Klacht over PVC-vloer in nieuwbouwwoning; geen tekortkoming van de ondernemer.

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Garantiewoningen    Categorie: -    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: arbitraal vonnis   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 401757/

De uitspraak:

Waar gaat het over?

De consument klaagt erover dat de PVC-vloer in zijn nieuwbouwwoning opbolt en strepen vertoont. Dit komt volgens hem door een fout in de zandcementvloer. Hij wil dat de ondernemer de vloer herstelt of hem een schadevergoeding betaalt. De ondernemer vindt dat het aan de vloerenlegger ligt, want die is verantwoordelijk voor het controleren van de ondervloer.
De arbiters oordelen dat niet is aangetoond dat de vloerenlegger een vochtmeting heeft uitgevoerd en dat hij een primer heeft gebruikt. Daarom kan niet worden vastgesteld dat de ondernemer een fout heeft gemaakt. Dit betekent dat de consument geen gelijk krijgt.

Volledige uitspraak:

in het geschil tussen

[naam], wonende te [plaats] (hierna te noemen: consument)
gemachtigde: mr. M.C. Boelen (DAS Rechtsbijstand)

en

[naam], gevestigd te [plaats] (hierna te noemen: de ondernemer)

Certificaatnummer : xxx

Ondergetekenden:

de heer mr. P.L. Alers te [plaats], de heer F.J. Scholte te [plaats], de heer mr. J.J.E. Hovener te [plaats], die in het onderhavige geschil als arbiters optreden, hebben het volgende vonnis gewezen.

Bevoegdheid arbiters en plaats van arbitrage

De bevoegdheid van de arbiters tot beslechting van het geschil berust op een overeenkomst tot arbitrage tussen partijen, met toepasselijkheid van de SWK Garantie- en waarborgregeling 2014 en het bijbehorende Garantiesupplement, bestaande uit de modules I E en II P (hierna te noemen: de garantieregeling). Hierin wordt bepaald dat “alle geschillen …, welke ontstaan naar aanleiding van de overeenkomst met toepasselijkheid van de Garantie- en Waarborgregeling van SWK … worden beslecht door arbitrage conform het Geschillenreglement van de Geschillencommissie Garantiewoningen”.

Daarmee is voldaan aan de eis van artikel 1021 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De arbiters zijn daarom bevoegd om het geschil te beslechten. Zij dienen gelet op het bepaalde in artikel 16 lid 1 van het Geschillenreglement van de Geschillencommissie Garantiewoningen (hierna te noemen: het reglement) te beslissen als goede personen naar billijkheid, met inachtneming van de tussen partijen geldende voorwaarden.

Als plaats van arbitrage is Utrecht vastgesteld.

Onderwerp van het geschil

De ondernemer heeft in opdracht van de consument een woning gebouwd. Er is een zandcementvloer gelegd en de vloerafwerking is aangebracht door een derde. De vloerafwerking vertoont opbolling en aftekening van lijnen. Volgens de consument wordt dit veroorzaakt doordat de zandcementvloer niet juist is aangelegd.

Behandeling van het geschil

Op 14 oktober 2024 heeft te Utrecht de mondelinge behandeling van het geschil plaatsgevonden ten overstaan van de arbiters, bijgestaan door mr. L. Kramer als secretaris.

Beide partijen zijn ter zitting verschenen en hebben hun standpunten nader toegelicht. Ter zitting werd de consument bijgestaan door de gemachtigde. De ondernemer werd ter zitting vertegenwoordigd door [naam], coördinator Service & Onderhoud.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Nadat de woning met dekvloer is opgeleverd, heeft de consument een derde opdracht gegeven tot het egaliseren van de vloer en het aanbrengen van een PVC-vloer. Deze werkzaamheden zijn op 2 en 3 juni 2022 uitgevoerd. Begin 2023 heeft de consument gebreken aan de vloer geconstateerd. Er is sprake van opbollen en er tekenen zich lijnen af over de vloer.

De consument heeft een deskundige ingeschakeld die heeft vastgesteld dat de oorzaak van de gebreken niet is gelegen in het onthechten van de egaline of van de PVC-vloer. De oorzaak moet dus gelegen zijn in het scheuren van de cementdekvloer ter plaatse van de naden tussen de elementen van de kanaalplaatvloer.

Hoewel altijd enige zetting zal plaatsvinden in een nieuwe woning, betekent dit niet dat het normaal is dat de scheuren in de vloer springen. De kanaalplaatvloer is niet op de juiste wijze aangebracht Er is ook geen schuimband aangebracht om beweging van de vloer op te vangen. Als de vloer wel op de juiste wijze gebouwd zou zijn, dan zou de scheurvorming zich niet in deze mate voor doen.

Er zijn geen gebreken ontdekt aan de vloerafwerking zelf. Als de ondernemer meent dat een PVC-vloer niet kan worden gelegd op een zandcementvloer, dan had hij daar in de aannemingsovereenkomst of de technische omschrijving voor moeten waarschuwen.

