Commissie: Energie
Categorie: kosten/ overeenkomst
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
1049082/1199298
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument sloot een energiecontract af nadat twee agressieve verkopers onaangekondigd haar seniorenwoning binnendrongen en haar onder druk zetten met misleidende informatie over lage maandlasten. Op dat moment stond zij onder psychiatrisch toezicht en gebruikte medicatie, waardoor zij niet in staat was om goed te beoordelen wat zij tekende. Tijdens het gesprek werd zij onvoldoende geïnformeerd over de contractduur, tarieven, herroepingsrecht en overstapkosten, en moest zij later een boete betalen aan haar vorige leverancier. De Geschillencommissie Energie oordeelde dat sprake was van een oneerlijke handelspraktijk en dat de consument niet op juiste wijze is voorgelicht. Omdat het contract onder deze omstandigheden tot stand kwam, vernietigde de commissie de overeenkomst. De consument hoeft de jaarrekening niet te betalen, krijgt alle gedane betalingen terug en wordt gevrijwaard van de opzegvergoeding aan haar vorige leverancier. Ook ontvangt zij het klachtengeld van € 52,50 terug.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Het geschil betreft de vraag of de tussen partijen gesloten overeenkomst op rechtsgeldige wijze tot stand is gekomen. Tevens klaagt de consument over de hoogte van de jaarrekening van 12 oktober 2024.
De consument heeft op 1 november 2024 de klacht bij de ondernemer ingediend.
De commissie vernietigt de overeenkomst.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument werd bezocht door 2 agressieve verkopers van de ondernemer, die haar woning, een seniorenwoning, zijn binnengedrongen en haar met agressieve en misleidende verkoopmethode hebben gedwongen tot het aangaan van een contract voor de levering van energie. Op dat moment was de consument zwaar manisch, zat zij onder de medicijnen en was zij onder psychiatrisch toezicht.
Het contract dat de consument in die tijd bij een andere leverancier had was prima en zou nog een jaar duren. De mannen van [bedrijf] die in opdracht van de ondernemer werkten, walsten over haar heen en drongen zelfs haar slaapkamer binnen. Zij werd misleid met een fors lager maandbedrag, dat leidde tot een bizar hoge jaarafrekening. Men verzekerde haar dat een contract maanbedrag van € 78,– voldoende was en veel goedkoper was dan het bestaande contract dat zij had. Om ervan af te zijn heeft zij in zwaar gedrogeerde toestand het contract gesloten. Later werd zij geconfronteerd met een jaarrekening van 12 oktober 2024 met een bij te betalen bedrag van € 1.815,51.
De consument woont in een seniorenflat waar veel kwetsbare en beïnvloedbare mensen wonen. De verkopers hadden aldaar niet op deze wijze een contract mogen aanbieden. Het was een onaangekondigd bezoek. De verkopers konden zien dat zij een contract had met betere voorwaarden.
Tijdens het verkoopgesprek is de consument niet juist en onvolledig geïnformeerd over de contractduur, de prijzen, het recht om te herroepen. Ook werd zij niet geïnformeerd over de gevolgen van een tussentijdse overstap naar een andere leverancier. Zij moest een bedrag van € 278,– als boete aan haar oude leverancier betalen. Ook werd het doel van het bezoek niet duidelijk gemaakt en evenmin dat zij in opdracht van de ondernemer handelden.
Er is sprake geweest van een oneerlijke handelspraktijk waardoor de overeenkomst kan worden vernietigd.
De ondernemer heeft haar wel een uitweg geboden door haar zonder boete te laten vertrekken, maar daardoor was zij wel genoodzaakt een contract met flexibele tarieven aan te gaan, terwijl haar oude contract lagere tarieven kende.
De consument verlangt dat zij de jaarrekening van 12 oktober 2024 niet hoeft te voldoen.
Ter (digitale) zitting heeft de consument verder nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.
