Geen depot vereist: consument krijgt ontheffing van betalingsverplichting voorafgaand aan behandeling

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Depotbeslissing    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: niet-ontvankelijk   Referentiecode: 797721/1265727

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument heeft bij de Geschillencommissie Energie verzocht om ontheffing van de verplichting om voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling van haar klacht een bedrag in depot te storten. Normaal gesproken moet een consument dit doen als zekerheid voor eventuele betaling aan de ondernemer, mocht de commissie de vordering gegrond verklaren. De commissie benadrukt dat deze depotstorting losstaat van de inhoudelijke beoordeling van het geschil en alleen bedoeld is als betalingszekerheid. Toch kan van deze verplichting worden afgeweken als de consument aannemelijk maakt dat zij financieel niet in staat is het bedrag te storten. In dit geval heeft de consument voldoende informatie aangeleverd over haar inkomens- en vermogenspositie, waaruit blijkt dat zij het bedrag niet kan betalen. Daarom beslist de commissie dat de consument geen depot hoeft te storten. De verdere behandeling van het geschil wordt aangehouden tot een later moment. De uitspraak is een zogenaamde depotbeslissing en vormt een procedurele stap vóór de inhoudelijke beoordeling van de klacht.

De volledige uitspraak

Samenvatting
Depotbeslissing. De commissie is van oordeel dat de consument niet gehouden is om een bedrag in depot te storten, voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling van het geschil.

Beoordeling
Kern van de geschillenregeling is dat de ondernemer moet gedogen dat een geschil door de commissie wordt behandeld, als de consument dat wenst. Hiertegenover staat dat de ondernemer verzekerd moet zijn van de betaling van datgene dat volgens de commissie verschuldigd is. Die zekerheid wordt verkregen door de in het reglement van de commissie voorgeschreven depotstorting. De consument lijdt hierdoor geen nadeel, omdat hij het depotbedrag terugkrijgt indien en voor zover de vordering van de ondernemer wordt afgewezen. Derhalve is de consument in beginsel tot depotstorting verplicht. Van die verplichting kan geen ontheffing worden verleend enkel op grond dat de depotstorting de consument slecht uitkomt of op grond van een inhoudelijke beoordeling van de vordering van de ondernemer door de commissie. Het past de commissie niet zich reeds een oordeel te vormen over de kwestie voordat partijen hun standpunten hebben kunnen toelichten. De depotstorting staat naar zijn aard in beginsel los van een inhoudelijk oordeel over de vordering van de ondernemer en dient uitsluitend als zekerheid voor de betaling van de vordering van de ondernemer voor zover deze na inhoudelijke behandeling van het geschil gegrond wordt beoordeeld. Slechts in het geval dat door de consument aannemelijk is gemaakt dat hij niet over de financiële middelen beschikt om de verlangde depotstorting te doen, kan er naar redelijkheid en billijkheid aanleiding bestaan geheel of gedeeltelijke ontheffing van de verplichting tot depotstorting te verlenen.

De commissie is van oordeel dat de consument gelet op de door haar verstrekte informatie over haar inkomens- en vermogenspositie voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet over de financiële middelen beschikt om de verlangde depotstorting te doen en ziet gelet op deze informatie grond voor een volledige ontheffing van de verplichting tot depotstorting.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie bepaalt dat de consument geen bedrag in depot dient te storten, voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling van het geschil.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. D.P.C.M. Hellegers, voorzitter, mevrouw mr. W.H. van Oorspronk, mevrouw mr. J.M. Hoekstra, leden, op 14 augustus 2025.

Opslaan als PDF