Commissie: Energie
Categorie: Deskundigenonderzoek
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: tussenadvies
Uitkomst: aanvullend deskundigenonderzoek nodig
Referentiecode:
242831/354678
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De zaak gaat over een conflict tussen een consument en een energieleverancier over het gebruik en de registratie van een tweede gas- en elektriciteitsmeter in een woning. De consument stelt dat deze meters tussenmeters waren, bedoeld om het verbruik op de tweede etage te meten, en dat hij nooit een aparte aansluiting of leveringsovereenkomst voor huisnummer 176A heeft afgesloten. De leverancier en netbeheerder beweren echter dat er sinds 1997 een officiële aansluiting met een eigen EAN-code bestond voor 176A, en dat de consument zelf heeft gevraagd om levering op dat adres. De consument heeft een bedrag van € 4.706,89 niet betaald en bij de Geschillencommissie gedeponeerd. De commissie heeft nog geen definitief oordeel geveld, maar wil eerst een deskundige laten onderzoeken hoe de gasleidingen lopen, wat het effect is van het afsluiten van de hoofdkraan, en of de verwijderde meter een zelfstandige aansluiting was. Totdat dit onderzoek is afgerond, stelt de commissie haar beslissing uit.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 1 oktober 2019 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van energie (gas en elektriciteit) tegen een daarvoor door de consument te betalen prijs. Het geschil betreft een meningsverschil over het karakter van een tweede gasmeter en tweede elektriciteitsmeter in een aan de consument toebehorend pand (aparte, zelfstandige meetinrichting of tussenmeter). De consument heeft op 28 juni 2023 de klacht voorgelegd aan de leverancier. De consument heeft een bedrag van € 4.706,89 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.
Standpunt van de consument
In 2006 is de consument door vererving eigenaar geworden van een pand met nummer 176. De erflaatster woonde in het pand en had daarin kamers verhuurd. In het pand zaten één elektriciteitsmeter en twee gasmeters. Het gasverbruik voor het hele pand werd geregistreerd door de hoofdmeter.
Ten behoeve van de huurders van zijn pand heeft de consument een leveringsovereenkomst gesloten met de leverancier. In het pand waren dubbele gas- en elektrameters aanwezig, waarvan één stel (verder: de tweede meters) diende om het verbruik van gas en elektriciteit ten behoeve van de tweede etage te meten. Op deze meters was een sticker aangebracht met de tekst “eigen meter” en zij bevonden zich in de leiding achter de hoofdmeters. De eerste meters (hoofdmeters) registreerden het volledige verbruik van het pand.
De eerste meters zijn door medewerkers van de netbeheerder vervangen door een slimme meter. Ook deze registreert het totale verbruik ten behoeve van het gehele pand. Daarbij hebben zij ongevraagd en zonder enig overleg de twee extra meters (gas en elektriciteit) in de hal van het pand tot aparte aansluiting verheven. De leverancier is hierin zonder overleg met de consument meegegaan en heeft het op de tweede meters geregistreerde verbruik bij de consument in rekening gebracht als een niet bestaande aansluiting voor nr. 176A.
Toen de consument bemerkte dat de leverancier facturen voor twee aansluitingen zond, heeft hij de tweede meters laten verwijderen. Daarbij is de tweede gasmeter vervangen door een simpel stuk buis. Daaruit volgt al dat het om een tussenmeter ging en niet om een aparte aansluiting.
De consument is een leveringscontract aangegaan voor een aansluiting op nummer 176. De consument betwist dat hij een tweede leveringsovereenkomst is aangegaan voor een aansluiting op nummer 176A. Er bestaat geen nummer 176A en de leverancier had dit – na bezwaar van de consument – eenvoudig kunnen controleren via Aansluiting.nl. Dat had de leverancier geleerd dat er slechts één aansluiting geregistreerd staat op nummer 176 en geen tweede op 176A. Zou die er wel geweest zijn, dan zou uit de registratie bij Aansluiting.nl zijn gebleken dat en wanneer die was verwijderd. De leverancier gaat er echter ten onrechte vanuit dat er twee aparte aansluitingen waren. Daardoor heeft de consument ten onrechte een deel van het verbruik dubbel in rekening gekregen. Om die reden betwist de consument de verschuldigdheid van een gefactureerd bedrag van € 4.706,89.
