Vergoeding warmteverbruik vastgesteld, maar klacht consument ongegrond

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Jaarrekening    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 764226/913320

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument klaagde over jarenlang te hoog in rekening gebracht warmteverbruik, vermoedelijk veroorzaakt door een defecte zoneklep. Hoewel de ondernemer geen sluitende verklaring kon geven voor het hoge verbruik, bood hij uit coulance een vergoeding van € 3.104,78 aan. De consument wees dit aanbod af en eiste een veel hoger bedrag. De Geschillencommissie Energie oordeelde dat het aanbod van de ondernemer redelijk was en dat de consument onvoldoende onderbouwde dat hij recht had op meer. De klacht werd ongegrond verklaard. De ondernemer mag het bedrag verrekenen met openstaande posten, mits de consument meewerkt aan afsluiting van de installatie.

De volledige uitspraak

Samenvatting

Het geschil betreft de hoogte van het door de ondernemer aan de consument in rekening gebrachte warmteverbruik.

De consument heeft op 19 december 2019 de klacht bij de ondernemer ingediend.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer levert warmte aan het adres waarop de consument vanaf 2017 woonachtig is. Het blijkt dat de consument jarenlang te veel voor zijn warmteverbruik heeft betaald. Dat is vermoedelijk het gevolg van een defecte zoneklep, die op 8 augustus 2023 is vervangen. Hierna bleef het onduidelijk of het defect was verholpen en is op 3 juni 2024 opnieuw een onderzoek uitgevoerd en is de tapwaterklep en de watermeter vervangen. Dit is door de ondernemer op 22 juli 2024 aan de consument bevestigd. Gedurende de jaren heeft de consument geklaagd over zijn warmtekosten.

Uiteindelijk heeft de ondernemer een credit toegekend aan de consument van een bedrag van € 2.145,63, maar dit bedrag is nooit overgemaakt of verrekend ondanks herhaalde toezeggingen.

De consument verlangt dat zijn warmteaansluiting wordt afgesloten en dat aan hem het vanaf 2017 te veel betaalde wordt terugbetaald.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Het geschil betreft een voorstel van de ondernemer voor een verbruiksvergoeding in verband met hoog warmteverbruik. Hoewel niet onomstotelijk is vastgesteld dat het hoge verbruik veroorzaakt is door een defect in de installatie van de ondernemer, heeft hij uit overwegingen van coulance toch een verbruikscorrectie voorgesteld vanaf de aanvang van het contract op 24 juli 2017. Dit voorstel is door de consument afgewezen omdat hij dat te laag vindt.

Uit het rapport van 9 augustus 2023 bleek dat de CV-zoneklep defect was. Deze klep ook wel thermische regeling genoemd stuurt de warmtevraag aan via de kamerthermostaat. Staat de klep open dan wordt er warmte gevraagd staat de klep dicht dan wordt er geen warmte gevraagd. De thermische regeling is geen onderdeel van de warmte unit, maar een technisch onderdeel van de verwarmingsinstallatie. Op dit adres valt de thermische regeling onder de verantwoordelijkheid van de ondernemer en behoort zij niet tot de binnen installatie.

De ondernemer heeft geen sluitende verklaring voor het hoge verbruik van de consument. Om de langslepende kwestie op te lossen heeft de ondernemer toch een verbruikscorrectie aangeboden vanaf 2017 gebaseerd op het verbruik van 23,54 GJ (2022-2023), omdat het verbruik op dat moment genormaliseerd leek te zijn. De consument heeft tot 2023 gebruik gemaakt van de diensten van de ondernemer en de installatie vanaf dat moment uitgeschakeld.

Uit het door de ondernemer opgestelde rekeningoverzicht blijkt dat de consument is opgehouden te betalen en geen termijnfacturen meer voldoet. De schuld bedroeg op 25 april 2025 € 2.448,01. De ondernemer heeft de medewerking van de consument nodig om de installatie af te sluiten. Daarna kan een eindafrekening worden opgesteld en worden er daarna geen kosten meer in rekening gebracht. De ondernemer is bereid om de consument voor de openstaande schuld een soepele betalingsregeling aan te bieden. Het verzoek van de consument om een vergoeding van € 10.000,– moet worden afgewezen.

