Commissie: Reizen
Categorie: Schadevergoeding
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: voorbeslissing
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
232405/239494
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument heeft een klacht ingediend over schade aan haar fotocamera en lens door een lekkage in haar hotelkamer tijdens een verblijf op Curaçao. Ze wil dat de Nederlandse reisorganisatie hiervoor aansprakelijk wordt gesteld. De ondernemer stelt dat hij alleen als reisagent heeft opgetreden en niet verantwoordelijk is voor schade veroorzaakt door het hotel, dat een apart bedrijf is. Hij vroeg om een voorbeslissing om de klacht af te wijzen. De commissie oordeelt echter dat er geen reden is om de klacht nu al af te wijzen en dat het geschil inhoudelijk verder behandeld zal worden. Beide partijen worden hierover geïnformeerd.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de vergoeding van waterschade opgelopen aan haar fotocamera en lens tijdens verblijf in een hotel.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De ondernemer heeft aangestuurd op een voorbeslissing, maar nagelaten aan te geven of het om een onbevoegdheid van de commissie of een niet-ontvankelijkheid van de consument zou gaan. De artikelen 2, 3 en 4 van het reglement van de commissie zouden hiervoor een grond moeten geven.
Er moet van uitgegaan worden dat sprake is van toepasselijkheid van de Reizigersvoorwaarden van de ANVR – waaronder de Boekingsvoorwaarden – en dat de ondernemer als zodanig als partij kan worden aangesproken.
Voor zover de ondernemer aanvoert dat de consument een los hotelarrangement heeft geboekt en geen pakketreis heeft geboekt, zou kunnen gelden dat zij slechts een reisagent/wederverkoper is en volgens artikel 5 lid 2 niet aansprakelijk voor de handelingen en/of nalatigheid van de betrokken dienstverleners. Dat is echter een inhoudelijke beoordeling.
Voor zover de ondernemer aanvoert dat de betrokken dienstverlener het hotel op Curaçao is en de hotelketen op Curaçao een onafhankelijk bedrijf is dat los staat van de touroperator van de ondernemer in Nederland lijkt hij te wijzen op toepasselijkheid van artikel 17 van het reglement. Daarin is bepaald dat als tijdens de behandeling van een geschil blijkt dat het geschil niet jegens de juiste partij aanhangig is gemaakt, de commissie de klacht ongegrond verklaart en tevens een termijn bepaalt, waarbinnen het geschil door de betrokkene opnieuw aanhangig kan worden gemaakt, maar dat lijkt niet het gevolg waarop de ondernemer het oog heeft. Ook dan betreft het overigens in feite een inhoudelijke beoordeling.
De consument heeft een verzoek gedaan om het andere hotel als partij aan te merken maar daarna vastgehouden aan de ondernemer als contractspartij. Ook die heeft uiteindelijk niet het oog op de toepassing van artikel 17.
Nu geen voorbeslissing voor toepassing in aanmerking komt zal de commissie het geschil nader in behandeling nemen. Partijen zullen over het vervolg in kennis gesteld worden.
Daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie wijst het beroep op een voorbeslissing af en zal de commissie het geschil nader in behandeling nemen. Partijen zullen over het vervolg in kennis gesteld worden.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Reizen, bestaande uit de heer mr. J.M.J. Godrie, voorzitter, de heer W.A.M. Hendrix, de heer mr. P.C. de Klerk, leden, op 19 februari 2024.