Commissie: Energie
Categorie: Factuur / Informatieverstrekking
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
227551/234226
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument had een conflict met zijn energieleverancier over een eindafrekening van bijna € 3.000 na het beëindigen van zijn contract. Hij vond dat hij niet goed was geïnformeerd over de tarieven, twijfelde aan het verbruik en kon geen contact krijgen met het bedrijf om een betalingsregeling te treffen. Ook vroeg hij om vergoeding van verzendkosten voor aangetekende brieven en om een speciale korting. De ondernemer gaf aan dat de hoge rekening kwam door het verbruik in de wintermaanden en minder opbrengst van zonnepanelen, en dat de consument op tijd was geïnformeerd over de tariefwijziging. De vordering was eerst overgedragen aan een incassobureau, maar wordt nu teruggehaald. De commissie oordeelde dat de factuur niet onjuist is, dat de consument geen bewijs heeft geleverd dat het verbruik of de tarieven niet kloppen, en dat hij zelf zijn meterstanden had kunnen controleren. Er is geen wettelijk recht op de korting en de consument heeft geen contract of duidelijke onderbouwing gegeven. Ook is er geen noodzaak voor een kopie van de cessie-akte, omdat de vordering weer bij de ondernemer ligt. De commissie vindt dat de consument gewoon aan de ondernemer kan betalen en dat zijn klachten ongegrond zijn. Daarom wordt zijn verzoek afgewezen en moet hij zelf de kosten van het geschil dragen.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van energie (gas en elektriciteit) tegen een daarvoor door de consument te betalen prijs. Het geschil heeft betrekking op de eindafrekening die de ondernemer heeft gestuurd over de periode van 19 december 2022 tot en met 21 april 2023 ten bedrage van € 2.969,78 en de overdracht van de vordering aan een incassobureau.
Standpunt van de consument
Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.
De vordering op grond van de eindafrekening is overgedragen aan een derde. Conform artikel 3:94 lid 4 BW wordt een terhandstelling van een door vervreemder gewaarmerkt uittreksel van de akte en van haar titel gevraagd. De ondernemer wil die niet verstrekken.
Verder houdt de ondernemer zich onbereikbaar waardoor de consument genoodzaakt is om per aantekende brieven te communiceren. De hieraan verbonden kosten wil de ondernemer niet vergoeden. Daarom verlangt de consument een vergoeding voor de verzendkosten van zeven aangetekende brieven à € 9,25.
Tot slot maakt de consument aanspraak op een uitkering van de korting.
Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
Naar aanleiding van de rekening die ik ontving wilde ik in overleg treden met de ondernemer voor het treffen van een betalingsregeling. Overleg daarover bleek onmogelijk. Vervolgens kreeg ik een brief van een incassobureau. Of de juiste tarieven zijn gehanteerd weet ik niet. Ik heb nooit bericht ontvangen over een tariefswijziging. De ondernemer heeft altijd de omvang van het voorschot bepaald. Ik heb ook geen idee of het berekende verbruik klopt. Dat heb ik niet nagekeken. De discussie gaat niet over de rekening op zich, maar over de vraag tegenover wie ik die moet betwisten. Ik heb niet veel meer te vragen aan de ondernemer. Ik vraag wel nadere informatie op bij het incassobureau. Ik weet niet wat er is overgedragen en ik betwist de rekening. Ik vermoed dat iemand een poging doet tot oplichting.
Ik ben deze procedure gestart omdat ik geen contact kon krijgen met de ondernemer over de rekening. Volgens mij was het berekende voorschot te hoog. Verder is het laatste tarief niet met mij gecommuniceerd en maak ik aanspraak op de korting.
Standpunt van de ondernemer
Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.
