. M.J. Boon, leden, op 28 maart 2022.

Opslaan als PDF