Commissie: Energie
Categorie: Energie
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1014795/1149935
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument stelde dat er op 14 en 15 april 2024 sprake was van één langdurige storing in de warmtelevering van meer dan 30 uur, waarvoor zij recht had op een storingsvergoeding. De ondernemer voerde aan dat het ging om twee afzonderlijke storingen van respectievelijk 8 uur en 56 minuten en 6 uur en 7 minuten, met verschillende oorzaken. Voor de eerste storing is al een vergoeding van € 35,01 uitgekeerd. De tweede viel binnen de wettelijke termijn waarvoor geen vergoeding geldt. Ook is het storingsregister tijdig gepubliceerd. De Geschillencommissie Energie oordeelde dat er geen sprake was van één aaneengesloten storing en dat de ondernemer niet tekort is geschoten. De klacht is ongegrond verklaard.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Niet gebleken is dat er sprake is geweest van één storing die meer dan 30 uur heeft geduurd en dus ook niet komen vast te staan dat de ondernemer tekort is geschoten in de uitbetaling van een door haar verschuldigde storingsvergoeding. Voorts is naar het oordeel van de commissie niet komen vast te staan dat de ondernemer tekort is geschoten in het tijdig publiceren van het storingsregister. Klacht ongegrond.
Beoordeling
De consument beklaagt zich er kort gezegd over dat er op of omstreeks 14 april 2024 en 15 april 2024 een storing aan de warmte-installatie van meer dan 30 uren heeft plaatsgevonden, maar de ondernemer ten onrechte heeft nagelaten een storingsvergoeding aan haar uit te keren. Om die reden verlangt de consument dat de ondernemer haar alsnog de wettelijk verschuldigde storingsvergoeding uitbetaalt en de ondernemer op de vingers wordt getikt omdat hij dat niet uit zichzelf heeft gedaan binnen zes maanden na de storing. Ten slotte verlangt de consument dat de ondernemer eerder aangeeft hoe lang een storing heeft geduurd.
De ondernemer heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Meest verstrekkende verweer van de ondernemer luidt dat er sprake is geweest van twee afzonderlijke onderbrekingen, die ten onrechte door de consument als één aaneengesloten storing is geïnterpreteerd. Daartoe heeft de ondernemer meer in het bijzonder het volgende aangevoerd. De ondernemer heeft op 14 april 2024 om 09:04 uur een eerste storingsmelding ontvangen betreffende een onderbreking in de warmtelevering. Deze storing is vervolgens verholpen om 18:00 uur. Dit betekent dat de totale storingsduur 8 uur en 56 minuten bedroeg. Hiervoor heeft de consument op 4 april 2025 een vergoeding ontvangen ten bedrage van € 35,01, die vervolgens is verrekend met haar openstaande vordering. Op 15 april 2024 om 06:53 uur is er opnieuw een storingsmelding ontvangen. Deze storing, welke een andere oorzaak had dan de vorige storing, is verholpen om 13:00. Dit betekent dat de totale storingsduur van deze storing 6 uur en 7 minuten bedroeg. Hiervoor heeft de consument geen vergoeding ontvangen omdat deze valt binnen het wettelijke kader van de Warmtewet (8 uur) waarbinnen geen storingsvergoeding verschuldigd is. Er is kortom sprake van twee afzonderlijke storingen, aldus de ondernemer. Wat betreft de klacht van de consument dat de ondernemer te lang erover doet voordat wordt aangegeven hoe lang een storing heeft geduurd heeft de ondernemer aangevoerd dat het storingsregister over 2024 op 31 maart 2025 is gepubliceerd en dat daarmee is voldaan aan de verplichting om het register vóór het einde van het eerste kwartaal van 2025 beschikbaar te stellen.
In het licht van het voorgaande is naar het oordeel van de commissie niet komen vast te staan dat er sprake is geweest van één storing die meer dan 30 uur heeft geduurd en is dus ook niet komen vast te staan dat de ondernemer tekort is geschoten in de uitbetaling van een door hem verschuldigde storingsvergoeding. Voorts is naar het oordeel van de commissie niet komen vast te staan dat de ondernemer tekort is geschoten in het tijdig publiceren van het storingsregister.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. D.P.C.M. Hellegers, voorzitter, mevrouw mr. W.H. van Oorspronk, mevrouw mr. J.M. Hoekstra, leden, op 14 augustus 2025.