Het contract is op onjuiste wijze tot stand gekomen. Zij werd gelokt door een veel lager maandbedrag dan zij bij haar bestaande leverancier betaalde en door een veel te laag ingeschat verbruik. De verkopers hadden een laptop bij zich. Zij moest zonder goed voorgelicht te zijn op een soort van digitale ‘bestelknop’ drukken. Zij moest ook tekenen, maar heeft niet gezien waarvoor zij tekende. Omdat zij een mailbericht met een laag maandbedrag kreeg liet zij het zitten. In die tijd was zij niet in goeden doen. Dat heeft zij aangetoond. Na de ontvangst van de jaarrekening is zij erin gedoken. Zij heeft een boete gehad van haar vorige leverancier van ongeveer € 350,–, die nog openstaat bij die leverancier. Zij verkeerde in de veronderstelling dat de ondernemer de boete zou betalen. Daarover is zij echter nooit geïnformeerd. De eindstand moet bij de oude leverancier bekend zijn.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op 17 oktober 2023 zijn verkopers die in opdracht van de ondernemer werken bij de consument aan de deur geweest om haar een aanbod te doen. Dat aanbod heeft zij akkoord bevonden. In het aanbod is afgesproken om uit te gaan van verbruik van 1.152 kWh en van 421 m3. Op basis hiervan werd een maandbedrag van € 73,- berekend. Naar aanleiding van het akkoord heeft de ondernemer aan haar een bevestigingsmail gestuurd en haar een bedenktijd van 14 kalenderdagen gegeven. Daarvan heeft de consument geen gebruik gemaakt. De energielevering is op 31 oktober 2023 begonnen.
Op de jaarrekening is een verbruik van 1.568 kWh en 1.580 m3 gas in rekening gebracht. Gelet op de betaalde termijnbedragen moest een bedrag van € 1.851,51 worden bijbetaald. Op de jaarrekening staat dat de beginstand is berekend omdat de ondernemer niet tijdig beschikte over de meterstanden van de consument. Met die stand is de consument ook bij haar oude leverancier afgerekend. Dit betekent dat het waarschijnlijk is dat een deel van het verbruik bij de oude leverancier nu bij de ondernemer wordt afgerekend.
Naar aanleiding van de klacht van de consument dat haar verbruik een stuk hoger is dan afgesproken en dat zij om medische redenen niet goed kon nadenken verzocht de ondernemer aan de verkopende partij om daarnaar onderzoek te doen. De ondernemer kreeg daarop als reactie dat er uit het onderzoek niets bijzonders naar voren komt en de verkopende partij zich niet kan vinden in het door de consument gestelde. De medewerker van de ondernemer die de klacht behandelde vond het vervelend dat de consument geen goed gevoel over het contract had en bood de consument aan om boetevrij te vertrekken. Het contract wordt overgezet naar een flexibel contract met variabele tarieven zodat zij zonder boete kan overstappen en dat doet de consument per 1 januari 2025.
Op 14 januari 2025 liet de consument weten dat zij bij het aangaan van het contract is misleid. De klachtmedewerker van de ondernemer die de klacht onderzocht komt tot de conclusie dat van misleiding geen sprake is. Op 5 maart 2025 vulde de consument haar klacht aan met een beroep op wilsonbekwaamheid en was sprake van een locatie waarop geen verkoop als de onderhavige had mogen plaatsvinden. De verkopende partij kan zich niet vinden in de stellingen van de consument en de ondernemer ziet in de stukken niet het bewijs dat zij handelings- of wilsonbekwaam was op dat moment. Er waren geen signalen en het was geen bejaarden- of verzorgingshuis. Boetevrij overstappen is een meer dan redelijke oplossing.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
In deze zaak stelt de consument dat zij is misleid door de verkopers van de ondernemer en zij aldus is bewogen tot een contract dat zij bij een juiste en volledige voorlichting niet zou hebben gesloten.
De commissie stelt voorop dat een partij die niet ter zitting verschijnt zichzelf de mogelijkheid ontneemt om eventuele bij de commissie levende vragen te beantwoorden en te reageren op hetgeen door de wel verschenen partij naar voren is gebracht.
De commissie volgt het standpunt van de consument en vernietigt de overeenkomst en bepaalt dat de consument voor haar verbruik niet behoeft te betalen en bepaalt dat alle betaalde bedragen door de ondernemer aan de consument moeten worden teruggestort. Tevens dient de ondernemer de consument te vrijwaren voor de betaling van een opzegvergoeding aan haar vroegere energieleverancier.
