Meterstanden kloppen: klacht over hoge eindafrekening ongegrond verklaard

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Meterstanden    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1031394/1143133

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument diende een klacht in over drie opeenvolgende jaren waarin zij volgens haar ten onrechte werd geconfronteerd met te hoge eindafrekeningen voor warmteverbruik. Ze eiste correctie van de jaarnota’s, stopzetting van incassomaatregelen en compensatie voor de stress en energie die dit haar kostte. De ondernemer voerde aan dat de meterstanden fysiek zijn opgenomen en bevestigd door foto’s van de consument zelf, en dat het verbruikspatroon logisch aansluit bij eerdere jaren. De commissie stelde vast dat er geen sprake is van foutieve meterstanden, een defecte meter of fouten in de registratie. De klacht is daarom ongegrond verklaard. Het door de consument gestorte depotbedrag wordt volledig aan de ondernemer uitgekeerd.

De volledige uitspraak

Samenvatting

Niet gebleken is dat de door de consument betwiste nota’s zijn opgesteld op basis van verkeerde meterstanden. Ook is niet gebleken dat er sprake is of is geweest van een defecte meter of fouten in de registratie. Klacht ongegrond.

Beoordeling
De consument beklaagt zich er kortgezegd over dat de ondernemer haar voor het derde jaar op rij ten onrechte confronteert met een te hoge eindafrekening en dat de eindafrekening onjuist is. De consument wenst dat wordt uitgezocht wat er mis gaat in de administratie van de ondernemer en dat dit permanent wordt rechtgezet, dat de jaarnota wordt gecorrigeerd en zij niets hoeft bij te betalen én dat de nota niet door wordt gezet naar een incassobureau. En, ten slotte, wil zij een compensatie van [bedrijf] voor de geleden schade, te weten tijd, energie en stress die dit haar al drie jaar op rij kost.

De ondernemer heeft verweer gevoerd en daarbij het volgende aangevoerd. De fysieke meteropname op 24 april 2024 bevestigt dat de eerder opgegeven stand van april 2023 (17,084 GJ) volledig in lijn is met het normale verbruikspatroon. De stand van 18.039 GJ komt dus overeen met het logische verbruik tussen beide opnames, en ook de door de consument zelf aangeleverde foto’s in 2024 en 2025van de meterstanden bevestigen de juistheid van het gemeten verbruik. Ook de meest recente jaarnota (jaarnota 2025) is opgemaakt op basis van werkelijke en controleerbare meterstanden, die zijn vastgesteld door zowel eigen opname als door de consument aangeleverde foto’s daarvan. De huidige verbruiksstanden volgen logisch uit de gegevens vanaf 2019. Op grond hiervan wijzen wij het verzoek van de consument om opnieuw correcties toe te passen of compensatie te ontvangen van de hand. Het warmteverbruik is ingevolge artikel 10 lid 1 van de Algemene Voorwaarden 2014 dan ook rechtmatig in rekening gebracht, aldus de ondernemer.

De commissie overweegt als volgt. De consument beklaagt zich er dus over dat de ondernemer haar voor het derde jaar op rij ten onrechte confronteert met een te hoge eindafrekening en dat de eindafrekening onjuist is. De ondernemer heeft daartegenover aangevoerd dat achteraf is gebleken dat de correcties die de ondernemer op 24 juni 2023 heeft toegepast niet noodzakelijk waren en dat de consument destijds dus ten onrechte bedragen heeft terugontvangen. Naar het oordeel van de commissie is niet komen vast te staan dat de door de consument betwiste nota’s zijn opgesteld op basis van verkeerde meterstanden.
Ook is niet gebleken dat er sprake is of is geweest van een defecte meter of fouten in de registratie.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend.

Het door de consument bij de commissie in depot gestorte bedrag wordt aan de ondernemer uitgekeerd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. D.P.C.M. Hellegers, voorzitter, mevrouw mr. W.H. van Oorspronk, mevrouw mr. J.M. Hoekstra, leden, op 14 augustus 2025.

Opslaan als PDF