Klacht over vervallen korting bij verlengd internetabonnement ongegrond verklaard door Geschillencommissie Telecommunicatiediensten

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Telecommunicatiediensten    Categorie: -    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 707170/771915

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De Geschillencommissie Telecommunicatiediensten heeft op 6 februari 2025 een klacht van een consument over een vermeend toegezegde korting op zijn verlengde internetabonnement ongegrond verklaard. De commissie oordeelde dat de ondernemer terecht de eerdere tijdelijke korting van € 12,50 op het TV-deel heeft stopgezet per 1 oktober 2024, en dat de consument vanaf dat moment alleen recht had op de nieuwe korting van € 7,50. Dat de consument dit anders begreep, kwam volgens de commissie voor zijn eigen rekening. De ondernemer heeft volgens de commissie de gemaakte afspraken juist uitgevoerd. De vordering tot restitutie van het vermeend te veel betaalde bedrag werd afgewezen.

De uitspraak

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Telecommunicatiediensten (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 6 februari 2025 te Den Haag.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.

Ter zitting heeft de ondernemer het standpunt toegelicht. De consument heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid ter zitting het standpunt toe te lichten.

Ter zitting werd de ondernemer vertegenwoordigd door de heer [naam].

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft de vraag of de ondernemer toegezegd heeft een bepaalde korting te handhaven.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft gebruikgemaakt van de aanbieding van de ondernemer: “Verleng je internetabonnement met twee jaar en krijg 12 maanden € 7,50 korting, met ingang van 1 oktober 2024.” Vervolgens ontving hij de vergelijking van het oude en nieuwe abonnement/contract. Daarin stond:
• Internet: oud abonnement € 44,11 / nieuw abonnement € 36,61, een korting van € 7,50
• TV: voor het oude en nieuwe abonnement is het € 0,–

In de mail ‘je krijgt extra korting’ (onderwerp mail) is aangegeven:
“Als je de korting gebruikt dan blijft alles hetzelfde, behalve de einddatum van je contract.”

De afschrijving abonnement voor oktober is € 49,11 en niet de toegezegde € 36,61.

Reactie van de ondernemer op de klacht:
Volgens de klantenservice van de ondernemer is de mail onjuist, en is er van het verrekenen geen sprake.
de klacht is afgewezen, de € 12,50 korting op TV+ kan de ondernemer niet nogmaals toekennen.

Soortgelijke klachten zijn terug te vinden op fora.

“De medewerking van de Klantenservice van de ondernemer is onvoldoende. herhaaldelijk, na het doorverbinden lang wachten maar de lijn blijft stil. iedere keer je verhaal opnieuw doen.
Herhaaldelijk, u wordt teruggebeld, maar daarna hoor je niets meer. klacht melden moet met een brief.”

De consument verlangt dat de ondernemer zich houdt aan de overeenkomst van het verleng abonnement en de maandelijkse afschrijving van € 36,61. Ook vordert hij restitutie van het teveel betaalde.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument neemt twee betaalde diensten af: Internet 100 Mbit/s, ten bedrage van € 44,11, en KPN TV+ met tv-zenders, inclusief 1 KPN TV+ Box, ten bedrage van € 12,50. Samen € 56,61 zonder korting. In de overeenkomst van 1 oktober 2023 werd met hem voor een periode van 12 maanden € 12,50 korting overeengekomen op TV+, waarmee hij netto alleen voor het internetdeel betaalde, dus € 44,11. Deze korting liep op 1 oktober 2024 af. Op 21 augustus 2024 heeft de consument de overeenkomst verlengd met een looptijd van twee jaar. In de door de consument bij het geschil gevoegde vergelijking, die hij ten tijde van zijn aanvraag heeft gegenereerd op kpn.com, wordt uitgegaan van het op dat moment geldende abonnementsbedrag van € 44,11, inclusief de toen nog lopende korting van € 12,50 uit de voorafgaande overeenkomst. In de dan volgende maand, september, zou hij met ook de nieuwe actiekorting van € 7,50 inderdaad netto € 36,61 betalen. Vanaf 1 oktober 2024 zou de oude korting van € 12,50 echter vervallen. (Het daadwerkelijk door de consument betaalde factuurbedrag in september was overigens nog iets minder dan € 36,61, namelijk € 33,88, omdat met terugwerkende kracht alsnog ook de nieuwe actiekorting van € 7,50 vanaf besteldatum 21 augustus t/m 2 september naar rato wordt verrekend. Zie factuur 3 september 2024.) Op de factuur van 3 oktober 2024 is vervolgens de ‘oude’ korting op TV+ van € 12,50, conform het aflopen van de voorafgaande overeenkomst uit 2023, inderdaad vervallen en ontvangt de consument alleen de nieuwe actiekorting per oktober 2024 van € 7,50. Het abonnementsbedrag is daarmee netto € 49,11 geworden. De nieuwe korting van € 7,50 is daarna ook op de facturen van november en december 2024 correct toegepast. De consument stelt zelf in zijn klacht dat in zijn contract staat aangegeven: “Eerste 12 maanden korting op KPN TV+ vanaf 01-10-2023.” Hij is er dus bekend mee dat deze korting een aanvangsdatum had van 1 oktober 2023, dus afliep op 1 oktober 2024 en hij daarna € 56,61 zou gaan betalen, indien hij de overeenkomst ongewijzigd zou voortzetten, en zoals ook correct wordt aangegeven in het door hem overgelegde vergelijkingsoverzicht. Nu de kortingen correct en overeenkomstig de initiële overeenkomst en het daarna volgende verlengaanbod zijn toegepast, meent de ondernemer dat de klacht van de consument ongegrond is.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie overweegt dat de consument op 1 oktober 2023 een overeenkomst voor de levering van internet en tv met de ondernemer had gesloten voor een prijs van € 56,61 per maand, waarop hij gedurende één jaar (derhalve tot 1 oktober 2024) een korting kreeg van € 12,50 per maand. Op 21 augustus 2024 kwamen partijen een verlenging van de overeenkomst overeen met twee jaar; in dat verband kreeg hij een korting van € 7,50 gedurende één jaar. Derhalve bedroeg het verschuldigde bedrag vanaf 1 oktober 2024 (€ 56,61 minus € 7,50 = ) €49,11 per maand. Dat de ondernemer de consument toegezegd heeft de overeenkomst met twee jaar te verlengen (alles is bij het oude gebleven, behalve de looptijd) is conform de toezegging gebeurd; dat de consument daarbij over het hoofd heeft gezien dat hij een abonnement had van € 56,61 per maand met een korting gedurende één jaar is aan hem toe te rekenen. De ondernemer heeft niet toegezegd de korting van € 12,50 te verlengen; bovendien behoorde die korting niet tot het abonnement.
Ongelukkig is dat uit een door de consument zelf gegenereerde vergelijking van de prijs van het “oude” abonnement met het “nieuwe” abonnement een andere gevolgtrekking valt te maken. Die vergelijking ging op voor de maand september 2024. Een en ander betekent niet dat de hiervoor uiteengezette afspraken daardoor anders luiden.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Telecommunicatiediensten, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer J. Schouten en de heer H.W. Zuur, leden, op 6 februari 2025

Opslaan als PDF