Jaarafrekening deels onjuist: consument krijgt vergoeding voor saldering en gebrekkige communicatie

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Jaarafrekening    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 1009323/1177815

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument diende een klacht in over de jaarafrekening van 29 augustus 2024, waarin volgens hem onterecht variabele tarieven, een te hoog gasverbruik en geen saldering van teruggeleverde stroom via zonnepanelen waren opgenomen. Ook stelde hij dat zijn contract ten onrechte als zakelijk werd behandeld, terwijl hij al jaren geen onderneming meer voert. De Geschillencommissie Energie oordeelde dat het contract na afloop van het vaste tarief terecht is voortgezet met variabele tarieven en dat het gasverbruik correct is aangepast na een eerdere fout. Deze onderdelen van de klacht zijn daarom ongegrond. Wel oordeelde de commissie dat de consument recht heeft op saldering van teruggeleverde stroom, ondanks het ontbreken van een juiste aanmelding bij de netbeheerder, omdat de teruglevering aantoonbaar geregistreerd was. Ook erkende de ondernemer dat hij onvoldoende heeft gereageerd op het verzoek tot omzetting van het contract naar een consumentencontract, wat leidde tot ongerief voor de consument. Deze twee onderdelen zijn gegrond. De commissie kent de consument een vergoeding toe van € 347,50 plus het klachtgeld van € 52,50, samen € 400, die worden verrekend met het eerder gestorte depotbedrag van € 1.635,17. De klacht is daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.

De volledige uitspraak

Samenvatting

Het geschil betreft het op de jaarrekening van 29 augustus 2024 in rekening gebrachte verbruik van gas en elektriciteit.

De consument heeft op 9 september 2024 de klacht bij de ondernemer ingediend.

De consument heeft een bedrag van € 1.635,17 bij de commissie in depot gestort.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft een vast contract. Op de jaarrekening zijn echter variabele tarieven in rekening gebracht. De afrekening is onredelijk hoog qua verbruik. De gasstand is ten onrechte geschat en er is 236 m3 gas teveel in rekening gebracht. Een hoeveelheid van 623 kWh is ten onrechte niet gesaldeerd. De ondernemer dient consumententarieven te rekenen omdat de consument jaren geleden is gestopt met zijn onderneming en hij gevraagd heeft om dat aan te passen.

Ter (digitale) zitting heeft de consument verder nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.

De ondernemer heeft hem het tegoed op de jaarrekening van december 2023 niet volledig uitbetaald. De ondernemer wilde van hem af omdat er een betalingsachterstand was. Na de betaling is de levering weer hervat. Hij heeft een vast contract. Hij heeft geen creditnota gezien vanwege het lagere gasverbruik. Het niet-salderen is ook nog niet aangepast. Zijn voorschot is in 2024 verhoogd.

Het voorstel van de ondernemer is voor de consument niet acceptabel.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft op 7 oktober 2020 een driejarig contract met de ondernemer afgesloten. Het was een MKB-contract op een bedrijfsnaam. Op 9 augustus 2023 beëindigde de ondernemer het contract wegens een betalingsachterstand. Het contract is op 22 augustus 2023 weer hersteld. Het liep door tot 6 november 2023. Het was geen nieuwe overeenkomst, maar de voortzetting van de oude overeenkomst. Nadat het contract aan het einde van de looptijd was, op 6 november 2023, maakte de consument geen gebruik van het aanbod van de ondernemer voor een nieuw vast contract, waarna de energielevering door de ondernemer op basis van een variabel contract is voortgezet. Dit is schriftelijk bevestigd aan de consument.

De consument heeft inderdaad meerdere malen verzocht om de omzetting van een zakelijk naar een consumentencontract, maar de ondernemer heeft daarop mogelijk onvoldoende gereageerd. De tarieven van beide contracten zijn echter identiek.

In eerste instantie heeft de ondernemer op de afrekening van 8 september 2023 op een te hoge geschatte gasmeterstand afgerekend. Nog op dezelfde dag is die afrekening gecrediteerd en een gecorrigeerde eindafrekening opgesteld met wel de juiste gasmeterstand. Hierover is de consument geïnformeerd.

De consument had tot 18 juni 2024 een conventionele elektriciteitsmeter. Toen deze meter nog actief was is de consument elektriciteit via zonnepanelen gaan terugleveren. De consument had deze zonnepanelen echter op moment van plaatsing niet aangemeld bij de netbeheerder. Om deze reden had geen registratie van zonnepanelen in het centrale aansluitingsregister plaatsgevonden. Daarom heeft de ondernemer tot 18 juni 2024 uitsluitend rekening gehouden met de meterstanden van het levertelwerk. Tot 18 juni 2024 is de teruggeleverde elektriciteit dus niet gesaldeerd met de geleverde elektriciteit.

