Commissie: Energie
Categorie: Energie
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies na tussen advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
242831/354678
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De zaak gaat over een conflict tussen een consument en een energieleverancier over het gasverbruik van woning 176A. De consument beweert dat er een tussenmeter was die alleen het verbruik van 176A registreerde, terwijl de leverancier stelt dat er een aparte aansluiting was. De commissie liet een deskundige onderzoek doen, die concludeerde dat het huidige verbruik van 176A via de bestaande meter loopt en dat de plek van de oude meter niet het verbruik van 176A registreerde. Hierdoor wordt het verhaal van de consument niet bevestigd. De klacht is daarom ongegrond. Wel krijgt de consument het gestorte bedrag van € 4.706,89 terug, omdat de leverancier de vordering heeft overgedragen aan een incassobureau, waarover de commissie geen oordeel geeft.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Voor de samenvatting wordt verwezen naar het hierna te noemen tussenadvies.
Beoordeling
Voor het standpunt van partijen wordt kortheidshalve naar voormeld tussenadvies verwezen.
De commissie heeft in voormeld tussenadvies overwogen als volgt: De commissie heeft behoefte aan een nader onderzoek door een ter zake deskundige. Meer in het bijzonder dient de deskundige schematisch vast te leggen hoe de gasleiding(en) naar en in nummer 176 en nummer 176A verlopen, waar zich in die leidingen de huidige meter bevindt en waar zich de verwijderde meter heeft bevonden. De commissie verzoekt de deskundige ook te onderzoeken wat het effect op nummer 176A is van het dichtdraaien van de hoofdkraan van het gas op nummer 176. Komt er in dat geval nog gas binnen op nummer 176A en, zo ja, langs welke leiding en hoe wordt dat verbruik geregistreerd? Verder verzoekt de commissie de deskundige foto’s te maken van de plek waar de verwijderde meter heeft gezeten. Ook verzoekt de commissie de deskundige om vast te stellen of op die plek een gasleiding (of meerdere gasleidingen) is/zijn afgedopt. In het dictum heeft de commissie conform het overwogene een opdracht aan een deskundige gegeven.
De deskundige E. Fennema heeft op 24 juli 2025 zijn rapport uitgebracht. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld daarop te reageren, waarvan de consument en de leverancier gebruik hebben gemaakt.
De deskundige heeft als volgt gerapporteerd:
Doordat er geen toegang kon worden verkregen tot 176A kon niet worden vastgesteld of gasafname van 176A via de aanwezige meter verloopt. Wel kon worden vastgesteld dat het gasverbruik van gastoestellen op de begane grond en 1e verdieping via de aanwezige gasmeter loopt. Uit visuele inspectie van de gasmeterkast blijkt echter dat op dit moment alle zichtbare binnenleidingen zijn aangesloten op de aanwezige gasmeter. Het is daarom zeer waarschijnlijk dat in de huidige situatie ook het gasverbruik van 176A via de aanwezige gasmeter loopt. Koperen leiding en knelfittingen tussen ijzeren leidingen duiden erop dat de gasleidingen in het verleden zijn aangepast. Het is op basis van onderzoek ter plaatse niet vast te stellen hoe de leidingen en de huidige meter in het verleden waren aangesloten, en hoe de tussenmeter was aangesloten. Opvallend is dat de tweede, afgedopte gasaansluiting niet verzegeld is. Via deze aansluiting zou eenvoudig gas afgenomen kunnen worden zonder dat dit wordt geregistreerd.
De commissie overweegt dat het in de kern gaat om de vraag of de verwijderde gasmeter een tussenmeter was (standpunt consument) of een aparte gasmeter voor een deel van het gebouw (standpunt leverancier en netbeheerder). De discussie tussen partijen heeft zich op de gasmeter geconcentreerd, hoewel ook de elektriciteitsmeter ter discussie stond. De commissie gaat ervan uit dat de discussie over elektriciteitsmeter het lot van de gasmeter volgt. De commissie gaat ervan uit dat het huidige gasverbruik van 176A via de thans aanwezige gasmeter loopt. Zij komt tot dit standpunt op basis van de bevindingen van de deskundige, die op dit punt overeenstemmen met het standpunt van de consument. Uit de rapportage van de deskundige volgt dat niet vast te stellen is hoe de leidingen en de huidige meter in het verleden waren aangesloten. De consument heeft tijdens het onderzoek aangegeven dat de meter zich heeft bevonden (de commissie verwijst naar de door de deskundige in de bijlage bij zijn rapport schematisch weergegeven situatie) tussen [T-stuk A] en [T-stuk B]. Deze locatie is aannemelijk, maar kon niet worden geverifieerd. Echter zou in dat geval de tussenmeter niet het gasverbruik van 176A registreren, maar dat van de benedenverdieping en de 1e etage. Ook is het mogelijk dat er in het verleden een huisdrukregelaar en gasmeter tussen de rechter afsluiter [2] en [T-stuk B] heeft gezeten. Immers is het pand voorzien van twee hoofdkranen en daarmee voorbereid voor twee gasmeters.
De commissie constateert dat de door de consument aangegeven plaats van de (tussen)meter niet het verbruik van 176A zou hebben geregistreerd, maar dat van de benedenverdieping en de eerste etage. Dat is in strijd met de stelling van de consument die immers spreekt over een tussenmeter voor het gasverbruik van 176A. Bovendien valt op dat vóór de huidige gasmeter een mogelijkheid gecreëerd is om een tweede gasmeter (dus niet een tussenmeter) te plaatsen.
Uit het voorgaande volgt dat het standpunt van de consument niet bevestigd wordt door het onderzoek van de deskundige. De klacht van de consument wordt dan ook afgewezen.
Voor de volledigheid wijst de commissie de netbeheerder op het door de deskundige geconstateerde feit dat de tweede afgedopte aansluiting niet verzegeld is.
Nu de consument in het ongelijk zal worden gesteld, dient het in depot gestorte bedrag in principe aan de leverancier uitgekeerd te worden. Deze heeft echter betoogd geen vordering meer op de consument te hebben, omdat hij de vordering overgedragen heeft aan een incassobureau. Dat leidt tot de beslissing dat het in depot gestorte bedrag aan de consument uitgekeerd zal worden. De commissie wijst erop dat zij geen oordeel geeft over de vordering van het incassobureau.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend.
Het in depot gestorte bedrag ad € 4.706,89 wordt aan de consument uitgekeerd.
Overeenkomstig het reglement van de commissie zijn de leverancier en de netbeheerder aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer ing. C. Verloop, mevrouw mr. E.J.P.J.M. Kneepkens, leden, op 12 augustus 2025.