De consument verlangt, zo begrijpt de commissie, de kwijtschelding van de factuur, voor zover die is gebaseerd op het door de tweede meters geregistreerd verbruik.
Standpunt van de leverancier
Het standpunt van de leverancier luidt in hoofdzaak als volgt.
De leverancier merkt op dat zij niet gaat niet over de fysieke aansluitingen. Dit ligt bij de netbeheerder. Volgens de netbeheerder bestond de aansluiting op 176A met EAN-code 871689290705216760 al sinds 1997. Het enige wat er is gebeurd is dat deze meter is vervangen voor een nieuwe meter. Of dit wel of niet met de consument is besproken heeft de leverancier niet kunnen achterhalen. Wel gaat het hier om een daadwerkelijke meter die op het netwerk is aangesloten en niet een tussenmeter. De consument heeft deze laten verwijderen.
Op 2 oktober 2019 heeft de consument een aanmelding bij leverancier gedaan voor huisnummer 176. Op 28 oktober 2019 heeft zijn de volgende vraag van hem ontvangen:
“ik heb 2 gasmeters eentje is van de 2e etage. dit was vroeger een aparte woning. nu moet deze alsnog aangesloten worden kan dit geregeld worden”.
Naar aanleiding van dit verzoek is de leverancier op 29 oktober 2019 op de aansluiting van 176A gaan leveren. De consument heeft de leverancier zelf geattendeerd op deze tweede aansluiting en heeft ook zelf verzocht daarop te gaan leveren. Daarnaast heeft de leverancier hem de aanmeldbevestiging gestuurd en hem een reactie gegeven op zijn verzoek.
Voor de aansluiting van 176A heeft de leverancier tussen 2019 en 2023 verschillende jaarrekeningen en een eindrekening gemaakt en verstuurd. Tot 2021 heeft de consument aan de leverancier van de aansluiting op 176A ook de meterstand doorgegeven. Daarna kreeg de leverancier, ondanks meerdere herinneringen, geen meterstand meer van de consument. De jaarrekeningen en eindrekening zijn bij het verweer van de leverancier gevoegd als bijlagen 3, 4, 5 en 6.
Op 6 april 2023 heeft de consument de aansluiting van 176A opgezegd en daar een bevestiging van gekregen. Ook naar aanleiding van het opzeggen heeft hij geen meterstand doorgegeven. Gelet op de foto die hij de leverancier op 7 maart 2023 heeft toegestuurd blijken de berekening van meterstanden in het verleden in de buurt te komen van de werkelijkheid. Helaas kon de leverancier deze meterstand niet gebruiken voor het afmelden per 6 april 2024, omdat er te veel tijd was verstreken. De consument heeft niet gereageerd op een verzoek om de meterstand door te geven.
Omdat de consument meerdere keren contact met de leverancier heeft gehad over deze kwestie, heeft de leverancier een klacht in behandeling gehad. Op 28 juni 2023 is deze klacht afgehandeld. De consument heeft de mogelijkheid gehad om de vordering alsnog te betalen, maar heeft dit niet gedaan. Omdat betaling uitbleef en de leverancier verder geen bericht van de consument ontving, heeft de leverancier op 15 september 2023 de overeenkomst beëindigd voor de aansluiting met huisnummer 176.
De leverancier gaat uit van de juistheid van de registratie van meters door de netbeheerder. In het geval van de consument was de meter gekoppeld aan 176A niet een eigen- of tussenmeter. Deze meter bestond volgens de netbeheerder al sinds 1997 en was aangesloten op het netwerk. Omdat dit om een werkelijke aansluiting gaat en geen tussenmeter, zijn er ook netwerkkosten die betaald dien(d)en te worden, zoals de leverancier namens de netbeheerder in rekening heeft gebracht op de jaarrekeningen en eindrekening. De consument heeft de leverancier zelf verzocht om op deze extra aansluiting te gaan leveren en had moeten weten dat hij daar netwerkkosten voor ging betalen.
Doordat de leverancier van de consument sinds 2021 geen meterstand ontvangen heeft, heeft de leverancier de meterstand moeten berekenen. Gezien de foto van 7 maart 2023 zal het verbruik dat in rekening is gebracht nagenoeg kloppen. De consument heeft uiteindelijk door zijn stellingname besloten niet meer aan zijn betalingsverplichting te voldoen, waardoor de leverancier op 27 november 2023 genoodzaakt was de vordering uit handen te geven aan een incassobureau.
