Commissie: Energie
Categorie: eenzijdige wijziging overeenkomst
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1046245/1140756
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument klaagde dat een mondeling overeengekomen energiecontract met tariefverlaging bij dalende marktprijzen niet correct was vastgelegd. Hij stelde dat hij het contract niet zelf had geannuleerd, maar dat de ondernemer dit eenzijdig had gedaan. De ondernemer voerde aan dat de consument binnen de bedenktijd zelf had geannuleerd en dat er geen gespreksopnamen beschikbaar waren. De Geschillencommissie Energie oordeelde dat er wel over tariefverlaging is gesproken, maar dat dit geen bindende contractuele toezegging was. Er is geen bewijs van schade of onjuist handelen door de ondernemer. De klacht is ongegrond verklaard.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Het geschil betreft de administratieve verwerking door de ondernemer van het mondeling overeengekomen contract, alsmede de vraag of de consument dit contract heeft geannuleerd.
De consument heeft op 25 februari 2025 de klacht bij de ondernemer ingediend.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
In het kader van een actie om voormalige klanten terug te winnen werd de consument op 7 februari 2025 door een medewerker van de ondernemer benaderd met een aanbod om de tarieven voor gas en stroom voor 3 jaar vast te leggen. Tijdens het vervolggesprek op 11 februari 2025 zag de consument dat op de website van de ondernemer ongeveer dezelfde tarieven werden aangeboden, maar met een welkomstbonus van € 230,–. Na enige overweging gaf de medewerker aan dat hij dezelfde tarieven kon aanbieden, zij het met een bonus van € 200,- in plaats van € 230,–, maar met de mogelijkheid van tariefverlaging, die bij het online afsluiten niet mogelijk was.
Tijdens de gesprekken werd gesproken over de mogelijke verlaging van de tarieven bij een significante verlaging door de ondernemer, die dan de tarieven uit eigen beweging zou bijstellen. Het werd niet duidelijk hoe dat werd bepaald. Hierna ging de consument met het aanbod akkoord door op een bepaalde knop te klikken. Op 17 februari 2025 ontving de consument de bevestigingsmail, maar daarover stond niets over de gemaakte afspraak met betrekking tot de prijsverlagingen. Hierna nam de consument op 25 februari 2025 contact op met de ondernemer en kreeg hij te horen dat in de transcripten te lezen was wat aan hem was verteld. Dat hield in dat een vast contract inderdaad vast is qua tarieven gedurende de looptijd, maar dat de consument na een of twee jaar gerust met de ondernemer contact op kon nemen om in geval van daling van de tarieven de mogelijkheden van verlaging te bespreken. De consument vond dat een omdraaiing van zaken.
Tijdens dit gesprek bood de medewerker aan om de door de consument geaccepteerde overstap uit het systeem te halen, maar daarvoor voelde de consument niet omdat het verstandig was om de tarieven voor 3 jaar vast te zetten. Kort daarna zag de consument tot zijn verbijstering dat de ondernemer na het telefoongesprek eenzijdig had besloten de aanvraag voor het contract te stoppen. Uit het bericht dat de consument daarover ontving leek het dat de annulering door de consument zelf was gedaan, maar dat was niet het geval.
De consument verlangt dat de ondernemer het mondeling aan hem gedane aanbod, door hem op 11 februari 2025 geaccepteerd, met als begindatum 1 april 2025 opnieuw in werking te stellen.
Ter zitting heeft de consument verder nog in hoofdzaak het volgende naar voren gebracht.
De consument wist aanvankelijk niet dat zo’n contract waarvan de tarieven tijdens de looptijd konden dalen, bestond. Hij is op geen enkel moment ervoor gewaarschuwd dat zo’n contract niet bestond. De ondernemer moet de gemaakte afspraak nakomen, ook als een aanbod is gedaan dat niet kan worden nagekomen. Men heeft iets aangeboden of dat bestond of niet. De consument begrijpt wel dat er een ongebruikelijk aspect in het aanbod zit. De consument heeft het contract niet ontbonden of geannuleerd, dat heeft de ondernemer gedaan.
