Commissie: Energie
Categorie: Tariefbepalingen
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
233375/235368
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument heeft stroom afgenomen van een energiebedrijf en tegelijk stroom opgewekt met zonnepanelen. Hij vindt dat het bedrijf de salderingsregeling verkeerd toepast op de jaarrekening van september 2022 tot september 2023. In plaats van het aantal kWh stroom dat hij heeft teruggeleverd van zijn verbruik af te trekken, heeft het bedrijf gerekend met verschillende stroomtarieven per periode. Daardoor betaalt de consument volgens hem te veel. De Geschillencommissie Energie is het eens met de consument. Volgens de commissie moet het verbruik op jaarbasis worden berekend: eerst het totale verbruik min de teruggeleverde stroom en daarna het resterende verbruik afrekenen tegen de afgesproken tarieven. De manier waarop het bedrijf nu rekent is volgens de commissie in strijd met de bedoeling van de wetgever. De klacht is daarom gegrond. Het energiebedrijf moet binnen vier weken de jaarrekening corrigeren en het juiste bedrag berekenen. Ook moet het bedrijf € 52,50 klachtengeld aan de consument terugbetalen. Als dit niet op tijd gebeurt, mag de consument opnieuw naar de commissie zonder extra kosten.
De volledige uitspraak
Samenvatting
De consument maakt bezwaar tegen de manier waarop de ondernemer de salderingsregeling toepast op de jaarnota met betrekking tot de periode van 1 september 2022 tot 1 september 2022.
Hij betrekt stroom van zonnepanelen en neemt daarnaast stroom af van de ondernemer. De ondernemer heeft de terug geleverde stroom en de door de consument afgenomen stroom in euro’s omgerekend in periodes in plaats van op de jaarfactuur het stoomverbruik van de consument en de aan het net terug geleverde stroom in kWh tegen elkaar weg te strepen.
De consument wil dat de ondernemer hem zijn verbruik in rekening brengt na aftrek van de terug geleverde kWh opgewekt door zijn zonnepanelen tegen de kostprijs van afgenomen energie.
De consument wenst een correcte jaarafrekening waarbij het aantal kWh van elkaar wordt afgetrokken en het resterende aantal kWh in rekening wordt gebracht.
Beoordeling
De commissie is met de consument van oordeel dat de ondernemer de salderingsregeling onjuist toepast.
De ondernemer saldeert weliswaar op jaarbasis, maar door daarbij rekening te houden met de verschillende tarief periodes gedurende dat jaar, saldeert de ondernemer naar het oordeel van de commissie de facto per tarief periode.
De ondernemer handelt daarmee in strijd met de wens van de wetgever zoals die blijkt uit de wetsgeschiedenis.
Op 23 september 2022 heeft de minister Kamervragen over de salderingsregeling beantwoord. Uit de antwoorden blijkt naar het oordeel van de commissie en anders dan de ondernemer kennelijk meent, dat -kort gezegd- voor overeenkomsten als de onderhavige het gehele jaarverbruik met de in dat jaar terug geleverde stroom gesaldeerd moet worden. Dat blijkt volgens de minister niet uit de wet, maar was wel de intentie van de wetgever.
Op grond van artikel 31c lid 1 van de Elektriciteitswet 1998 wordt in beginsel aangenomen dat de ondernemer voor het te factureren verbruik eerst vaststelt welke hoeveelheid kWh de consument heeft afgenomen en dan welke hoeveelheid kWh de consument heeft terug geleverd. Het saldo van die twee levert het verbruik op ten behoeve van de facturering.
Met de ondernemer is de commissie van oordeel dat het de voorkeur verdient dat de salderingsregeling klip en klaar in de wet wordt vastgelegd, maar nu dat niet het geval is gaat de commissie uit van wat naar haar oordeel de bedoeling van de wetgever is geweest.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer corrigeert de jaarrekening over de periode 1 september 2022 tot 1 september 2023 door toepassing van een saldering overeenkomstig het bepaalde in artikel 31c, lid 1 Elektriciteitsnet, en alsdan het positieve jaar-verbruikssaldo af te rekenen tegen de overeengekomen levertarieven.
Een en ander dient te geschieden binnen vier weken na verzending van deze beslissing.
Indien een en ander door handelen of nalaten van de ondernemer niet binnen de gestelde termijn is geschied, kan de consument zich weer tot de commissie wenden zonder opnieuw klachtengeld te betalen.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie een bijdrage in de behandelingskosten van het geschil verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mevrouw mr. I.E. de Vries, voorzitter, de heer ing. C. Verloop, mevrouw J.M.A. van Haren, leden, op 26 februari 2024.