Commissie: Energie Zakelijk
Categorie: Opzegging overeenkomst
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
225225/232807
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De verbruiker diende een klacht in tegen het energiebedrijf omdat zijn contract voor gas en elektriciteit voortijdig was beëindigd, waardoor hij te maken kreeg met hogere tarieven en een opzegvergoeding van ruim € 6.000. Volgens de commissie heeft het bedrijf het oorspronkelijke contract onterecht per 15 juni 2022 stopgezet, terwijl het eigenlijk tot 10 juli 2022 zou lopen. Daarna zijn er nieuwe contracten aangeboden, maar die zorgden voor verwarring en financiële nadelen voor de verbruiker. De commissie oordeelt dat het bedrijf fouten heeft gemaakt en dat de verbruiker niet verantwoordelijk is voor de onduidelijkheden rond de contracten. Daarom moet het bedrijf de hogere tarieven corrigeren naar het oude contract en de opzegvergoeding terugbetalen. Ook krijgt de verbruiker het klachtengeld van €181,50 vergoed. De klacht is gegrond.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Het gaat in deze zaak om de voortijdige beëindiging van een contract op initiatief van het bedrijf. Als gevolg daarvan wordt een aantal correcties aangebracht door nieuwe overeenkomsten aan de verbruiker/aangeslotene te presenteren. Daarbij wordt door het bedrijf ten onrechte hogere tarieven berekend over een bepaalde periode en ook een opzegvergoeding in rekening gebracht.
Beoordeling
Partijen hadden een contract (verder contract 1) voor de levering van gas en elektriciteit tot 10 juli 2022. Het bedrijf heeft de verbruiker/aangeslotene op 14 juni 2022 bericht dat het contract op 10 juli 2022 zou aflopen. Op 15 juni 2022 heeft de verbruiker/aangeslotene aan het bedrijf bericht dat hij het contract wilde opzeggen met ingang van het einde van zijn huidig contract (hij meende 12 juli 2022, maar bedoelde 10 juli 2022). Hij stapte over naar bedrijf 2. Het bedrijf heeft het contract per 15 juni 2022 beëindigd en € 100,– berekend wegens vroegtijdige beëindiging. Dat bedrag is later gerestitueerd. Bij de stukken bevinden zich vervolgens een door de verbruiker/aangeslotene getekend jaarcontract d.d. 12 mei 2022 (verder contract 2) betreffende gas en elektriciteit met als gewenste startdatum 15 juni 2022 en een jaarcontract d.d. 24 mei 2022 (verder contract 3) betreffende gas met ingangsdatum 10 juli 2022. Het bedrijf heeft contract 3 beschouwd als een voortzetting van contract 1. De contracten 2 en 3 zijn via een tussenpersoon (bedrijf 2) gesloten.
Bedrijf 2 is elektriciteit aan de verbruiker/aangeslotene gaan leveren met ingang van 10 juli 2022.
Het bedrijf heeft aan de verbruiker/aangeslotene voor elektriciteit betreffende contract 2 een opzegvergoeding ad € 6.139,38 berekend.
De verbruiker/aangeslotene klaagt over de berekende opzegvergoeding en de hogere tarieven in vergelijking met contract 1 die hij uit hoofde van contract 2 in de periode 15 juni tot 10 juli 2022 heeft moeten betalen. De commissie stelt vast dat de verbruiker/aangeslotene de meterstanden niet betwist, zodat het verbruik vaststaat.
De commissie stelt vast dat het bedrijf zonder opgave van de verbruiker/aangeslotene contract 1 per 15 juni 2022 heeft beëindigd. Dat volgt uit de hiervoor beschreven gang van zaken op 14 en 15 juni 2022 en de restitutie door het bedrijf van de berekende vergoeding van € 100,–. Vervolgens is door de verbruiker/aangeslotene het hem door de vertegenwoordiger van het bedrijf (bedrijf 2 die immers namens het bedrijf offertes uitbrengt) aangeboden contract 2 getekend, dat aan hem bevestigd is, voor de levering van gas en elektriciteit met ingang van 15 juni 2022. Twaalf dagen later is het door de vertegenwoordiger van het bedrijf aan de verbruiker/aangeslotene aangeboden contract 3 getekend voor levering van gas met ingang van 10 juli 2022.
Het is de commissie onduidelijk hoe contract 2 de datum 12 mei 2022 kan dragen. Immers de daarin vermelde gewenste startdatum (15 juni 2022) zou pas op 15 juni 2022 bepaald kunnen zijn, toen het bedrijf meende op die datum contract 1 te moeten beëindigen. Het lijkt er dan ook op dat contract 2 gegevens bevat die later aangepast zijn. Voorts is onduidelijk waarom het bedrijf het zijns inziens gesloten contract 2 (periode 15 juni 2022 tot 15 juni 2023) voor wat betreft gas annuleert zonder opzegvergoeding en vervangt door contract 3, eveneens voor de levering van gas, met ingang van 10 juli 2022, maar wel contract 2 voor elektriciteit in stand laat.
Uit de beschreven gang van zaken concludeert de commissie dat het bedrijf, althans zijn vertegenwoordiger, zich na contract 2 gerealiseerd moet hebben dat contract 2 niet juist was en dat de levering van gas en elektriciteit tot 10 juli 2022 voortgezet moest worden en dat daarna alleen gas geleverd moest worden, zoals overeengekomen is in contract 3. De vervolgens uitgevoerde correcties hebben een aantal financiële nadelen voor de verbruiker/aangeslotene opgeleverd.
Omdat het bedrijf ten onrechte de levering van gas en elektriciteit per 15 juni 2022 heeft beëindigd, dient hij de uit hoofde van contract 2 aan de verbruiker/aangeslotene berekende hogere tarieven aan te passen naar het niveau van contract 1. De opzegvergoeding voor elektriciteit betreffende contract 2 had niet berekend moeten worden omdat uit de mail van de verbruiker/aangeslotene d.d. 15 juni 2022 duidelijk was dat in elk geval de levering van elektriciteit diende te eindigen op 10 juli 2022. Kennelijk heeft het bedrijf, althans diens vertegenwoordiger, verzuimd de annulering van contract 2 voor gas ook te laten gelden voor elektriciteit. In die situatie acht de commissie niet van belang dat de verbruiker/aangeslotene contract 2 getekend heeft, te meer omdat niet duidelijk is hoe hij dat contract al op 12 mei 2022 heeft kunnen tekenen.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie bepaalt dat het bedrijf binnen 14 dagen na verzending van dit advies zijn facturen dient te corrigeren in die zin dat de afrekening van het verbruik over de periode 15 juni 2022 tot 10 juli 2022 plaatsvindt volgens de tarieven van het hiervoor genoemde contract 1. Voorts dient het bedrijf binnen dezelfde periode aan de verbruiker/afnemer de berekende opzegvergoeding ad € 6.139,38 te crediteren.
Bovendien dient het bedrijf overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 181,50 aan de verbruiker/aangeslotene te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is het bedrijf aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie zakelijk, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer R.A. Timmer, de heer mr. C.J.J. Havermans, leden, op 7 maart 2024.