Commissie: Energie
Categorie: Kosten
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
665886/782510
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Op 23 februari 2024 is geconstateerd dat de slimme stroommeter van de consument vanaf de datum van meterplaatsing (2 juli 2015) foutief was geïnstalleerd. Er zijn correcties op de eerdere jaarnota’s aangebracht, maar de consument meent dat die niet correct zijn. De commissie acht de klacht ongegrond.
Volledige uitspraak
Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Energie (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.
Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.
De commissie stelt vast dat de klacht tijdig is ingediend.
De commissie heeft het geschil, voor wat betreft de depotstorting, ter zitting behandeld op 10 februari 2025 te Den Haag en bepaald da de consument een bedrag van € 500,– in depot dient te storten.
Partijen hebben ter zitting (videoconferentie) de klacht toegelicht.
Ter zitting werd consument vertegenwoordigd door de heer I. Yagoub..
Ter zitting werd de ondernemer vertegenwoordigd door mevrouw M. Jahn.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 7 juli 2025 te Den Haag.
De consument heeft een bedrag van € 500,00 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.
De commissie heeft het volgende overwogen.
Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 2 juli 2015 met de ondernemer tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van stroom en warmte. Op 23 februari 2024 is geconstateerd dat de slimme stroommeter van de consument vanaf de datum van meterplaatsing (2 juli 2015) foutief was geïnstalleerd. Er zijn correcties op de eerdere jaarnota’s aangebracht, maar de consument meent dat die niet correct zijn.
De consument heeft de klacht eerst voorgelegd aan de ondernemer.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Het bedrag wat is opgelegd is een schatting en kan niet worden onderbouwd door de ondernemer. De reactie van de ondernemer is ook in strijd met de openstaande vordering. De ondernemer geeft namelijk aan dat de telwerkmeter van netbeheerder Stedin terugtelt in plaats van vooruit en daarop hebben ze aangegeven een schatting te maken van de meter. In mijn mening is deze schatting ook helemaal niet correct.
De ondernemer stelt dat in 2016 en 2017 een laag kWh-verbruik is doorberekend voor mijn adres. Ik begrijp niet hoe dit mogelijk is en waarom dit pas op 1 augustus 2024, meer dan acht jaar later, wordt vastgesteld. Ik heb hierover nooit eerder bericht ontvangen. Het is vreemd om nu, na zo’n lange tijd, met deze kwestie geconfronteerd te worden. Waarom er is voor gekozen om zo lang te wachten met de correctie van 2016 en 2017?
De ondernemer verwijst naar meerdere correctieverbruiken, maar deze worden eveneens niet onderbouwd of bewezen. Ik heb geen idee over welke periodes dit gaat, aangezien dit ook niet wordt vermeld.
De ondernemer geeft aan: “Doordat de meter verkeerd was aangesloten is er te weinig verbruik in rekening gebracht de afgelopen jaren.” De verantwoordelijkheid voor de meter en het opmeten van het verbruik ligt echter bij Stedin en Eneco (de leverancier). Ik wil er nogmaals op wijzen dat er een jaarlijkse controle wordt uitgevoerd door Eneco en Stedin. Het is onbegrijpelijk dat er nu pas wordt vastgesteld dat de meter niet goed functioneert en dat er een schatting is gemaakt van het verbruik.
De ondernemer moet stoppen met het onjuist handelen en mij een creditnota te sturen voor het totale bedrag van € 5.299,96. Tevens verzoek ik het maandelijkse voorschotbedrag te herstellen naar het oorspronkelijke termijnbedrag van € 150,–.
Mijn voorstel om de klacht op te lossen is dat het totaal openstaande bedrag van € 3.770,92 wordt kwijtgescholden.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument is sinds 2 juli 2015 voor zowel het product stroom als voor het product warmte klant van ons. Op de leveringsovereenkomst van het product stroom zijn thans van toepassing de door ons gehanteerde Algemene Voorwaarden 2017. Op de leveringsovereenkomst voor warmte en warmtapwater zijn van toepassing de Algemene Voorwaarden Warmte Eneco 2014 en Kwaliteitscriteria Warmte & Koeling.
De slimme elektriciteitsmeter in het perceel van de consument is in eigendom van de lokale netbeheerder Stedin. Wij hebben heeft hier als energieleverancier dan ook geen enkele zeggenschap over de werking, vervanging of de opname van de meterstanden. In Nederland bestaat er een scheiding tussen de netbeheerder en leverancier. De netbeheerder is verantwoordelijk voor het correct aansluiten en administreren van een gas- en of elektriciteitsmeter.