De commissie is van oordeel dat geen sprake is geweest van een rechtsgeldige overeenkomst, buiten de verkoopruimte, waarbij zij niet volledig is geïnformeerd zoals onder andere in artikel 6: 230 m jo artikel 6: 230t BW is voorgeschreven. Ook is sprake geweest van een oneerlijke handelspraktijk waarbij de verkopers zich de toegang tot een seniorenwoning hebben verschaft en de consument een niet reëel, in overeenstemming met haar werkelijke verbruik, aanbod hebben gedaan met een maandbedrag dat al dan niet bewust veel te laag is ingeschat. Ook is niet aannemelijk geworden dat de prijzen en tarieven en voorwaarden op de juiste wijze zijn gecommuniceerd, terwijl ook niet blijkt dat verkopers de consument hebben gewezen op de gevolgen van een tussentijdse overstap. Daarbij is de commissie van mening dat de locatie, te weten een seniorenflat, waarvan het algemeen bekend is dat daar kwetsbare ouderen wonen, niet een passende locatie is om aan de deur energiecontracten te slijten. Daarbij komt dat de consument meer dan aannemelijk heeft gemaakt dat zij indertijd door allerlei factoren niet in goeden doen was. De commissie wijst daartoe op de overgelegde medische gegevens.
Ook is van belang dat sprake is geweest van het aangaan van een financiële verplichting middels een digitale ‘bestelknop’, waarvan niet is gebleken dat deze een afdoende waarschuwing bevatte dat daarmee een financiële verplichting wordt aangegaan. Evenmin is gebleken dat daarbij is voldaan aan het bepaalde in artikel 6: 230m jo artikel 6:230t BW.
Ook heeft het er de schijn van dat geen behoorlijk onderzoek is gedaan naar de klachten van de consument en de ondernemer voetstoots akkoord is gegaan met de blote ontkenning van de door de consument gestelde gang van zaken en omstandigheden. Dit past de ondernemer niet, nu de wetgever in het toepasselijke artikel 6: 193 j BW, de bewijslast van de materiële juistheid en de volledigheid van de informatie op de ondernemer legt. In dat bewijs is de ondernemer niet geslaagd.
Voorts is de ondernemer ingevolge de Gedragscode volledig verantwoordelijk voor de in zijn opdracht werkende verkopers.
Op grond van het bovenstaande zal de commissie de overeenkomst tussen partijen vernietigen. Dit betekent dat de overeenkomst, gelet op de terugwerkende kracht van de vernietiging, nooit heeft bestaan en de uit hoofde van die niet bestaande overeenkomst door de consument onverschuldigd betalingen zijn gedaan en deze dienen te worden terugbetaald aan de consument.
Van ongerechtvaardigde verrijking van de consument is geen sprake nu op het aan de ondernemer toe te rekenen handelen geen bonus van het genereren van extra omzet behoort te worden gezet, maar een sanctie die afschrikwekkend en doeltreffend behoort te zijn.
Op grond van het bovenstaande is de klacht van de consument gegrond.
Derhalve wordt beslist als volgt.
Beslissing
De commissie vernietigt de overeenkomst op grond waarvan de ondernemer vanaf 31 oktober 2023 tot 1 januari 2025 elektriciteit en gas aan de consument heeft geleverd.
De ondernemer betaalt alle door de consument uit hoofde van de vernietigde overeenkomst aan de ondernemer gedane betalingen terug aan de consument en wel binnen 4 weken na de verzenddatum van dit bindend advies.
De ondernemer vrijwaart de consument voor aanspraken van haar vorige energieleverancier op een opzegvergoeding wegens voortijdige beëindiging van het vaste contract.
De ondernemer vergoedt het door de consument betaalde klachtengeld van € 52,50.
Voorts zal aan de ondernemer in overeenstemming met het reglement van de commissie een bijdrage in de behandelingskosten in rekening worden gebracht.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, de heer R.A. Timmer, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 26 augustus 2025.