Commissie: Reizen
Categorie: niet ontvankelijk
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Niet-ontvankelijkverklaring
Uitkomst: niet-ontvankelijk
Referentiecode:
278243/709941
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument had een pakketreis geboekt en wilde een vergoeding krijgen voor een geannuleerde vlucht van Schiphol naar Antalya. Ze had hiervoor een verzoek ingediend bij de luchtvaartmaatschappij, maar dat werd afgewezen. Daarna diende ze een klacht in bij de reisorganisatie, omdat ze vond dat ze alsnog recht had op compensatie. De Geschillencommissie oordeelt dat de klacht niet bij de juiste partij is ingediend. De compensatie voor geannuleerde vluchten valt onder Europese regels (Verordening EC261/2004) en moet worden afgehandeld door de luchtvaartmaatschappij, niet door de reisorganisatie. Omdat de consument haar klacht bij de verkeerde partij heeft ingediend, wordt ze niet-ontvankelijk verklaard en wordt de klacht niet behandeld.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De klacht ziet op de weigering om een Denied Boarding Compensation uit te keren na het schrappen van de door de consument geboekte vlucht van Schiphol naar Antalya in Turkije.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument heeft geen uitkering ontvangen omdat zij een korting va € 32,13 heeft gekregen bij boeking van de vlucht.
Zij meent ten onrechte en wenst alsnog de uitkering te ontvangen.
Standpunt van de ondernemer
De ondernemer heeft geen standpunt ingenomen.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Uit de stukken blijkt dat de consument een pakketreis heeft geboekt bij de ondernemer. De consument heeft een verzoek ingediend bij de Airline om een compensatie voor het feit dat haar vlucht is geannuleerd. De consument heeft op 29 februari 2024 het bericht gekregen dat haar verzoek om uitbetalen afgewezen met een verwijzing naar de Europese Verordening (EC261/2004).
De consument heeft vervolgens een geding aanhangig gemaakt tegen de ondernemer die geen bemoeienis heeft met de uitvoering van de Europese Verordening, die ziet op compensatie voor reizigers van geannuleerde vluchten. Het is de luchtvaartmaatschappij die daarover gaat. De consument heeft in eerste instantie haar klacht ook aan die luchtvaartmaatschappij gericht. Die heeft het verzoek ook in behandeling genomen en uiteindelijk afgewezen.
Ondanks het feit dat in de naam van beide organisaties de naam de ondernemer voorkomt, zijn het twee onafhankelijk van elkaar opererende besloten vennootschappen. Een klacht tegen de een is niet automatisch een klacht tegen de ander. Anders gezegd. De consument heeft de verkeerde partij in dit geschil betrokken en kan daarom niet ontvangen worden in haar klacht door de geschillencommissie. Mocht de consument overwegen een geschil tegen de luchtvaartmaatschappij aanhangig te maken bij de commissie, raadt de commissie haar aan goed uit te zoeken of een dergelijke klacht door de commissie behandeld kan worden. Er bestaat een aanzienlijke kans dat dat vanwege het reglement van de commissie niet kan.
Op grond van het voorgaande is de consument niet-ontvankelijk in de klacht.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De consument wordt in de klacht niet-ontvankelijk verklaard.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Reizen, bestaande uit mevrouw mr. I.E. de Vries, voorzitter, de heer W.A.M. Hendrix , de heer mr. J.H. Willems , leden, op 15 november 2024.