Commissie: Energie
Categorie: Energie
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1011792/1214487
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument diende een klacht in over drie jaarafrekeningen van bijna € 5.000 aan verwarmingskosten, die volgens hem het gevolg waren van een fout bij de automatische incasso door de ondernemer. Hij verzocht om kwijtschelding van het bedrag. De ondernemer erkende dat er geen voorschotten waren geïncasseerd, maar stelde dat de consument alsnog verplicht is tot betaling, behoudens een deel dat inmiddels is verjaard. De Geschillencommissie Energie oordeelde dat de naheffing van € 906,61 over de periode februari 2022 tot februari 2023 inderdaad verjaard is en niet betaald hoeft te worden. De overige facturen van € 1.929,83 en € 1.772,06 zijn echter terecht en moeten door de consument worden voldaan. Er is geen fout vastgesteld in de meteropname of verwerking. De klacht is daarom volledig ongegrond verklaard.
De volledige uitspraak
Samenvatting
De consument is gehouden de facturen ten bedrage van respectievelijk € 1.929,83 en € 1.772,06 aan de ondernemer te betalen. De naheffing van 20 maart 2025 over de periode van 10 februari 2022 tot 14 februari 2023 ten bedrage van € 906,61 behoeft de consument niet te betalen.
Beoordeling
De consument beklaagt zich erover drie jaarafrekeningen van de ondernemer te hebben ontvangen waaruit naar voren komt dat hij bijna € 5.000,– aan verwarmingskosten zou moeten bijbetalen, terwijl hij een automatische incasso heeft bij de ondernemer. Door een fout blijken er echter geruime tijd geen voorschotbedragen door de ondernemer te zijn geïncasseerd. De consument stelt dat het toch niet zo kan zijn dat hij door deze fout van de ondernemer nu ineens zoveel moet betalen en verlangt kwijtschelding van dit bedrag.
De ondernemer heeft verweer gevoerd. De ondernemer is bereid ervan uit te gaan dat de bezwaren van de consument betekenen dat de consument een beroep op verjaring doet, ook al heeft de consument dit niet uitdrukkelijk gedaan. De ondernemer stelt kortgezegd dat de verjaring van de vordering tot voldoening van de kosten verband houdende met de door de consument afgenomen warmte aanvangt op het moment dat de ondernemer bekend is met de werkelijke meterstanden en het warmteverbruik en verwijst daarbij naar Gerechtshof [stad] 10 augustus 2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:2527. Verder heeft de ondernemer aangevoerd: dat de consument beschikt over een op afstand uit te lezen warmtemeter, de ondernemer de voor de jaarafrekening over de periode 2022-2023 noodzakelijke warmtestand op 14 februari 2023 heeft uitgelezen; de jaarafrekening over de periode van 10 februari 2022 tot 14 februari 2023 (€ 906,61; factuur 10019132958) daarom op 20 maart 2025 is verjaard; de door de consument hiervoor betaalde termijnbedragen van in totaal € 1.200,- echter niet onverschuldigd zijn voldaan en op de betreffende jaarafrekening terecht met de in rekening gebrachte warmtekosten zijn verrekend; de ondernemer daarom heeft voorgesteld om de naheffing van 20 maart 2025 over de periode van 10 februari 2022 tot 14 februari 2023 (€ 906,61; factuur 10019132958) kwijt te schelden, maar de consument de overige gevorderde bedragen wel aan de ondernemer verschuldigd is.
Gelet op het feit dat niet is gesteld of gebleken dat bij het opnemen van de meetinrichting(en) dan wel bij het administratief verwerken van de meterstand(en) in de jaarafrekeningen een fout is begaan en mede gelet op het feit dat de ondernemer ter zitting zijn eerdere aanbod heeft herhaald om de naheffing van 20 maart 2025 over de periode van 10 februari 2022 tot 14 februari 2023 (€ 906,61; [factuurnummer]) kwijt te schelden, ziet de commissie geen redenen aanwezig om te bepalen dat de klacht van de consument gegrond is in die zin dat hij niet gehouden zou zijn de twee overige facturen ten bedrage van respectievelijk € 1.929,83 en € 1.772,06 aan de ondernemer te betalen.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. D.P.C.M. Hellegers, voorzitter, mevrouw mr. W.H. van Oorspronk, mevrouw mr. J.M. Hoekstra, leden, op 14 augustus 2025.