In geval van een eventueel defect stelt de netbeheerder, als eigenaar van de meter, een verbruikscorrectie voor over de niet eerder afgerekende verbruikseenheden. Aangezien de consument de beschikking heeft over een op afstand uitleesbare slimme elektriciteitsmeter, ontvangen wij voor de opmaak van nota’s de standen vanuit de slimme meter. Na ontvangst van de meterstanden worden deze automatisch op de betreffende jaarnota verwerkt. De consument hoeft bij een slimme meter de meterstanden dan ook niet zelf door te geven. Het is wel de verantwoordelijkheid van de consument om de aangeboden jaarnota’s op juistheid te controleren en zo nodig om een correctie te verzoeken bij incorrect verwerkte meterstanden.
De consument geeft in het vragenformulier aan dat wij zijn verbruik zouden hebben geschat. Echter, als leverancier hebben we datgene bij de consument op onze jaarnota’s in rekening gebracht wat de slimme elektriciteitsmeter aan ons heeft gecommuniceerd. Er is dan ook geen sprake van enige schatting door ons. Wij kunnen ons ook niet vinden in de bewering van de consument dat de elektriciteitsmeter terug zou hebben gelopen. We zijn benieuwd door wie en op welke manier dit door ons aan de consument zou zijn gecommuniceerd.
Na een controlebezoek van netbeheerder Stedin op 23 februari 2024 is geconstateerd dat de slimme stroommeter van de consument vanaf de datum meterplaatsing (2 juli 2015) foutief was geïnstalleerd. Hierdoor werd het leveringsverbruik van de consument, die geen zonnepanelen heeft, onterecht als alleen teruglevering op de telwerken 3 en 4 geregistreerd. Dit betekent dat het werkelijk genoten stroomverbruik van de consument gedurende de periode 2 juli 2015 (moment plaatsing slimme stroommeter) tot het moment van de meterconfiguratie (d.d. 23 februari 2024) niet op de juiste wijze is gefactureerd. Dientengevolge heeft de consument ten onrechte op de jaarnota’s van 2018-2021 een totaal bedrag van € 1.668,91 terugontvangen en op de overige jaarnota’s weinig hoeven bij te betalen.
Anders dan wat de consument in het vragenformulier stelt zijn de aangeboden jaarnota’s door ons op basis van de ontvangen meterstanden vanuit zijn slimme elektriciteitsmeter opgemaakt. Het leveringsverbruik van de consument op de elektriciteitsmeter werd weliswaar op de verkeerde telwerken geregistreerd, maar dat wil niet zeggen dat het geen werkelijk verbruik van de consument was. Vaststaat dat wij het stroomverbruik van de consument nimmer hebben geschat.
Naar aanleiding van de geconstateerde incorrectheid in het aansluiten en het functioneren van de slimme elektriciteitsmeter, heeft Stedin op 9 april 2024 onderstaand verbruik als verbruikscorrectie voorgesteld en vervolgens uitgevoerd:
Stroom normaal : 8672 kWh
Stroom dal : 6614 kWh
Teruglevering normaal : -8672
Teruglevering dal : -6614
Bovenstaande verbruik is op de jaarnota van 2024 bij de consument in rekening gebracht. Spijtig genoeg heeft Stedin bij de voorgestelde verbruikscorrectie het geregistreerd stroomverbruik op de telwerken 3 en 4 enkel overgeheveld naar de telwerken 1 en 2. Bij een verbruikscorrectie wordt een deel van het genoten verbruik, met in achtneming van geldende verjaringstermijn, in mindering gebracht. Echter, heeft Stedin het verbruik verschoven van de telwerken 3 en 4 naar telwerken 1 en 2. Als energieleverancier dienen wij op basis van de gecommuniceerde meterstanden vanuit de slimme elektriciteitsmeter onze jaarnota’s op te maken. Wij zijn dan ook niet bevoegd zonder overeenstemming met de netbeheerder het verbruik te corrigeren. Wij hebben in deze onderhavige kwestie dan ook alles voor de consument in het werk gesteld om een juiste verbruikscorrectie door Stedin uit te laten uitvoeren. Stedin had in eerste instantie voorgesteld om het genoten verbruik door alle drie de partijen (inclusief de consument) te delen, zodat ieder voor zijn/haar deel verantwoordelijk zou zijn in de totale kosten.