De ondernemer heeft per 27 april 2023 de eindafrekening over de periode van 19 december 2022 tot en met 21 april 2023 voor de consument opgemaakt als gevolg van de beëindiging van zijn leveringsovereenkomst in verband met zijn overstap naar een andere energieleverancier. Deze rekening sluit op een bijbetaling van € 2.969,78. Deze bijbetaling wordt veroorzaakt door het moment van het beëindigen van de leveringsovereenkomst. De leveringsperiode behelst voornamelijk de “koude” maanden waarin normaliter het merendeel van het gasverbruik wordt gerealiseerd. In de situatie van de consument werkt het nadelige effect van de leveringsperiode dubbelop, omdat zijn zonnepanelen in de winterperiode ook minder stroom opwekken, waardoor zijn elektriciteitsverbruik naar verhouding erg hoog ligt. De ondernemer is van mening dat het termijnbedrag dat zij voor hem berekend heeft na zijn laatste jaarrekening voldoende was om de werkelijke energiekosten na een jaar verbruik af te dekken, rekening houdend met de omstandigheid dat het verbruik in de zomer lager is.
De consument vraagt om opvolging te geven aan artikel 3:94 BW lid 4. Het gaat hier om de door hem niet betaalde eindrekening. In verband met het uitblijven van de betaling, heeft de ondernemer uiteindelijk de stap gezet om de vordering te verkopen aan een externe partij. Met de verkoop wordt ook de juridische eigendom van de vordering overgedragen aan die partij. Uit een nacontrole is gebleken dat de ondernemer de vordering ten onrechte heeft verkocht. Zij heeft wel het juist incassotraject gevolgd om de vordering te mogen verkopen, echter kan de ondernemer de aangemaakte aanmaning niet herproduceren. Daarmee kan zij niet het bewijs leveren dat deze ook werkelijk verstuurd is aan de consument. De mogelijkheid is aanwezig dat de eindrekening wel de aanmaanfase heeft bereikt, maar het bijbehorende document niet is verzonden. De ondernemer heeft om deze reden het proces opgestart om de verkoop ongedaan te maken. De betaling voor de eindrekening kan de consument derhalve weer aan de ondernemer voldoen en daarmee is er volgens de ondernemer ook geen noodzaak meer om in te gaan om het verzoek van de consument om opvolging te geven aan artikel 3:94 BW lid 4.
De consument geeft aan dat hij recht heeft op de korting. Hij geeft aan hierop recht te hebben aan de hand van een paragraaf uit verslag. De ondernemer is er als energieleverancier niet mee bekend dat zij een korting moet toekennen aan de inwoners van de noordelijke provincies. Uit de door de consument toegevoegde stukken is ook niet af te leiden waarin deze korting dan geregeld is.
De consument geeft middels de toegevoegde stukken aan dat hij bezwaar maakt tegen de leveringstarieven per 1 januari 2023 en dan met name het teruglevertarief. Wat zijn bezwaar precies inhoudt, geeft de consument niet aan. De ondernemer heeft hem op 30 november 2022 geïnformeerd over de aanstaande tariefswijziging per 1 januari 2023. Daarmee heeft zij voldaan aan de gewenste 30 dagen aankondigingstermijn. De consument heeft op 7 december 2022 op deze tariefcommunicatie gereageerd. Hier kan het bezwaar dan ook geen betrekking op hebben. Er is sprake van een vrije energiemarkt. Dat betekent dat de consument zelf kan kiezen door welke energieleverancier hij zijn elektriciteit en gas geleverd krijgt. Daarmee kan hij ook kiezen voor de energieleverancier die bijvoorbeeld wat tarieven betreft het beste aansluit bij zijn behoefte. Uiteindelijk heeft de consument dat in april 2023 ook gedaan door de keuze te maken voor een andere energieleverancier.
De consument geeft aan dat hij een langere periode de website van de ondernemer niet kon bereiken. Helaas heeft de ondernemer, zeker in het voorjaar van 2023, meerdere momenten van verstoringen ervaren. Steeds meer klanten zijn bezig om inzicht te krijgen in hun energieverbruik. De ondernemer heeft gezien dat na bepaalde media-uitingen het aantal bezoekers van de online omgevingen dusdanig hoog was dat haar IT-landschap daar niet op ingericht was. Mogelijk heeft de consument hier ook last van gehad. De ondernemer vindt dat vanzelfsprekend erg vervelend, maar kan daar nu niet veel meer aan doen, aangezien hij geen leveringsovereenkomst meer heeft met de consument.