De consument heeft een bedrag van € 4.706,89 bij de commissie in depot gestort. Op dit moment staan er bij de leverancier geen verschuldigde bedragen open, omdat de vordering op 27 november 2023 is overgedragen aan een incassobureau. De leverancier vraagt daarom ook niet om betaling uit het depot. Wel verzoekt zij om de klacht af te wijzen.
Ter zitting heeft de leverancier verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
Vanaf 2019 is apart gefactureerd voor verbruik op nummer 176A, naast facturen voor nummer 176. Over die oudere facturen voor nummer 176A is nooit geklaagd. Voor nummer 176A zijn ook telkens aparte meterstanden doorgegeven. In 2019 heeft de consument ons nog gebeld met de opmerking dat hij een tweede aansluiting had en de vraag of wij daar ook op wilden leveren. Wij zijn daarom altijd uitgegaan van twee aparte gasaansluitingen.
Vanaf maart 2023 zijn de maandtermijnen niet meer betaald. Maar bij ons staat geen bedrag meer open, omdat wij onze vordering hebben overgedragen aan een incassobureau. Bij de overdracht aan dat bureau stond een bedrag open van € 4.163,77 exclusief aanmaningskosten voor de nummers 176 en 176A tezamen. Voor nummer 176A betreft het de eindafrekening plus drie onbetaald gebleven termijnbedragen.
Standpunt van de netbeheerder
Het standpunt van de netbeheerder luidt in hoofdzaak als volgt.
In het Centraal aansluitingen register (CAR) zijn in totaal drie aansluitingen/EAN te vinden op het genoemde adres. Namelijk:
• 871689290702491016 – Doornstraat 176 – elektrameter (E0052005333642019) – Status in bedrijf;
• 871689290705216753 – Doornstraat 176 – gasmeter (G0039001932095219 )– Status in bedrijf;
• 871689290705216760 – Doornstraat 176 A – Solo gasmeter – Status gesloopt.
De consument geeft in zijn klacht aan dat 176A niet in de systemen van de netbeheerder zou voorkomen, wat zou blijken uit het raadplegen van www.mijnaansluiting.nl en uit contacten met het klantcontactcenter van de netbeheerder. Dat is opvallend. De EAN code is namelijk bij de eerste raadpleging van het systeem al zichtbaar. Het afnemen van de gasmeter of het verwijderen van de gasaansluiting leidt namelijk enkel tot een statuswijziging naar “uit bedrijf” of “sloop”. EAN-codes worden nooit volledig verwijderd uit het CAR. Mogelijk heeft de klant een verwijdering van de (gas)aansluiting aangevraagd via www.mijnaansluiting.nl en te horen kreeg dat deze aansluiting reeds gesloopt was, waardoor een aanvraag niet meer mogelijk was.
Uit onderzoek op de afdeling dataverwerking is het navolgende gebleken.
De consument voert aan dat er oorspronkelijk (in 2006) één netaansluiting voor gas en elektriciteit aanwezig was op de begane grond in de hal. Volgens hem bevond zich destijds ook een tussenmeter voor gas op de eerste verdieping van het pand, die tijdens een renovatie in 2007 zou zijn verplaatst naar de hal op de begane grond. In dezelfde periode zou er ook een tussenmeter voor elektriciteit zijn geplaatst. Beide meters, die volgens de klant tussenmeters zijn, zouden zijn gelabeld met “eigen meter.”
Uit de informatie die de netbeheerder van de afdeling dataverwerking heeft ontvangen, blijkt echter dat de elektriciteitsmeter sinds 1970 geregistreerd staat en beide gasmeters sinds 1997. De bewering van de klant dat de tweede gasmeter in 2006 nog niet bij ons geregistreerd stond, is dus onjuist.