Uit de door de consument overgelegde stukken blijkt dat op de oude meter van de consument de teruglevering wel was geregistreerd. Het gaat in totaal om een bedrag van in totaal € 241,27 uitgaande van de tarieven in de eerste helft van 2024. Uit coulance bood de ondernemer de consument aan om hem een bedrag van € 200,– te vergoeden, inclusief het klachtengeld van de commissie. Op dit voorstel heeft de consument niet gereageerd.

De ondernemer verzoekt, met een verwijzing naar artikel 18 lid 3 van het reglement van de commissie, dat dit voorstel bindend wordt opgelegd aan de consument onder ongegrondverklaring van de klacht.

Ter (digitale) zitting heeft de ondernemer verder nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.

Aanvankelijk wist de ondernemer niet van de aanwezigheid van zonnepanelen. Het betreft een huurwoning. De ondernemer is bereid om aan de consument een bedrag van € 241,27 (saldering zonnepanelen) te vergoeden.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

In deze zaak stelt de consument dat de jaarafrekening van 29 augustus 2024, met een bij te betalen bedrag niet juist is.

Overeenkomst met vaste tarieven

De consument stelt zich op het standpunt dat sprake was van een overeenkomst met vaste tarieven. De ondernemer stelt daartegenover dat sprake was van een overeenkomst met variabele tarieven, nadat de consument niet akkoord was gegaan met een aanbod van een vast contract aan het einde van het vaste contract.

De commissie volgt het standpunt van de ondernemer.

Uit de stukken blijkt dat het contract tussentijds wegens een betalingsachterstand en door betaling van de achterstand weer is hervat door de ondernemer. De einddatum van het contract is daarbij ongewijzigd gebleven, te weten 6 november 2023. Uit de stukken blijkt dat de ondernemer het contract heeft voortgezet met variabele tarieven en daarvan mededeling aan de consument heeft gedaan. De consument heeft de ontvangst van dit bericht niet dan wel niet gemotiveerd bestreden, zodat de commissie van de juistheid van het door de ondernemer gestelde uitgaat.

Dit deel van de klacht is dan ook ongegrond.

Gasverbruik

De consument klaagt over een te hoog in rekening gasverbruik. De ondernemer heeft echter aangetoond en uitgelegd dat aanvankelijk sprake was van een te hoge – geschatte – gasmeterstand, maar heeft dat gecorrigeerd en alsnog het lagere werkelijke verbruik in rekening is gebracht. De consument heeft die uitleg verder niet bestreden, zodat de commissie ervan uitgaan dat deze juist is.

Dit onderdeel van de klacht is dan ook ongegrond.

Zonnepanelen

De consument beschikte over zonnepanelen, maar deze waren door hem noch door de verhuurder niet op de juiste wijze aangemeld bij de netbeheerder. Nadat de klacht bij de commissie aanhangig was gemaakt heeft de ondernemer aangeboden – uit coulance – om alsnog de teruggeleverde elektriciteit te salderen, met name nu bleek dat ook op de oude meter het volume van de teruglevering was geregistreerd. Dit voorstel komt de commissie zowel redelijk als geboden over. Het voorstel is echter gedaan nadat de klacht bij haar is ingediend, zodat het niet mogelijk is dat bindend op te leggen, nog daargelaten dat de commissie van oordeel is dat dit onderdeel van de klacht gegrond is en de consument niet de dupe dient te worden van het niet op juiste wijze aanmelden van de zonnepanelen, nu het juiste aantal teruggeleverde kWh ’s vaststaat.

Dit onderdeel van de klacht is dan ook gegrond.

Omzetting van het contract

De ondernemer heeft erkend dat hij tekortgeschoten is om aan het verzoek van de consument tegemoet te komen. Nog daargelaten de vraag of de consument daardoor financieel nadeel heeft ondervonden is sprake geweest van een gebrekkige communicatie van de ondernemer jegens de consument, die daarvan wel ongerief heeft ondervonden.

Dit onderdeel van de klacht is dan ook gegrond.

De commissie is van oordeel dat de ondernemer op grond van het bovenstaande een vergoeding aan de consument dient te voldoen, welke zij naar billijkheid begroot op een bedrag van € 347,50, (te vermeerderen met het klachtgeld van € 52,50).

Op grond van het bovenstaande is de klacht van de consument gedeeltelijk gegrond.

Derhalve wordt beslist als volgt.

Beslissing

De ondernemer betaalt een bedrag van € 347,50 aan de consument. Betaling vindt plaats door verrekening met het depotbedrag.

De commissie wijst het meer of anders verlangde af.

De ondernemer vergoedt het door de consument betaalde klachtengeld van € 52,50.

Voorts zal aan de ondernemer in overeenstemming met het reglement van de commissie een bijdrage in de behandelingskosten in rekening worden gebracht.

Het depotbedrag wordt als volgt verdeeld:

– de consument ontvangt een bedrag van € 400,– (347,50 + 52,50);
– de ondernemer ontvangt een bedrag van € 1.235,17 (1.635,17 – € 400,–).

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, de heer R.A. Timmer, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 26 augustus 2025.

 

 

Opslaan als PDF