Aanvankelijk wilde men de opname van het telefoongesprek niet verstrekken, toen dat standpunt niet houdbaar was, waren er opeens geen bandopnamen beschikbaar.
Uit de transcriptie van de chat blijkt niet dat het de consument zelf is geweest die dat gesprek heeft gevoerd. Men doet net alsof dat wel het geval is.
De consument heeft inmiddels elders een energiecontract.
Als het niet klopt moet het kloppend worden gemaakt.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op 17 februari 2025 heeft de ondernemer contact gehad met de consument met de vraag of hij opnieuw klant wilde worden. De consument reageerde daarop positief waarna de ondernemer hem een contract stuurde, dat hij heeft gelezen en heeft goedgekeurd. Hierna werd de aanmeldbevestiging gestuurd. Hierna verzocht de consument om de startdatum te verzetten naar 1 april 2025. Op 25 februari 2025 liet de consument weten dat de overeenkomst niet klopt met hetgeen mondeling zou zijn besproken. Hij wilde annuleren en dat heeft de ondernemer voor hem gedaan. De dag daarna diende de consument de klacht in. Volgens de consument was de afspraak dat de tarieven met de markt mee zouden dalen. Er was geen gespreksopname van de gesprekken beschikbaar. Ook omdat sprake was van een aanbod met een schriftelijkheidsvereiste. Er is dus niet aan te tonen of er iets anders is gezegd dan wat er in het aanbod staat.
De consument heeft binnen de bedenktijd geannuleerd. De ondernemer kan de consument niet iets aanbieden wat niet bestaat. De tarieven van de vaste contracten zijn iets gedaald. Als de consument nog klant wil worden kan hij beter een nieuw aanbod kiezen.
Ter (digitale) zitting heeft de ondernemer verder nog het volgende naar voren gebracht.
Het is een redelijk simpel verhaal. Er zijn geen gespreksopnamen en er is binnen 14 dagen geannuleerd. Uit de opname van de chat blijkt ondubbelzinnig dat de consument heeft geannuleerd, nadat is geverifieerd dat het de consument was.
Het lijkt erop dat de consument zich heeft vergist.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
In dit geschil klaagt de consument over het niet op juiste wijze vastleggen van de inhoud van het mondeling tot stand gekomen aanbod. De consument mist in de bevestiging de afspraak dat de tarieven van het vaste contract zouden dalen als de marktprijzen daartoe aanleiding zouden geven.
De consument verlangt dat de ondernemer de mondelinge afspraak nakomt.
De ondernemer voert gemotiveerd verweer.
De commissie volgt het standpunt van de ondernemer.
De commissie is van oordeel dat de consument wel aannemelijk heeft kunnen maken dat over de kwestie van het verlagen van de tarieven ook in geval van een contract met vaste tarieven is gesproken, maar niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is geweest van een toezegging die als een onderdeel van het contract moet worden aangemerkt. Uit hetgeen de consument naar voren heeft gebracht blijkt dat het ook voor hem onduidelijk was hoe het mechanisme van de prijsverlaging zou werken. De uitleg van de ondernemer dat het mogelijk is om enige tijd na het ingaan van het contract en (fors) dalende marktprijzen met de ondernemer in gesprek te gaan lijkt een redelijke uitleg van hetgeen is besproken. Daarbij komt dat uit de tekst van de chat blijkt dat iemand die zich identificeerde als de consument kennelijk heeft geannuleerd. De verbijstering van de consument over deze gang van zaken is door hem verder niet materieel onderbouwd zodat de commissie daaraan voorbijgaat.
Overigens is de commissie van oordeel dat indien aan de consument een niet bestaand contract is aangeboden, niet gebleken is dat de consument daardoor enige schade heeft geleden of ander nadeel heeft ondervonden, nu hij immers binnen de hem geboden termijn kon annuleren. Nog daargelaten dat van bewust onjuist handelen van de ondernemer niet is gebleken.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie wijst het door de consument verlangde af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, mevrouw mr. W.N. Kip, mevrouw mr. E.J.P.J.M. Kneepkens, leden, op 22 juli 2025.