Ter (digitale) zitting heeft de ondernemer verder nog het volgende naar voren gebracht.

De ondernemer kan ermee instemmen dat hij zijn voorstel gestand doet, hoewel dat door de consument is verworpen. De consument betaalt geen voorschotbedragen dus er is een openstaand te verrekenen bedrag. Er moet bovendien als voorwaarde worden gesteld dat de consument de ondernemer in de gelegenheid stelt om de verwarmingsinstallatie af te sluiten en de ondernemer daartoe toegang tot zijn woning verschaft.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

In dit geschil klaagt de consument over een te hoog warmteverbruik dat hij volledig wijt aan een defecte zoneklep van de in zijn woning verwarmingsinstallatie, welk gebrek in augustus 2023 werd geconstateerd. De consument heeft het door de ondernemer voorgestelde schikkingsbedrag niet geaccepteerd en verlangt een veel hoger bedrag. Van coulance is volgens hem geen sprake, wel van een verplichting van de ondernemer.

De ondernemer voert gemotiveerd verweer.

De commissie volgt het standpunt van de ondernemer.

De consument stelt weliswaar dat hij geen diensten van de ondernemer heeft verbruikt, maar dat volgt niet uit de door de ondernemer gestelde feiten over zijn verbruik vanaf 2017, die de consument niet dan wel niet gemotiveerd heeft betwist.

De consument heeft evenmin de door de ondernemer gemaakte berekening van het meerverbruik als gevolg van het mogelijke defect van de zoneklep als zodanig betwist, zodat de commissie van de juistheid van de berekening uitgaat.

De consument heeft ook niet betwist dat hij een achterstand heeft door de jaarafrekeningen en de termijnbedragen niet meer te voldoen. Kennelijk is hem dat ingegeven door zijn verlangen om tot afsluiting van zijn verwarminsinstallatie te komen, maar daartoe zal hij wel een formeel verzoek moeten doen en de ondernemer moeten toelaten om de installatie te kunnen afsluiten. De consument dient zich echter te realiseren dat de kosten en de betalingsverplichtingen blijven doorlopen tot aan de afsluiting, zodat het in de rede ligt dat de consument een dergelijk verzoek zo snel mogelijk bij de ondernemer indient en deze in de gelegenheid stelt om daadwerkelijk tot afsluiting over te gaan.

Gelet op de hierboven geschetste omstandigheden is de commissie van oordeel dat het voorstel dat de ondernemer aan de consument heeft gedaan, voordat het geschil bij de commissie aanhangig was gemaakt, een redelijk voorstel is, dat zij – onder ongegrondverklaring van de klacht – bindend aan de consument en de ondernemer zal opleggen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 18 lid 3 van haar reglement.

Daarbij staat het de ondernemer vrij om de openstaande bedragen te verrekenen met dit bedrag, met uitzondering van de incassokosten, dan wel de consument een betalingsregeling aan te bieden. Ook zal de commissie aan haar beslissing de voorwaarde verbinden dat de consument een afspraak maakt met de ondernemer voor het afsluiten van de installatie en de ondernemer daartoe toegang tot de woning biedt.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt beslist als volgt.

Beslissing

De ondernemer stelt het bedrag dat de ondernemer aan de consument dient te voldoen en de consument dient te accepteren vast op een bedrag van € 3.104,78 en verbindt daaraan de voorwaarde dat de consument in het kader van diens verlangen om de verwarmingsinstallatie af te sluiten de ondernemer na een daartoe gemaakte afspraak daartoe in de gelegenheid stelt.

Het staat de ondernemer vrij om tot verrekening van het aan hem verschuldigde bedrag, uitgezonderd de (incasso)kosten, over te gaan, zoals hiervoor is aangegeven.

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, mevrouw mr. W.N. Kip, mevrouw mr. E.J.P.J.M. Kneepkens, leden, op 22 juli 2025.

Opslaan als PDF