Wij zijn van mening dat de consument aanvullende bescherming dient te genieten. Wij zijn derhalve niet meegegaan met het voorstel van Stedin. Wij zijn van mening dat voornamelijk de netbeheerder, die de eigenaar van de elektriciteitsmeter is, dient op te draaien voor de volledige kosten van deze omissie. Op ons verzoek heeft Stedin over de periode 22 februari 2022 tot 22 februari 2024 alsnog onderstaande verbruikscorrectie voorgesteld:
Stroom normaal : 1583 kWh
Stroom dal : 1193 kWh
Teruglevering normaal : -1756
Teruglevering dal : -1250
Het verbruik is gecorrigeerd naar maximale periode rekening houdend met de verjaringsperiode van twee jaar. Verder is het uitgestuurde verbruik binnen de correctieperiode van het verbruikscorrectie afgehaald.
Op de aanvullende nota van notadatum 2 juli 2025 hebben wij de eerder uitgevoerde correctie op de jaarnota van 2024 herzien. De eerder uitgevoerde correctie op de jaarnota’s van respectievelijk 2022 en van 2023 hebben we deels aangehouden. Dit, omdat het in rekening gebrachte vastrechtbedragen onafhankelijk van het verbruik zijn berekend, en derhalve niet komen te vervallen of worden herzien. Op de aanvullende nota worden de totale verbruikskosten met € 2.581,61 in mindering gebracht. Na verrekening dient de consument en bedrag te betalen van € 1.255,24.
Wij zijn warmteleverancier en netbeheerder voor warmte in Rotterdam en andere regio’s. Wij zijn verantwoordelijk voor het warmtenet, inclusief de afleverset in de woning van de consument. De consument heeft sinds 3 maart 2023 de beschikking over een warmtemodule. De warmtemodule (een kasje) hebben wij aan de bestaande warmtemeter van de consument gekoppeld. Hierdoor hoeft de consument niet meer jaarlijks voor de opmaak van zijn jaarnota’s de warmtemeterstanden door te geven. Verder krijgt de consument na het installeren van de warmtemodule elke maand een Maandelijks Energie Rapport (MER), waarin heel duidelijk het warmteverbruik per maand inzichtelijk wordt gemaakt.
Vóór de koppeling van de warmtemodule aan de warmtemeter van de consument, hebben wij voor het opmaken van jaarnota’s netjes elk jaar de meterstanden van de consument ontvangen. Deze ontvangen meterstanden vanuit de consument hebben wij bij de consument op de desbetreffende nota’s in rekening gebracht. Van enige schatting is hier geenszins sprake, zoals de consument in zijn vragenformulier betoogt.
Daarentegen heeft de consument de meterstanden voor warm tapwater niet altijd consequent aan ons doorgegeven, waardoor wij genoodzaakt waren zijn verbruik op de jaarnota van 2022 en jaarnota 2023 te schatten. Als wij de meterstanden niet tijdig of onvolledig ontvangen, zijn wij conform onze voorwaarden gerechtigd om het verbruik te berekenen. Beide jaarnota’s zijn achteraf gecorrigeerd op basis van de door de consument alsnog aangeleverde meterstanden en een uitleesrapport. Ook voor het product tapwater hebben wij het verbruik van de consument niet geschat. De jaarnota’s die wel jaren geschat zijn achteraf op basis van de alsnog ontvangen meterstanden gecorrigeerd. Wij hebben het daadwerkelijk genoten verbruik van de consument bij hem in rekening gebracht.
Wij hebben in dit dossier zorgvuldig en transparant gehandeld. Vanaf het moment dat ongeregeldheden in het stroomverbruik aan het licht kwamen, hebben wij alles in het werk gesteld om een juiste analyse van het stroomverbruik uit te voeren. De foutieve installatie van de stroommeter door de netbeheerder (eigenaar van de meters) valt buiten onze verantwoordelijkheid als energieleverancier. Het stroomverbruik is achteraf op correcte wijze gefactureerd op basis van de gegevens die door de netbeheerder zijn aangeleverd.
De situatie waarbij teruglevering werd geregistreerd op de telwerken 3 en 4 heeft de consument tot 23 februari 2024 een aanzienlijk financieel voordeel opgeleverd. Na onderzoek heeft de netbeheerder een passende correctie toegepast, waarbij de volledige kosten, anders dan eerder voorgesteld, door de netbeheerder en door ons worden gedragen. Op basis van deze correctie hebben wij een aanvullende nota opgesteld, geheel conform de geldende wettelijke kaders, waarbij er duidelijk rekening is gehouden met de geldende verjaringstermijn bij consumentenkoop.
