Commissie: Installerende bedrijven
Categorie: Opdracht
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
224984/234926
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument klaagt dat bij de aanleg van zijn vloerverwarming het dichtsmeren van de ingefreesde leidingen niet is uitgevoerd, terwijl hij dacht dat dit standaard bij de werkzaamheden hoorde. Volgens hem is dit ook in een voorgesprek toegezegd. De ondernemer stelt dat dit soort bouwkundige werkzaamheden nooit door hem worden gedaan en dat dit ook niet in de offerte staat. De commissie oordeelt dat het dichtsmeren niet als onderdeel van de overeenkomst is vastgelegd en dat er geen bewijs is voor de gestelde toezegging. Omdat de consument niet heeft doorgevraagd over deze werkzaamheden, komt de misvatting voor zijn eigen rekening. De klacht is daarom ongegrond verklaard.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft een overeenkomst van aanneming van 5 juli 2022 met betrekking tot de aanleg van een vloerverwarming inclusief infresen. De ondernemer heeft de consument hiervoor een bedrag van
€ 3.845,90 in rekening gebracht bij factuur van 8 november 2022.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Tussen partijen bestaat een verschil van mening over werkzaamheden die standaard horen bij het aanleggen van een vloerverwarming. Volgens de consument hoort het dichtsmeren van ingefreesde leidingen daar standaard bij. In de offerte worden deze werkzaamheden niet expliciet vermeld, echter ook niet uitgesloten. In het voorgesprek is door naam aangegeven dat zij de vloerverwarming dichtgesmeerd zouden opleveren. Daarom is later ook toestemming gevraagd om het dichtsmeren door het vloerenbedrijf te laten uitvoeren, toen bleek dat het vloerenbedrijf dit liever zelf deed in verband met een beter dan wel gecontroleerder eindresultaat van de volgende stap (egaliseren). Naam is hiermee akkoord gegaan.
De consument stelt voor dat het bedrag van € 748,– in gelijke delen tussen partijen wordt verdeeld.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De ondernemer betwist dat in een voorgesprek aan de consument zou zijn toegezegd dat hij de ingefreesde vloerverwarming dichtgesmeerd zou opleveren. Dit dichtsmeren wordt nooit door de ondernemer gedaan gelet op de risico’s indien dit dichtsmeren nadelig gevolg zou kunnen hebben voor het verder egaliseren en aanbrengen van de vloer. Dit soort bouwkundige werkzaamheden worden niet door de ondernemer uitgevoerd en hij heeft hiervoor ook de mensen niet, terwijl zodanige werkzaamheden niet onder de aansprakelijkheidsverzekering gedekt zijn. In de door de consument geaccepteerde offerte van 4 juli 2022 wordt het dichtsmeren ook niet als aangeboden werk vermeld, terwijl daarin wel uitdrukkelijk vermeld staat dat niet in de prijs zijn inbegrepen alle niet in de offerte met name genoemde werkzaamheden en herstelwerkzaamheden.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De commissie volgt het standpunt van de ondernemer in deze. Uit de door de consument aanvaarde offerte blijkt dat het dichtsmeren van de ingefreesde vloerverwarming niet als in de prijs begrepen werk staat vermeld, terwijl daarin wel uitdrukkelijk vermeld staat dat niet in de prijs zijn inbegrepen alle niet in de offerte met name genoemde werkzaamheden en herstelwerkzaamheden. Er ligt tegenover de betwisting door de ondernemer geen bewijs voor van de stelling van de consument dat in het voorgesprek namens de ondernemer is toegezegd dat de vloerverwarming dichtgesmeerd zou worden opgeleverd, zodat die stelling wordt gepasseerd. Indien de consument er desondanks vanuit ging dat het dichtsmeren onder het aangenomen werk viel, dan had het op zijn weg gelegen hiernaar uitdrukkelijk te informeren naar aanleiding van de inhoud van de offerte. Ter zitting heeft de consument verklaard daartoe geen aanleiding te hebben gezien. Dat moet dan voor zijn rekening blijven.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Installerende Bedrijven, bestaande uit de heer mr. R.J. van Boven, voorzitter, de heer drs. H.H.F.M. van den Oever, mevrouw mr. C.R.J.M. den Hartog-Kaaij, leden, op 29 januari 2024.