De consument geeft aan dat het voor hem niet mogelijk was om via zijn eigen online omgeving een betalingsregeling aan te vragen. Zodra iemand zijn of haar leveringsovereenkomst beëindigt, worden bepaalde onderdelen van de online omgeving afgeschermd. Het online treffen van een betalingsregeling is er daar één van. Dit betekent niet dat het treffen van een betalingsregeling niet mogelijk is. Er zijn immers meerdere manieren om met de ondernemer in contact te komen. De ondernemer is weliswaar een online energiebedrijf en geeft dus nadrukkelijke de voorkeur aan online-contact met haar klanten, maar het is dus niet zo dat de consument geen betalingsregeling kon aanvragen. Alleen de door hem gewenste manier was niet beschikbaar. Overigens is het volgens de ondernemer wel zo dat het verkrijgen van een betalingsregeling geen recht is van de klant.
De consument geeft aan dat de ondernemer het voorschotbedrag niet juist berekend zou hebben en dat zij bij de berekening ook rekening moet houden met het prijsplafond. De consument geeft helaas niet aan waarom hij vindt dat de ondernemer het termijnbedrag verkeerd berekend heeft. Zoals eerder in het verweer aangegeven, ligt de verklaring voor de bijbetaling van de eindrekening in het moment van overstappen door de consument. Bij het termijnbedrag van € 359,= zou een reguliere jaarrekening met een volledig verbruiksjaar niet of nauwelijks tot een bijbetaling hebben geleid, wanneer het verbruik rond het verwachte jaarverbruik zou uitkomen.
De ondernemer concludeert dat de voornaamste klacht/vraag van de consument niet langer relevant is, omdat de ondernemer de verkoop van haar vordering op de consument ongedaan aan het maken is. Zodra de verkoop van de vordering ongedaan gemaakt is, heeft de consument een betalingsverplichting aan de ondernemer ten bedrage van de bijbetaling van de eindrekening van € 2.969,78.
De overige behandelde punten in dit verweer zijn in de aanvullende stukken wel benoemd door de consument, maar hij heeft daar niet bij aangegeven wat precies zijn klacht is dan wel wat hij daarin van de ondernemer verwacht. De ondernemer is op grond van het voorgaande van mening dat de klacht moet worden afgewezen.
Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
Wij hebben een verzoek uitgezet om de verkoop van de vordering ongedaan te maken. Dat ongedaan maken is nog niet gebeurd. Voor vragen met betrekking tot de rekening kan de consument bij ons terecht. Wij weten overigens niet wat de consument nu inhoudelijk voor bezwaar heeft tegen de gestuurde factuur. Wij zijn zeker niet door de Staat verrijkt. Wij zouden niet weten hoe. Onze tarieven zijn gecontroleerd door de ACM en redelijk bevonden.
Voor informatie van het incassobureau heeft de consument geen kopie van de cessie-akte nodig. Die heeft hij overigens helemaal niet nodig, omdat wij de vordering bij het incassobureau terugnemen. De consument kan die gewoon aan ons betalen en discussies over de factuur kan hij ook gewoon met ons voeren.
Dat de consument ervoor kiest om met aangetekende brieven te corresponderen is zijn keuze. Daartoe bestond in het geheel geen noodzaak. Wij zijn een internetbedrijf en dan mag je aannemen dat een klant ook in staat is om via het internet (e-mail, chatfunctie) met ons te communiceren. Die mogelijkheden hebben altijd bestaan. En als hij al met brieven wil corresponderen, bestaat er geen enkele noodzaak om dat via aangetekende post te doen.