Wij zijn thans van mening dat wij in dit dossier correct en adequaat hebben gehandeld en verzoeken de commissie dan ook de klacht van de consument in al zijn onderdelen af te wijzen.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De commissie stelt voorop dat de klacht zijn oorsprong erin vindt dat op 23 februari 2024 is ontdekt dat de stroommeter in het pand van de consument op 2 juli 2015 niet correct was geïnstalleerd. Hierdoor werd het leveringsverbruik van de consument onjuist geregistreerd. Daarbij valt erop te wijzen dat de slimme elektriciteitsmeter in het pand van de consument eigendom is van netbeheerder Stedin en dat de ondernemer als energieleverancier geen zeggenschap heeft over de werking, vervanging of de opname van de meterstanden. De netbeheerder is verantwoordelijk voor het correct aansluiten en administreren van een gas- en of elektriciteitsmeter en deze stelt in geval van een eventueel defect als eigenaar van de meter een verbruikscorrectie voor over de niet eerder afgerekende verbruikseenheden. De consument hoeft bij een slimme meter de meterstanden niet zelf door te geven, maar is wel verantwoordelijk om de aangeboden jaarnota’s op juistheid te controleren en zo nodig om een correctie te verzoeken bij incorrect verwerkte meterstanden.
Door de niet correcte installatie van de stroommeter is het verbruik van de consument gedurende bijna negen jaar onjuist weergegeven en heeft de consument minder betaald dan hij bij een juiste installatie zou hebben moeten doen. De commissie acht het dan ook redelijk dat de ondernemer aanspraak maakt op aanvullende betaling. Met de ondernemer is de commissie van oordeel dat gelet op artikel 7:28 BW (bij een consumentenkoop verjaart de rechtsvordering tot betaling van de koopprijs door verloop van twee jaren) dit slechts de laatste twee jaar kan betreffen.
Door netbeheerder Stedin is over de periode 22 februari 2022 tot 22 februari 2024 alsnog een verbruikscorrectie voorgesteld, te weten
Stroom normaal : 1583 kWh
Stroom dal : 1193 kWh
Teruglevering normaal: -1756
Teruglevering dal : -1250
Dit heeft erin geresulteerd dat op een aanvullende nota van 2 juli 2025 een eerder uitgevoerde correctie op de jaarnota van 2024 is herzien. Op de aanvullende nota worden de totale verbruikskosten met € 2.581,61 in mindering gebracht. Na verrekening dient de consument en bedrag te betalen van € 1.255,24.
De commissie neemt deze correctie over gelet op het door de ondernemer overgelegde uitleesrapport van de stroommeter dat door de consument niet inhoudelijk is bestreden. Daarom zal de commissie de consument tot betaling van een bedrag van € 1.255,24 veroordelen.
Omdat door de consument een bedrag van € 500,– in depot is gestort zal de commissie oordelen dat dit bedrag van € 500,– ten goede komt aan de ondernemer en dat de consument nog een bedrag van € 755,24 moet voldoen. Dat bedrag is een veelvoud van hetgeen tot nu toe maandelijks door de ondernemer aan de consument als voorschotbedrag in rekening werd gebracht. Nu de consument met deze nabetaling wordt geconfronteerd op grond van de foutieve installatie van de stroommeter door de netbeheerder acht de commissie het reëel dat de ondernemer de consument in de gelegenheid stelt dat bedrag in termijnen te voldoen. In verband met het bepaalde in artikel 6:29 BW (de schuldenaar is zonder toestemming van de schuldeiser niet bevoegd het verschuldigde in gedeelten te voldoen) kan de commissie echter de veroordeling niet uitspreken tot het voldoen in termijnen.
De consument heeft verzocht het maandelijkse voorschotbedrag te herstellen naar het oorspronkelijke termijnbedrag van € 150,–. De commissie zal dat verzoek afwijzen omdat het aan de ondernemer is om op basis van de thans bekende verbruiksgegevens een reëel voorschotbedrag vast te stellen.
De commissie is derhalve van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Met in achtneming van het hiervoor genoemde wordt het depotbedrag als volgt verrekend.
Het depotbedrag van € 500,– komt toe aan de ondernemer.
De consument betaalt aan de consument een vergoeding van € 755,24,–. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies, tenzij de ondernemer instemt met een betalingsregeling.
Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de consument bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies.
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer prof. mr. A.W. Jongbloed, voorzitter, de heer drs. G.J. Visser, mevrouw J.M.A. van Haren, leden, op 7 juli 2025.
de heer prof. mr. A.W. Jongbloed
Datum verzending
: 23 juli 2025
Zaaknummer
: 665886/782510
De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.