Commissie: Energie
Categorie: Meterstanden
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: tussenadvies
Uitkomst: aanvullende informatie nodig
Referentiecode:
776964/1018496
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument betwist de geschatte gasverbruikskosten van € 468,– over de periode 5 april 2023 tot 21 juni 2024, nadat haar defecte gasmeter werd vervangen. Zij stelt dat haar verbruik de afgelopen jaren sterk is verminderd en dat de schatting te hoog is. De ondernemer baseerde de schatting op historisch verbruik en gegevens van de nieuwe meter, en acht de berekening redelijk. De Geschillencommissie Energie erkent dat de consument haar verbruik heeft gereduceerd, maar acht de jaarafrekening vanaf 27 juli 2024 cruciaal om te beoordelen of de schatting inderdaad te hoog is. De commissie stelt de consument in de gelegenheid deze jaarrekening vóór 1 oktober 2025 aan te leveren. Tot die tijd wordt iedere verdere beslissing aangehouden.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Omdat de gasmeter defect bleek is deze vervangen en is het werkelijk verbruik over de storingsperiode geschat. De consument meent dat die schatting te hoog uitvalt omdat zij in de voorgaande jaren haar gasverbruik sterk heeft verminderd. De commissie stelt de consument in de gelegenheid om de binnen enkele weken op te stellen jaarnota over te leggen om te beoordelen of er inderdaad sprake is van een sterk verminderd gasverbruik.
Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 22 mei 2019 met de ondernemer tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van gas en elektriciteit. Omdat de gasmeter defect bleek is deze vervangen en is het werkelijk verbruik over de storingsperiode geschat. De consument meent dat die schatting te hoog uitvalt omdat zij in de voorgaande jaren haar gasverbruik sterk heeft verminderd.
De consument heeft de klacht eerst voorgelegd aan de ondernemer.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
We probeerden ons gasverbruik te reduceren en liefst tot nul terug te brengen. Daarin zijn we geslaagd. Ons verbruik is gedaald van 1100 m³ via 800 m³ naar 300 m³. Onze bedoeling is om geen gas meer te gebruiken. We beschikken over een boiler en er wordt warmte uit de lucht gehaald. Zo nodig wordt als het koud is een elektrische kachel gebruikt.
De ondernemer stelt dat de slimme meter kapot was en heeft die vervangen door een andere slimme meter. Verder is een naheffing opgelegd omdat het verbruik is geschat. Dat is een onrechte correctie en het op basis daarvan betaalde bedrag van circa € 468,– dient te worden gerestitueerd.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Door netbeheerder [naam netbeheerder] is de gasmeter van de consument vervangen omdat deze kapot was. Hierdoor is het werkelijk verbruik over de periode van storing niet bekend. Om deze reden heeft de netbeheerder het verbruik voor de storingsperiode van 5 april 2023 tot de meterwissel op 21 juni 2024 berekend op basis van het historische verbruik. Het toegekende verbruik is 203 m³.
De consument heeft bezwaar gemaakt tegen het afgerekende verbruik van € 203 m³. Volgens haar is er geen verbruik geweest in de gecorrigeerde periode en zou het verbruik 0 m³ moeten zijn. Wij achten haar bezwaar ongegrond omdat er zowel verbruik was voor het defect van de meter maar ook na de storing op de nieuwe meter.
In het geval van een defect van de meter, waarbij het verbruik niet is geregistreerd, moet de netwerkbeheerder berekenen wat het verbruik is geweest. Zij doet dat op basis van gegevens van een oude of nieuwe meter. In het geval van de consument is dat gedaan op basis van verbruik van de nieuwe meter. Op de eindrekening valt te zien dat tussen 21 juni 2024 en 27 juli 2024 reeds 4 m³ is verbruikt. Dat betekent een geschat jaarlijks verbruik van 233 m³.
Daarmee is onze conclusie dat de berekening van netbeheerder [naam netbeheerder] redelijk moet zijn. Daarnaast had zij in het jaar voor de storing ook een verbruik van 280 m³. Er zijn geen feiten die ons overtuigen dat het verbruik in de storingsperiode minder of 0 m³ is geweest. Integendeel.
Er valt op te wijzen dat het de netbeheerder is die normaal gesproken de meterstanden uitleest en nu een schatting moest maken. Wij toetsen dat slechts marginaal. Bij de schatting wordt gebruik gemaakt van zogeheten graaddagen om het verbruik te kunnen kwalificeren.
Op 27 juli 2024 is een nieuw gebruiksjaar ingegaan zodat binnenkort de jaarafrekening volgt.
Wij verzoeken u op basis van het bovenstaande/voorgaande de klacht af te wijzen.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Het geschil van partijen betreft de vraag of het door de ondernemer in rekening gebrachte geschatte verbruiksbedrag over de periode 5 april 2023 – 21 juni 2024 correct is.
Tussen partijen is niet in geschil dat de vorige meter op 21 juni 2024 is vervangen door een nieuwe slimme meter. Ook verschillen partijen er niet over van mening dat de consument ernaar streeft het gasverbruik te verminderen, onder meer door het gebruik van een warmtepomp.
Ook de commissie constateert op basis van overgelegde jaarafrekeningen, waarop de gegevens over voorgaande jaren zijn vermeld, dat de consument de laatste jaren steeds minder gas verbruikt. De vraag is echter in hoeverre die jaarrekeningen niet slechts een trend aangeven maar ook nauwkeurig waren in verbruik van het aantal kubieke meters nu tussen partijen niet in geschil is dat de vorige meter vervangen is omdat deze defect was.
Naar het oordeel van de commissie kan de jaarrekening over de periode vanaf 27 juli 2024 uitsluitsel bieden. Als blijkt dat het gasverbruik van de consument over deze periode zeer laag is, ligt het voor de hand dat het door de ondernemer over de periode 5 april 2023 – 21 juni 2024 geschatte verbruik te hoog is geraamd. Naar verwachting zal deze jaarafrekening binnenkort beschikbaar zijn. Die over laatstgenoemde periode was beschikbaar op 4 september 2024.
Nu de consument haar stelling dat het genoemde geschatte verbruik onjuist is dient te onderbouwen, zal de commissie de consument in de gelegenheid stellen die jaarrekening (met eventuele toelichting van de consument) ter kennis te brengen van de commissie. Vervolgens zal de ondernemer in de gelegenheid worden gesteld zich daarover uit te laten.
Mocht de consument die jaarrekening niet voor 1 oktober 2025 aan de commissie hebben doen toekomen, dan gaat de commissie ervan uit dat de klacht wordt ingetrokken.
De commissie zal iedere verdere beslissing aanhouden.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De hiervoor verlangde aanvullende informatie van de consument wordt na ontvangst door de commissie in afschrift aan de ondernemer gezonden. Deze wordt in de gelegenheid gesteld daarop binnen twee weken een schriftelijke reactie aan de commissie kenbaar te maken. De commissie zal vervolgens zonder nadere mondelinge behandeling op basis van de stukken bindend adviseren.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer prof. mr. A.W. Jongbloed, voorzitter, de heer drs. G.J. Visser, mevrouw J.M.A. van Haren, leden, op 7 juli 2025.