Commissie: Recreatie
Categorie: Waarborgsom
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
232577/244470
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument had een stacaravan gehuurd en kreeg na afloop van de huurperiode € 275,- ingehouden op de waarborgsom door de ondernemer. Volgens de consument was dit bedrag onterecht, behalve € 5,- voor een paar kapotte glazen. De ondernemer gaf aan dat er extra schoonmaakkosten en vervangingskosten waren gemaakt, maar kon dit niet voldoende bewijzen. De commissie stelde vast dat er geen inspectierapport was en dat de consument niet de kans heeft gekregen om eventuele gebreken zelf te herstellen. Daarom oordeelt de commissie dat de ondernemer ten onrechte € 270,- heeft ingehouden. De klacht is gegrond en de ondernemer moet dit bedrag terugbetalen, plus € 52,50 aan klachtengeld.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft het bedrag dat de ondernemer heeft ingehouden op de waarborgsom.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Ten onrechte heeft de ondernemer kosten ingehouden op de waarborgsom bij het huren van een stacaravan. De kosten zijn wel gesteld, maar niet bewezen. De kosten zijn onredelijk bezwarend. Het ingehouden bedrag is € 275,–.
De consument verlangt dat de ondernemer haar het ingehouden bedrag van € 275,– terugbetaalt, met aftrek van een bedrag van € 5,– voor een aantal kapotte glazen.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
In de periode van 1 november 2022 tot en met 30 april 2023 hebben wij een grand large stacaravan verhuurd aan de consument. Wij hebben op ons park vijf stacaravans die wij verhuren voor langere termijn (minimaal twee en maximaal zes maanden). Wij verhuren deze vaak aan gasten die bijvoorbeeld tussen twee huizen in zitten, of een verbouwing hebben, of in het buitenland wonen en op lang familiebezoek komen. We hebben vier vaste werknemers die verantwoordelijk zijn voor verhuur, onderhoud, inspectie en schoonmaak.
Er is een vaste inspectie bij vertrek van de gasten en we hebben een vaste, externe schoonmaker die deze stacaravans voor nieuwe gasten schoonmaakt. In de huurovereenkomst alsmede de welkomstinformatie staat duidelijk vermeld dat tussentijdse schoonmaak zelf gedaan dient te worden. Ook staat er beschreven dat wanneer zaken kapotgaan dat deze dan in mindering worden gebracht op de waarborg die bij aanvang wordt berekend.
De consument heeft reeds alle documentatie en foto’s toegestuurd. De foto’s zijn van onze schoonmaker die de stacaravan zwaar vervuild heeft aangetroffen en die de dag erna – voordat de nieuwe huurders de caravan betrokken – een tweede schoonmaak heeft gedaan; vandaar de dubbele schoonmaakkosten van € 125,–. Diverse zaken, zoals matrasbeschermers, aangekoekte Senseo en pannenset, hebben wij vervangen zonder hiervoor kosten door te berekenen. Dit hebben we onder de post gebruikerssporen weg geboekt, maar deze voorwerpen waren ook meer vervuild dan normaal. De zaken die kapot zijn gegaan, zoals lattenbodem, wasrek en glazen, hebben wij ook moeten vervangen en deze hebben wij wel doorberekend. Wij hebben uitsluitend de werkelijk gemaakte extra kosten doorberekend.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De ondernemer heeft na het einde van de huurperiode een bedrag van € 275,– ingehouden op de waarborgsom in verband met extra schoonmaakkosten, kosten van een lattenbodem, kosten van een buitendienstmedewerker, kosten wasrek en kosten ter vervanging van een aantal kapotte glazen. De consument heeft al deze kostenposten betwist, met uitzondering van de laatstgenoemde kostenpost (glazen). Dat betreft een kostenpost van € 5,–.
De consument heeft aangevoerd dat in de middag van 29 april 2023 de caravan door een medewerker van de ondernemer is geïnspecteerd en dat deze geen enkele opmerking heeft geplaatst over de mate van schoonheid van de caravan. Als dat wel het geval zou zijn geweest, had de consument naar zijn zeggen zondag (30 april 2023) nog de hele dag de tijd gehad om eventuele verdere schoonmaakwerkzaamheden te verrichten.
Volgens de ondernemer vindt altijd een vaste inspectie plaats bij vertrek van gasten en blijkbaar heeft die inspectie in dit geval plaatsgevonden op 29 april 2023. Bij de stukken bevindt zich echter geen inspectierapport waaruit opgemaakt zou kunnen worden dat er die dag gebreken zijn geconstateerd en de schoonmaak, gedaan door de consument, onvoldoende was bevonden. Als er wel gebreken waren geconstateerd en was vastgesteld dat de schoonmaak door de consument onvoldoende was, had het overigens op de weg van de ondernemer gelegen om de consument in de gelegenheid te stellen die gebreken (voor zover mogelijk) te verhelpen en de caravan nogmaals schoon te maken. Niet gebleken is dat de consument daartoe in de gelegenheid is gesteld. In het licht van het voorgaande is de commissie dan ook van oordeel – rekening houdend met het feit dat de consument heeft erkend dat een aantal glazen was gesneuveld – dat de ondernemer ten onrechte een bedrag van € 270,– heeft ingehouden op de waarborgsom (€ 275,– minus € 5,–).
Op grond van het voorgaande zal de commissie de klacht gegrond verklaren en bepalen dat de ondernemer de consument een bedrag van € 270,- dient terug te betalen.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart de klacht gegrond.
De commissie bepaalt dat de ondernemer de consument een bedrag van € 270,- dient terug te betalen. Betaling van dit bedrag dient plaats te vinden binnen een termijn van 14 dagen na de verzenddatum van dit bindende advies.
Overeenkomstig het reglement van de commissie dient de ondernemer een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Recreatie, bestaande uit de heer mr. H.A. van Gameren, voorzitter, de heer P.W.M. €, mevrouw mr. J.M. Huysman- Hartkamp, leden, op 15 februari 2024.