De consument verzoekt om de gebreken te onderzoeken en primair om de ondernemer te veroordelen tot herstel. Subsidiair verzoekt de consument om een vervangende schadevergoeding zoals berekend door de deskundige van € 16.900,–, te vermeerderen met de kosten van verblijf elders gedurende drie weken van circa € 4.000,–. Als de gehele vloer vervangen moet worden inclusief cv-installatie dan zullen de herstelkosten met ongeveer € 10.000,– stijgen. De kosten van verblijf elders zullen dan stijgen naar circa € 6.500,–. Daarnaast maakt de consument aanspraak op vergoeding van de kosten van het onderzoek van de door de consument ingeschakelde deskundige van € 1.815,–.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijzen arbiters naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft een PVC-vloer aangebracht in een recent gebouwde woning. Bij het aanbrengen van een dergelijke vloerafwerking en voorbewerking accepteert de vloerenlegger de ondergrond. De ondernemer wijst dan ook naar de garantievoorwaarden van de vloerenlegger

Een PVC-vloer is een niet-scheuroverbruggende vloerafwerking. Dat betekent dat door werking van de elementen en zetting van de constructieve delen scheurvorming zichtbaar kan worden. Scheurvorming, werking en zetting van alle elementen in de woning is een normaal verschijnsel dat altijd zal plaatsvinden.

Het is aan de vloerenlegger om te informeren en adviseren over de geschiktheid van de ondervloer, met name in een nieuwbouwwoning en daar ook de juiste voorzorgmaatregelen te treffen om een uiterst dunne vloerafwerking als PVC alsnog aan te brengen in de woning.

Het aanbrengen van schuimbanden is achterhaald en wordt niet meer toegepast bij dit vloersysteem.

Er zijn geen technische onvolkomenheden vastgesteld aan de vloerconstructie.

Deskundigenrapport

De commissie heeft een onderzoek laten uitvoeren door F.C.H.M. van der Velden (hierna te noemen: de deskundige), die daarover op 16 september 2024 schriftelijk aan de commissie heeft gerapporteerd. De inhoud van dit rapport geldt – voor zover hierna niet aangehaald – als hier herhaald en ingelast.

Partijen zijn in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het rapport van de deskundige.

De consument heeft op het rapport gereageerd per brief van 3 oktober 2024. De deskundige lijkt te stellen dat de vloerconstructie conform de koop-/aannemingsovereenkomst en opgave fabrikant is geleverd en aangebracht. Er heeft echter geen destructief onderzoek plaatsgevonden waarmee dit vastgesteld kan worden. De vloerlegger heeft bij het aanbrengen van de vloerafwerking gecontroleerd of de vloer voldoende droog is. De consument heeft de vloerlegger gevraagd of deze een primer heeft gebruikt. De vloerenlegger heeft nog geen reactie gegeven. De deskundige stelt niet vast wat de oorzaak is van de aanwezige mollengangen. Er kan sprake zijn van een te hoge mate van krimp en van een onjuiste ondervloer.

De ondernemer heeft niet schriftelijk op het rapport van de deskundige gereageerd.

Uitgangspunten

Voor de beoordeling van het geschil nemen de arbiters – naar aanleiding van het over en weer door partijen gestelde en met inachtneming van de inhoud van de overgelegde stukken – het navolgende als uitgangspunt.

In de tussen partijen gesloten aannemingsovereenkomst – op 30 oktober 2020 en 3 november 2020 ondertekend – heeft de ondernemer zich jegens de consument onder meer verbonden de woning (af) te bouwen conform de betreffende technische omschrijving en tekening(en) en – voor zover aanwezig – staten van wijzigingen, zoals aangegeven op de bij de aannemingsovereenkomst behorende situatietekening, zulks naar de eisen van goed en deugdelijk werk en met inachtneming van de voorschriften van overheid en nutsbedrijven. De woning is op 28 april 2022 opgeleverd.

Ook is op genoemde aannemingsovereenkomst eerdergenoemde garantieregeling van toepassing verklaard. Op grond van de van toepassing zijnde artikelen van de garantieregeling heeft de ondernemer aan de consument gegarandeerd dat de toegepaste constructies, materialen, onderdelen en installaties onder redelijkerwijs te voorziene externe omstandigheden deugdelijk zijn en bruikbaar voor het doel waarvoor zij zijn bestemd, een en ander voor zover ter zake geen beperkingen zijn opgenomen. Op grond hiervan heeft de ondernemer tevens gegarandeerd dat de woning voldoet aan de toepasselijke eisen van het Bouwbesluit dat van toepassing is op de verkregen bouwvergunning. Deze normen worden hierna gezamenlijk aangeduid als: de garantienormen.

Beoordeling van het geschil

Op grond van artikel 16 lid 2 sub g van het reglement bevat het arbitrale vonnis, naast de beslissing, in elk geval de vaststelling welk gedeelte van het arbitrale vonnis betrekking heeft op die onderdelen van het geschil die vallen onder de SWK Garantie- en Waarborgregeling en welk gedeelte van het vonnis betrekking heeft op die onderdelen van het geschil die geen betrekking hebben op de SWK Garantie- en Waarborgregeling.