871689290702491016 – nummer 176 (elektra)
– E0052005333642019 : 24.10.2019 – nog in gebruik
– 6029366: ergens in 1970 – 24.10.2019
871689290705216753 – nummer 176 (gas)
– G0039001932095219: 24.10.2019 – nog in gebruik
– 20623438: 2 juli 1997 – 24.10.2019
871689290705216760 – nummer 176 A (gas inmiddels gesloopt)
– 20623410: 2 juli 1997 – 04.01.2024 (Waarschijnlijk al eerder fysiek afgenomen maar later verwerkt).
Er heeft nooit een tweede elektriciteitsaansluiting volgens het CAR.
In 2006 (het moment van vererving van de woning) was er dus al een eigen EAN-code voor 176A voor gas, en de gasmeter geregistreerd en gekoppeld aan het adres. Het betrof geen tussenmeter.
De leverancier en de netbeheerder hebben dus terecht kosten in rekening gebracht bij consument.
Daarbij, het is onmogelijk dat er zomaar “vanuit het niets” een EAN-code ontstaat en een administratieve aansluiting wordt gegenereerd. Hier gaat altijd een aanvraag van een klant aan vooraf. Vermoedelijk heeft de tante van consument destijds een eigen gasaansluiting aangevraagd voor nummer 176A.
Ter zitting heeft de netbeheerder verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
Wij hebben een monopolie op het verwijderen van een meter. Elke installateur behoort dat te weten. Als een installateur een meter wil verwijderen, dan heeft hij daarvoor een opdracht van ons nodig. Ik kan me dan ook moeilijk voorstellen hoe de consument zelf, buiten medeweten van ons om, de tweede meter heeft kunnen (laten) verwijderen. Zo’n verwijdering wordt bij ons intern geadministreerd.
We hebben de administratie nagekeken, maar daarin geen opdracht tot verwijdering kunnen terugvinden. Wel hebben we gezien dat de tweede aansluiting “op sloop” is gezet, niet “op verwijdering”. Maar een installateur mag een meter niet eigenmachtig of in opdracht van de consument verwijderen. Wat er is gebeurd vinden wij wel raar, want voor nummer 176A was wel een aparte EAN-code afgegeven. Dat gebeurt niet voor een tussenmeter, alleen voor een zelfstandige meter.
De netbeheerder verzoekt de commissie om op grond van bovenstaande de klacht van consument ongegrond te verklaren. Mocht de commissie zich daartoe nog niet voldoende voorgelicht achten, dan stelt de netbeheerder voor om een deskundige de situatie ter plekke op te laten nemen.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De commissie heeft behoefte aan een nader onderzoek door een ter zake deskundige. Meer in het bijzonder dient de deskundige schematisch vast te leggen hoe de gasleiding(en) naar en in nummer 176 en nummer 176A verlopen, waar zich in die leidingen de huidige meter bevindt en waar zich de verwijderde meter heeft bevonden.
De commissie verzoekt de deskundige ook te onderzoeken wat het effect op nummer 176A is van het dichtdraaien van de hoofdkraan van het gas op nummer 176. Komt er in dat geval nog gas binnen op nummer 176A en, zo ja, langs welke leiding en hoe wordt dat verbruik geregistreerd?
Verder verzoekt de commissie de deskundige foto’s te maken van de plek waar de verwijderde meter heeft gezeten. Ook verzoekt de commissie de deskundige om vast te stellen of op die plek een gasleiding (of meerdere gasleidingen) is/zijn afgedopt.
In afwachting van het bericht van de deskundige houdt de commissie elke verdere beslissing aan.
Beslissing
De commissie bepaalt dat een (nader) onderzoek zal worden ingesteld door een ter zake deskundige, waarbij in het bijzonder de hiervoor geformuleerde vraagstelling aan de orde zal worden gesteld.
De deskundige zal schriftelijk rapport aan de commissie uitbrengen. Het rapport zal in afschrift aan partijen worden gezonden. Partijen worden in de gelegenheid gesteld daarop binnen twee weken schriftelijk hun op- en aanmerkingen aan de commissie kenbaar te maken.
Tenzij (één der) partijen uitdrukkelijk te kennen geven (geeft) een nadere mondelinge behandeling op prijs te stellen, zal de commissie vervolgens op basis van de stukken bindend adviseren.
Elk verdere beslissing wordt aangehouden.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mr. R.J.M. Cremers, voorzitter, en ing. C. Verloop en mw. mr. E.J.P.J.M. Kneepkens, leden, op 18 november 2024.