Commissie: Advocatuur
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
243187/246210
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument had samen met zijn vriendin treintickets gekocht voor een reis op 30 mei 2023. Ze stonden vroeg op het perron, maar daar bleek dat de trein niet reed vanwege een staking. Er werd geen alternatief vervoer aangeboden en ook geen informatie over hun mogelijkheden. Daarom besloten ze een taxi te nemen naar een familielid, die hen vervolgens met de auto naar hun bestemming bracht. Later vroeg de consument een schadevergoeding aan voor de kosten van de treintickets, de taxi en de autorit. In totaal ging het om €335,77. De ondernemer gaf aan dat hij volgens de voorwaarden niet aansprakelijk is voor vervolgschade en bood slechts 25% van de ticketprijs aan, wat neerkomt op €20,95. De consument vond dit te weinig en vroeg alsnog €132,50.
De ondernemer stelde dat er twee uur later een andere trein beschikbaar was en dat de consument daar gebruik van had kunnen maken. Volgens de Europese regels had hij daar ook recht op. Omdat de consument ervoor koos om zelf ander vervoer te regelen, was hij volgens de ondernemer niet meer gerechtigd tot volledige vergoeding. De commissie keek naar de situatie en stelde vast dat het gemiste deel van de reis een klein deel van het geheel was. Omdat de exacte prijs van dat deel niet bekend was, besloot de commissie een redelijke vergoeding toe te kennen. De commissie vond dat de klacht gegrond was en dat de consument recht had op een aanvullende vergoeding.
De ondernemer moet daarom €50 aan de consument betalen. Daarnaast moet hij ook €27,50 vergoeden voor het klachtengeld. De commissie oordeelde dat dit een passende oplossing is gezien de omstandigheden. Hiermee is het geschil afgerond.
De volledige uitspraak
BINDEND ADVIES
van de Geschillencommissie Openbaar Vervoer
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft een verzoek om schadevergoeding.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
“Mijn vriendin en ik boeken in mei een ticket voor het traject [plaatsnaam] – [plaatsnaam] met [ondernemer] om vervolgens met de veerboot naar [plaatsnaam] te vertrekken.
Op 30 mei 2023, 4:30, staan wij klaar om vanaf [plaatsnaam] te vertrekken, maar op het perron aangekomen, staat dat de trein niet rijdt vanwege stakingen. Er wordt geen alternatief geboden en geen informatie verstrekt over onze mogelijkheden.
Wij besluiten de taxi te nemen naar mijn schoonvader en die heeft ons met de auto naar [plaatsnaam] gebracht.
Op 23 juni 2023 heeft mijn vriendin schadecompensatie aangevraagd voor de tickets (a 2x €83,80), de taxi naar mijn schoonvader (€60,17) en de rit van mijn schoonvader naar Osnabrück (240 km*2* €0,21 = € 108). Dat komt neer op een bedrag van €335,77.
De klantenservice reageert om 12 september 2023 dat zij volgens hun voorwaarden niet aansprakelijk zijn voor vervolgschade. Zij kunnen ons enkel 25% van de ticketprijs vergoeden. Dit komt neer op een bedrag van 20,95.
Ik verlang een vergoeding van € 132,50.”
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
[Ondernemer] is wettelijk en contractueel niet aansprakelijk voor schade als gevolg van vertraging. In de situatie van [consument] was het mogelijk om twee uur later met een volgende treinverbinding naar [plaatsnaam] te reizen. Dat is ook waar [consument] op grond van het bepaalde in artikel 16 sub b van de Europese Verordening recht op had.[Ondernemer] is bereid in deze zaak ervan uit te gaan dat [consument] door het zelf regelen van het vervoer van [plaatsnaam] naar [plaatsnaam] heeft afgezien van zijn reis van dit traject per trein, zodat hij recht heeft op vergoeding van dit traject.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
In geschil is de hoogte van de aan de consument toekomende vergoeding van de ticketprijs. De commissie gaat er daarbij vanuit dat het gemiste deel van de reis een relatief klein deel van de gehele reis omvatte. De commissie heeft geen beschikking over de precieze ticketprijs van het betreffende gedeelte. Onder de gegeven omstandigheden kent de commissie aan de consument een aanvullende vergoeding toe die zij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid zal vaststellen op het hierna te noemen het bedrag.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
[Ondernemer] betaalt binnen 4 weken na datum verzending bindend advies aan de consument een bedrag van € 50,–.Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 27,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Openbaar Vervoer, bestaande uit mr. D.J. Buijs, voorzitter, mr. P. Vonk en mr. M.A. Keulen, leden, op 16 april 2024.