De omvang van de rekening wordt bepaald door de omstandigheid dat de leveringen zijn begonnen aan het begin van het winter- en stookseizoen en weer beëindigd voor de zomer. De consument heeft daardoor geen kans gehad om via het betalen van voorschotten in een periode met weinig gasverbruik en een hoge opbrengst van zonnepanelen te sparen voor de uiteindelijke eindafrekening.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De commissie is niet gebleken dat de gestuurde factuur inhoudelijk onjuist zou zijn. Het in rekening gebrachte verbruik wordt niet gemotiveerd weersproken. De omstandigheid dat de consument dit niet zelf heeft gecontroleerd komt voor zijn rekening. Hij kan dit eenvoudig doen door geregeld de meterstanden te controleren. Omstandigheden die kunnen doen twijfelen aan de juistheid van de door de ondernemer aangehouden meterstanden zijn niet aangevoerd. Dat de ondernemer de consument niet tijdig zou hebben gewaarschuwd voor een tariefwijziging is de commissie ook niet gebleken. Dat de consument een contract met een vaste prijsafspraak had, is niet gesteld of gebleken. De consument heeft geen contract aan het dossier toegevoegd. Ervan uitgaande dat sprake is geweest van een contract met variabele tarieven had de consument kunnen weten dat de tarieven per 1 januari van een lopend jaar plegen te worden herzien. De ondernemer heeft aangevoerd dat zij de consument op 30 november op de hoogte heeft gesteld van de tariefwijziging per 1 januari. De commissie zijn geen omstandigheden gebleken op grond waarvan aan de juistheid hiervan kan worden getwijfeld. De consument heeft ook niet weersproken dat hij op 7 december telefonisch op de aangezegde tariefwijziging heeft gereageerd.
Voor zover de consument zich beklaagt over de omvang van de vastgestelde voorschotbedragen, is de klacht niet langer relevant, omdat per 27 april 2023 de eindafrekening over de periode van 19 december 2022 tot en met 21 april 2023 voor de consument is opgemaakt na beëindiging van de leveringsovereenkomst. Daarbij zijn de voorschotten verrekend.
De korting betreft, voor zover daarvan sprake is geweest, geen korting of vergoeding waar de consument in zijn contractuele relatie met de ondernemer rechtstreeks aanspraak op kan maken. Een wettelijke of contractuele grondslag voor een dergelijke individuele aanspraak van consumenten is de commissie niet bekend en heeft de consument bij gelegenheid van de gehouden zitting desgevraagd ook niet kunnen aanduiden.
De slotsom luidt dat de commissie geen gronden zijn gebleken om te oordelen dat de gezonden factuur onjuist en (deels) niet verschuldigd zou zijn. De klacht is op dit punt ongegrond.
Voor wat betreft het verstrekken van een kopie van de cessie-akte merkt de commissie op dat de consument daar vooralsnog geen belang bij heeft. Wanneer het incassobureau stappen onderneemt om via de rechter betaling van de factuur af te dwingen, kan de consument de deugdelijkheid van de cessie betwisten en dient het incassobureau aan te tonen dat zij tot invordering gerechtigd is. Het is niet de consument, die in dat geval moet aantonen dat hij aan het incassobureau moet betalen. Volgens verklaring van de ondernemer wordt de vordering echter teruggehaald en in dat geval bestaat helemaal geen aanleiding meer om een cessie-akte te verlangen.
De commissie heeft kennisgenomen van de verklaring van de ondernemer dat de consument zich met klachten of vragen over de factuur tot haar kan wenden en dat de consument bevrijdend kan betalen aan de ondernemer. De commissie gaat er dan ook vanuit dat de vordering niet langer ter incasso uit handen is gegeven.
Op grond van artikel 23 van het Reglement Geschillencommissie Energie komen de kosten die samenhangen met het geschil voor rekening van partijen zelf, voor zover uit artikel 20 van het Reglement (over het klachtengeld) niet anders voortvloeit. De kosten van correspondentie in de aanloop naar dit geschil komen daarom voor rekening van de consument, wiens klachten ongegrond zijn.
Beslist wordt daarom als hierna vermeld.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mr. R.J.M. Cremers, voorzitter, en
mr. Sj.S. Bakker en drs. L. van Rootselaar, leden, op 12 februari 2024.