Commissie onbevoegd: geen overeenkomst tijdens betwiste verbruiksperiode

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Energie    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Onbevoegdverklaring   Uitkomst: onbevoegd   Referentiecode: 964833/1146733

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument betwist een vordering van € 281,87 voor energieverbruik over een periode van 18 dagen voorafgaand aan het sluiten van een energiecontract. De ondernemer stelt dat het verbruik plaatsvond tussen 11 en 30 maart 2024, toen de woning al was gehuurd maar nog geen overeenkomst met een energieleverancier was gesloten. De commissie onderzocht ambtshalve haar bevoegdheid en concludeerde dat zij uitsluitend geschillen mag behandelen die voortvloeien uit de totstandkoming of uitvoering van een overeenkomst. Aangezien er in de betwiste periode geen overeenkomst bestond en de ondernemer zijn vordering baseerde op een onrechtmatige daad, verklaart de commissie zich onbevoegd om het geschil te behandelen.

De volledige uitspraak

Samenvatting

De ondernemer vordert de kosten van verbruik over een periode toen tussen partijen (nog) geen overeenkomst was gesloten. Dat leidt tot een onbevoegdverklaring van de commissie.

Beoordeling

De consument betoogt dat de ondernemer ten onrechte € 289,– (in werkelijkheid € 281,87) vordert voor energieverbruik gedurende 18 dagen. De ondernemer kan het verbruik volgens de consument niet aantonen.

De ondernemer betoogt dat de consument een huis heeft gehuurd met ingang van 11 maart 2024. Toen zijn de meterstanden opgenomen. De consument is feitelijk op 30 maart 2024 naar dat huis verhuisd en heeft met ingang van die datum met een energieleverancier een overeenkomst gesloten. De ondernemer vordert het verbruik over de periode 11 tot 30 maart 2024.

De commissie dient ambtshalve te onderzoeken of zij bevoegd is het voorgelegde geschil te beoordelen. In artikel 3 van het toepasselijk reglement staat het volgende:
De commissie heeft tot taak geschillen tussen consument en ondernemer te beslechten, voor zover deze betrekking hebben op de totstandkoming of de uitvoering van overeenkomsten met betrekking tot de aansluiting en/of de levering van gas, warmte of elektrische energie en daarmee samenhangende leveringen en diensten, behoudens die geschillen waarvoor de Geschillencommissie Energie Prijsplafond bevoegd is.

Ter zitting is aan de ondernemer gevraagd op welke grondslag zijn vordering is gebaseerd. Hoewel daarvan niet zeker, verklaarde de ondernemer dat de vordering was gebaseerd op een onrechtmatige daad. Overigens had de ondernemer eerder schriftelijk verklaard dat het om een vordering uit onrechtmatige daad ging. De commissie onderschrijft dat standpunt nu tussen partijen in de periode 11 tot 30 maart geen overeenkomst gesloten was. Omdat uit het hiervoor geciteerde artikel 3 blijkt dat de commissie alleen bevoegd is te oordelen over de totstandkoming of de uitvoering van overeenkomsten, volgt daaruit dat zij niet bevoegd is te oordelen over een gestelde onrechtmatige daad. Dat leidt tot het oordeel dat zij niet bevoegd is dit geschil te behandelen.

Op grond van het voorgaande acht de commissie zich onbevoegd het geschil te behandelen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie verklaart zich onbevoegd het geschil te behandelen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 2 september 2025.

Opslaan als PDF