Geen overeenkomst met telecomaanbieder over inruil iPhone; klacht ongegrond

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Telecommunicatiediensten    Categorie: -    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 773004/887747

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument stelt dat zij met de ondernemer een overeenkomst had om haar iPhone na twee jaar in te ruilen voor €600,-. In november 2022 stuurde zij haar oude iPhone op, maar deze raakte zoek. De ondernemer zou slechts €200,- aanbieden als compensatie, wat de consument onvoldoende vindt. Volgens de ondernemer heeft de consument geen overeenkomst met hem gesloten, maar met een externe partij, [ander bedrijf], die via een link op zijn website opereert. De commissie stelt dat uit de stukken blijkt dat de inruiltransactie met [ander bedrijf] is gesloten. Ook de door de consument ondertekende verklaring verwijst uitsluitend naar de voorwaarden van [ander bedrijf]. Er is geen sprake van een overeenkomst tussen de consument en de ondernemer over de inruil. De omstandigheid dat medewerkers van de ondernemer behulpzaam waren, leidt niet tot een contractuele relatie. Het door de ondernemer uit coulance gedane aanbod van €200,- schept evenmin verplichtingen. De consument had beter moeten letten op met wie zij de overeenkomst sloot. De ondernemer heeft hiermee geen contractuele fout gemaakt. De commissie verklaart de klacht ongegrond.

De uitspraak

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Telecommunicatiediensten (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 17 maart 2025 te Den Haag.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.

Partijen hebben ter zitting hun standpunt toegelicht.

De consument werd ter zitting bijgestaan door haar zoon. Ter zitting werd de ondernemer vertegenwoordigd door [naam].

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft het bestaan van een overeenkomst.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument had tot 21 december 2024 een abonnement bij de ondernemer waarbij zij elke twee jaar haar iPhone kon omruilen voor een nieuwere versie. Zij moest dan haar oude iPhone retourneren en daarvoor ontving zij € 600,- van de ondernemer.
In november 2022 heeft de consument hiervan voor de eerste keer gebruik gemaakt. Zij heeft haar iPhone op 5 november 2022 via [verzendbedrijf] naar de ondernemer verzonden, maar daar is het fout gegaan. De consument heeft hierover vele malen contact gehad met zowel de vervoerder als de ondernemer. De consument is meermaals in de winkel van de ondernemer in [stad] geweest. De ondernemer geeft aan dat de telefoon is aangekomen maar is terug gestuurd. Bij het terugsturen is schade gemeld en een claim ingediend bij de vervoerder door de ondernemer. De vervoerder verwijst naar de ondernemer.
Hoewel de medewerker in de winkel van de ondernemer steeds behulpzaam is geweest heeft dit niet tot een oplossing geleid. De ondernemer heeft de consument slechts een aanbod gedaan van € 200,- in plaats van € 600,- waarmee de consument niet akkoord is gegaan. De consument heeft de onderlinge mailwisseling meegezonden.
De consument heeft geen € 600,- ontvangen en verlangt betaling van dit bedrag door de ondernemer.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Tussen de ondernemer en de consument bestaat geen inruilabonnement.
De consument heeft voor de inruil van haar toestel een overeenkomst met een ander bedrijf, [ander bedrijf], te Frankrijk, gesloten. De consument heeft haar oude toestel aan [ander bedrijf] aangeboden en het toestel vervolgens naar [ander bedrijf] verzonden via een door haar zelf ingeschakelde vervoerder. De ondernemer staat hier buiten. Uit onderzoek is gebleken dat het toestel bij de retourzending is zoekgeraakt.

Hoewel [ander bedrijf] een partner is van de ondernemer en de ondernemer op zijn website verwijst naar de diensten van [ander bedrijf], sluit een consument voor het inruilen van een mobiel toestel een overeenkomst met [ander bedrijf]. Dit bedrijf bepaalt de waarde van de telefoon en zorgt voor de verzending, uitbetaling of terugsturen van het toestel. Zo is het ook hier gegaan. Het inkoopproces verloopt via de aan de website van de ondernemer gelinkte website van [ander bedrijf]. Dit alles staat duidelijk vermeld op de betreffende pagina’s van de ondernemer en van [ander bedrijf], zodat de consument dit had kunnen weten.
Verzocht wordt de klacht ongegrond te verklaren.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De consument stelt dat tussen haar en de ondernemer een overeenkomst bestaat op grond waarvan zij haar iPhone na twee jaar kon omruilen voor een nieuwere versie tegen betaling van € 600,- door de ondernemer. De ondernemer heeft het bestaan van een dergelijke overeenkomst betwist.

Een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding daarvan. De commissie verwijst voor deze grondregel naar artikel 6:217, lid 1 Burgerlijk Wetboek. De consument heeft, gelet op hetgeen de ondernemer heeft aangevoerd, onvoldoende gesteld om te moeten concluderen dat tussen partijen een overeenkomst als bedoeld in dit artikel tot stand gekomen is.

Bij dit oordeel wordt betrokken de inhoud van de bijlagen die partijen hebben bijgevoegd.
De ondernemer heeft daarover uitgelegd dat op (de betreffende pagina’s op) zijn website staat vermeld dat ter zake de inruil van het apparaat geen overeenkomst met de ondernemer tot stand komt maar met een ander bedrijf, [ander bedrijf]. Voorts is toegelicht dat op de website van de ondernemer en van [ander bedrijf] staat aangegeven dat het inkoopproces verloopt via de aan kpn.com gelinkte website van [ander bedrijf] en onder welke voorwaarden. De consument heeft dit onvoldoende weerlegd. Ook op de door de consument ondertekende ‘Verklaring van verzending van een gebruikt product naar [ander bedrijf] Solutions’ wordt verwezen naar de voorwaarden van [ander bedrijf]. Door ondertekening heeft de consument verklaard deze te hebben gelezen en geaccepteerd waardoor deze van toepassing zijn op de door haar met [ander bedrijf] gesloten overeenkomst. De ondernemer wordt niet op die verklaring vermeld. Daaruit blijkt evenmin dat de consument het pakket heeft verzonden met een door de ondernemer ingeschakelde vervoerder.

Gelet hierop had het voor de consument duidelijk moeten c.q. kunnen zijn dat zij voor de inruil geen overeenkomst met de ondernemer heeft gesloten. Het is de verantwoordelijkheid van de consument zich van te voren op de hoogte te stellen van de inhoud en voorwaarden van de overeenkomst. Dat zij dit niet of niet voldoende heeft gedaan komt daarom voor haar rekening en risico en kan de ondernemer niet worden toegerekend. Deze overeenkomst staat los van de overeenkomst mobiele aansluiting die de consument wel met de ondernemer heeft.

Dat medewerkers (in een winkel) van de ondernemer de consument behulpzaam zijn geweest bij het verzenden van het pakket en het onderzoeken waar het pakket is gebleven, maakt niet dat een overeenkomst tussen de consument en de ondernemer tot stand is gekomen. Dat de ondernemer de consument een – inmiddels vervallen – aanbod van € 200,– heeft gedaan, leidt evenmin tot die conclusie nu dit aanbod uit coulance is gedaan om onderling het geschil op te lossen.

Nu tussen de consument en de ondernemer geen overeenkomst bestaat zoals de consument heeft gesteld, is de ondernemer niet gehouden tot betalen van een bedrag aan de consument.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Telecommunicatiediensten, bestaande uit mevrouw mr. I.K. Rapmund, voorzitter, de heer drs. H.W. Vrolijk, mevrouw J.M.A. van Haren, leden, op 17 maart 2025.

Opslaan als PDF