De arbiters overwegen als volgt.

De deskundige is ter plaatse geweest en constateert het volgende. De PVC-vloerafwerking op de begane grond laat op een regelmaat van ca. 1800 mm. een rechte streepvormige opbolling (mollengangen genoemd) zien, haaks op de woningscheidende betonwanden. Deze opbolling strepen, lang ca. 4500 mm, komen 4x voor vanaf de keuken tot de woonkamer. De PVC-vloer inclusief plinten in de woning (type Therdex) is aangebracht door een derde.
De vloerstroken zijn verlijmd op egaline, fabricaat UZIN, geschikt voor PVC vloeren. Niet is bekend of de cementgebonden dekvloer is voorzien van een primer zoals door de firma UZIN word voorgeschreven. Er is geen informatie beschikbaar met betrekking tot het merk van de toegepaste lijm, voor de verlijming op de dekvloer.
De constructievloer bestaat uit een ribcassette vloer, elementen breed 600, 900, 1200 en 1800 mm,
incl. diverse met beton gevulde passtroken. De elementen overspannen de gehele breedte van de
woning. Er is een legplan voorzien van maatvoeringen. Er is geen kanaalplaat vloerconstructie waargenomen, zoals in de rapportage van de firma Top expertise genoemd.
De cementgebonden dekvloer is uitgevoerd over de gehele begane grond met dikte 50-60 mm. Rondom, langs de wanden is geen schuimband ten behoeve van het opvangen werking van de dekvloer aangebracht. De aannemer geeft aan in de dekvloer geen krimpnet te hebben aangebracht.
De vloerverwarming aangebracht over de gehele begane grondvloer wordt gevoed middels een
grondgebonden laag temperatuur warmtepomp voorzien van ruimte thermostaat.
De woning is voorzien van een warmte-terug-win ventilatie installatie. Vastgesteld is dat op de
vloerafwerking lichte condensatie is ontstaan. Vochtmeting (gebruik van de Mestek WM700A
vochtmeter) geeft een licht verhoogd vochtpercentage van het vloeroppervlak aan.

De deskundige geeft aan dat de firma die de PVC-vloer aanbrengt de dekvloer vooraf aan zijn werkzaamheden moet schouwen en de vochtigheid van de dekvloer, specifiek ook bij de vulstroken, zal meten. Alleen bij zijn goedbevinden, onder andere de dekvloer dient voldoende droog te zijn, zal er worden gestart met het uitvoeren van voorbewerkingen en het aanbrengen van de PVC-vloer. De waargenomen “mollengangen” in de PVC-vloer kunnen voorkomen bij vochtuittreding uit de beton en dekvloerconstructie. Omtrent de hechting van de egaline aan de dekvloer: de dekvloer dient standaard voorafgaand aan het aanbrengen van de egaline, te worden voorzien van een primer. Dit is een voorstrijkmiddel ten behoeve van een goede hechting van de egaline aan de dekvloer. Het tevens voldoende uitrollen van de PVC-vloerafwerking bevordert de goede hechting. Het is door de deskundige niet vast te stellen of zowel het aanbrengen van de primer als het uitrollen van de PVC stroken na verlijming goed is uitgevoerd.

De arbiters constateren dat de deskundige een enigszins verhoogd vochtpercentage heeft gemeten. Dit wijst op vochtophoping die niet kon ontsnappen. Daarnaast heeft de deskundige aangegeven dat het niet mogelijk is te verifiëren of zowel de toepassing van de primer als het aanbrengen van de PVC-stroken volgens de juiste procedure is uitgevoerd. De gemachtigde van de consument heeft de vloerenlegger benaderd met de vraag om te bevestigen of een primer is gebruikt, maar hierop is geen reactie ontvangen. De consument veronderstelt dat er een primer is toegepast, maar heeft dit niet zelf kunnen waarnemen.
De arbiters oordelen dat niet is aangetoond dat de vloerenlegger een vochtmeting heeft uitgevoerd om te bevestigen dat de vloer voldoende droog was voordat de werkzaamheden van start gingen. Evenmin is aangetoond dat er een primer is gebruikt. Dit blijkt ook niet uit de offerte en de factuur van de vloerenlegger. Derhalve concluderen arbiters dat niet is vastgesteld dat de opbolling en strepen (de ‘mollengangen’) zijn veroorzaakt door een tekortkoming van de ondernemer in de nakoming van de aannemingsovereenkomst. De arbiters verklaren de klacht daarom ongegrond en wijzen de vordering van de consument af.

Toepasselijkheid garantieregeling

Nu de arbiters de klacht van de consument afwijzen, komen zij niet toe aan toetsing aan de SWK Garantie- en Waarborgregeling.

Beslissing

De arbiters, als goede personen naar billijkheid, met inachtneming van de tussen partijen geldende voorwaarden, beslissen als volgt:

op de klachten van de consument:

• verklaren de klacht ongegrond;
• wijzen af hetgeen door de consument is gevorderd.

 

Opslaan als PDF