Geschil over aansprakelijkheid en eigen risico na schade aan huurauto

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Voertuigverhuur    Categorie: -    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 274770/450138

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

In deze zaak huurde de consument een voertuig bij de ondernemer en ontstond er discussie over schade die na inlevering werd vastgesteld. De consument betwistte dat zij de schade had veroorzaakt en stelde dat deze al bij aanvang van de huur aanwezig kon zijn. Volgens haar betrof het slechts lichte veegschade die voor weinig geld hersteld kon worden. De ondernemer verwees echter naar foto’s die bij vertrek en inname van de auto zijn gemaakt, waaruit blijkt dat er nieuwe schade aanwezig was op drie plekken aan de rechterzijde van het voertuig. De schade werd geraamd op € 1.357,80 exclusief btw. Partijen waren een eigen risico van € 850 overeengekomen, dat de ondernemer in rekening bracht. De consument had bij het terugbrengen van de auto niet gewacht op een gezamenlijke inspectie, zoals in het contract uitdrukkelijk als haar verantwoordelijkheid werd benoemd. De commissie oordeelde dat er sprake was van een kernbeding en dat de consument het risico op schade droeg tot inspectie door de ondernemer. De schade ontstond in de periode waarin de consument verantwoordelijk was voor het voertuig. De klacht is daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Voertuigverhuur (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 30 augustus 2024 te Utrecht.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.

Partijen hebben ter zitting hun standpunt toegelicht.

De consument werd ter zitting bijgestaan door [naam].

Ter zitting werd de ondernemer vertegenwoordigd door [naam].

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft het eigen risico voor schade aan een huurauto

De consument heeft een bedrag van € 674,03 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer houdt ten onrechte de waarborgsom in en eist dat de consument het volledig eigen risico betaalt voor een kleine schade, die de consument niet heeft veroorzaakt. De veegschade is amper waarneembaar en zou volgens de consument ook reeds bij het begin van de huur aanwezig kunnen zijn geweest. De schade kan voor een gering bedrag worden hersteld, de ANWB geeft hiervoor volgens de consument een indicatie van€100,–, De ondernemer brengt ten onrechte € 850 eigen risico in rekening. De ondernemer beroept zich op kleine lettertjes in de algemene voorwaarden. Het is niet redelijk om van de consument te verwachten dat deze die leest.

De consument heeft ter zitting verklaard dat zij bij inlevering van de auto’s niet heeft gewacht totdat ze samen met de ondernemer het voertuig kon inspecteren. Die opname heeft daarom buiten aanwezigheid van de consument plaatsgevonden.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument en de ondernemer zijn een eigen risico overeengekomen van € 850,–. Samen met de consument is het voertuig gecontroleerd op schade bij vertrek. Op 4 juni 2023 om 9:34 uur is vastgelegd hoe het voertuig is meegenomen door de consument. Hierbij is aan de rechterkant van het voertuig 1 schade geconstateerd, op het rechter voorscherm. Uit foto’s blijkt dat deze schade een verticale kras betreft. Het voertuig heeft voor de rest geen schade aan de rechterkant.

Op 5 juni 2023 om 8:03 uur is het voertuig ingenomen. Hierbij zijn 2 nieuwe schades geconstateerd aan de rechterkant van het voertuig. Uit foto’s blijkt de geconstateerde schade een kras op het rechter achter scherm, een lange kras op de schuifdeur en 2 deuken in de rechter voordeur betreffen. In totaal is er op 3 delen van het voertuig schade geconstateerd aan de rechterkant. De gevonden nieuwe schades waren niet aanwezig bij de aanvang van de huur.

Ter onderbouwing van deze schade is er op verzoek van de ondernemer een schadecalculatie opgesteld. De schade is vastgesteld op € 1.357,80 exclusief btw. Dit overstijgt het door de ondernemer aan de consument berekende eigen risico van € 850,–.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De consument heeft bij het aangaan van de huur een contract ondertekend waarin bij de uitgelichte voorwaarden uitdrukkelijk staat vermeld dat huurder/bestuurder verantwoordelijk blijft voor het voertuig tot deze door een medewerker van de ondernemer is gecontroleerd. Er is hier geen sprake van kleine lettertjes, maar van een kernbeding. De consument heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om na het inleveren van het voertuig samen met de ondernemer het voertuig te inspecteren. Op de dag van het inleveren van het voertuig heeft de ondernemer de staat van het voertuig gecontroleerd. Uit foto’s van die opname blijkt dat het voertuig schades aanwezig waren, waarvan de aanwezigheid bij aanvang van de huur door de consument niet zijn vastgesteld. Daarom moet worden aangenomen dat er schade is ontstaan in de periode dat de consument voor het voertuig verantwoordelijk was en de consument daarvoor het eigen risico verschuldigd is. De hoogte van het eigen risico komt, gezien de door de ondernemer overgelegde schadecalculatie, niet als buitensporig voor. De commissie gaat voorbij aan de stelling dat de ANWB € 100 als indicatie geeft, omdat deze niet is onderbouwd met een concrete offerte.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Met inachtneming van het bovenstaande kan het depotbedrag aan de ondernemer worden overgemaakt en worden verrekend met hetgeen de consument aan de ondernemer verschuldigd is.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigverhuur, bestaande uit de heer mr. B.J. Tideman, voorzitter, de heer A. Belt, de heer H.H. van der Linden, leden, op 30 augustus 2024.

Opslaan als PDF