Administratieve fout hersteld: gemeente moet jeugdhulp alsnog bekostigen

De Geschillencommissie




Commissie: Sociaal Domein: Woonplaatsbeginsel en Toegang    Categorie: Woonplaatsbeginsel    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 233581/338274

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

In de BRP was de woonplaats van de jeugdige foutief geregistreerd. Deze fout is inmiddels via de formele weg gecorrigeerd. Uitgaande van de inmiddels correcte gegevens in de BRP, stond de jeugdige voorafgaand aan de zorg met verblijf ingeschreven in de gemeente van de indiener. De indiener is conform het woonplaatsbeginsel dan ook financieel verantwoordelijk voor de betreffende jeugdige. De klacht is ongegrond.

De uitspraak

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Sociaal Domein: Woonplaatsbeginsel en Toegang (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De verzoeker heeft de klacht voorgelegd aan verweerder. De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 12 december 2024 te Den Haag. Namens de indiener was mevrouw [naam] aanwezig. Namens de verweerder zijn mevrouw [naam] en mevrouw [naam] ter zitting verschenen.

De commissie heeft het volgende overwogen.

Beoordeling
Standpunt van de indiener
Het geschil betreft de financiering voor jeugdhulp aan een jeugdige. De jeugdige stond direct voorafgaand aan de zorg met verblijf ingeschreven in gemeente [naam verweerder] (later gefuseerd naar gemeente [naam verweerder]). Volgens de indiener is de verweerder conform het woonplaatsbeginsel dan ook financieel verantwoordelijk voor de jeugdhulp.

Standpunt van de verweerder
Jeugdige is geboren in gemeente [naam] en was woonachtig in de gemeente [naam indiener] op het moment dat zij uit huis werd geplaatst. De jeugdige stond van 11 juli 2014 tot 20 augustus 2014 ingeschreven in de gemeente [naam verweerder]. Voorafgaand aan deze inschrijving en direct daarna stond jeugdige ingeschreven in gemeente [naam], zo goed als op hetzelfde adres. De verweerder voert aan dat deze inschrijving bij de gemeente [naam verweerder] berust op een administratieve fout. Moeder is op 11 juli 2014 vanuit haar eigen woonplaats naar de gemeente [naam verweerder] verhuisd en jeugdige is op dat moment onterecht in het systeem met moeder meeverhuisd.

Vanuit de Gecertificeerde Instelling en de gezinsvoogd is ook bevestigd dat de jeugdige na de uithuisplaatsing in 2014 nooit meer bij haar moeder heeft gewoond. De verweerder heeft na onderzoek een verzoek tot correctie van het BRP ingediend, dat op 6 augustus 2024 is doorgevoerd. Dit heeft tot gevolg dat de verweerder op grond van het woonplaatsbeginsel geen financiële verantwoordelijkheid draagt voor deze jeugdige.

Beoordeling door de commissie
Toetsingskader
Van toepassing op het onderhavige geschil is de volgende wet- en regelgeving:
• De Wet Basisregistratie Personen (BRP);
• De Jeugdwet, in het bijzonder de begripsbepalingen in artikel 1.1 van hoofdstuk 1 betreffende het woonplaatsbeginsel;
• De Wet wijziging woonplaatsbeginsel;
• Het Convenant implementatie woonplaatsbeginsel Jeugdwet.
Het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet regelt welke gemeente financieel verantwoordelijk is voor de jeugdhulp. Het bepaalt ook welke gemeente de jeugdhulp betaalt. Sinds 1 januari 2022 is het nieuwe woonplaatsbeginsel Jeugd van kracht.

In artikel 1.1 van hoofdstuk 1. ‘Begripsbepalingen en reikwijdte’ van de Jeugdwet is opgenomen:
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
– woonplaats:
1°.de gemeente waar de jeugdige zijn woonadres, bedoeld in artikel 1.1, onder o, van de Wet basisregistratie personen, heeft;
2°. ingeval een jeugdige verblijft bij een […..], pleegouder […..] : de gemeente waar de jeugdige onmiddellijk voorafgaand aan zijn verblijf zijn woonadres, bedoeld in artikel 1.1, onder o, van de Wet basisregistratie personen, had;
[…]

In laatstgenoemd artikel is opgenomen dat onder het woonadres wordt verstaan:
1°. het adres waar betrokkene woont, [….].

Sinds 1 januari 2022 is de gemeente waar de jeugdige direct vóór aanvang van de zorg stond ingeschreven verantwoordelijk voor de jeugdhulp in het geval van zorg met verblijf, in plaats van de gemeente waar de gezagsdrager (de ouder) ingeschreven staat.

Administratieve fout
Naar het oordeel van de commissie is in het onderhavige geschil sprake van een administratieve fout in de BRP. Uit de overgelegde stukken is gebleken dat deze administratieve fout op 6 augustus 2024 in het BRP is gecorrigeerd. Partijen hebben dit ter zitting ook bevestigd.

Nu zonder twijfel sprake was van een administratieve fout in het BRP en deze fout inmiddels is gecorrigeerd, dient uitgegaan te worden van de (inmiddels correcte) gegevens in het BRP. De jeugdige stond voorafgaand aan de zorg met verblijf ingeschreven in de gemeente van de indiener. De indiener is conform het woonplaatsbeginsel dan ook financieel verantwoordelijk voor de betreffende jeugdige.

Het verzoek van de indiener wordt afgewezen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:
– verklaart de klacht van de indiener ongegrond.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Sociaal Domein: Woonplaatsbeginsel en Toegang, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, mevrouw M. Bathoorn – ter Beek, de heer A. Opstelten, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 12 december 2024.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Print/PDF