Commissie: Energie
Categorie: Jaarafrekening
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1013244/1108383
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument diende een klacht in over een vermeende dubbele incasso van een termijnbedrag van € 156,– en vroeg compensatie, inclusief terugbetaling van het klachtengeld. De Geschillencommissie Energie onderzocht de betalingsgeschiedenis en concludeerde dat er geen sprake was van dubbele incassering. Wel erkende de commissie dat de communicatie van de ondernemer verwarrend was, maar dit rechtvaardigde geen compensatie. De klacht werd ongegrond verklaard en het verzoek van de consument afgewezen.
De volledige uitspraak
Samenvatting
De consument was van mening dat ten onrechte een extra termijn van € 156,– is geïncasseerd.
De ondernemer heeft verweer gevoerd.
Beoordeling
De commissie heeft het volgende overwogen.
De consument was klant van ondernemer. In elk geval gedurende de periode 26/11/2023 tot 20/11/2024, voor welke jaarperiode een maandelijks termijnbedrag gold van € 156,– en vervolgens gedurende de periode 20/11/2024 tot 22/01/2015, voor welke periode van 2 maanden een maandelijks termijnbedrag gold van € 164,.–.
De ondernemer heeft eind november 2024 de jaarnota opgemaakt en daarbij berekend dat na incassering van alle 12 termijnen van € 156,–, de consument € 67,59 te veel had betaald. Verwarrend is dat boven aan de jaarnota in de tekst staat december 2023 t/m december 2024, terwijl dit evident “tot december 2024” moet zijn. De laatste termijn van € 156,– moest eind november 2024 bij het opmaken van de jaarnota echter nog geïncasseerd worden, omdat termijnen immers steeds achteraf geïncasseerd worden. De termijn voor november 2024 is vervolgens ook geïncasseerd op 2 december 2024. De consument is ermee bekend dat termijnen maandelijks achteraf worden geïncasseerd (schriftelijk pleidooi).
Het nieuwe termijnbedrag voor december werd zo ook op 2 januari geïncasseerd. Omdat het nieuwe termijnbedrag voor die periode € 164,– bedroeg, maar dit bedrag werd verrekend met € 67,59 zijnde het bedrag dat de consument te veel had betaald in het vorige afrekenjaar, zoals is vermeld in de jaarnota, werd op 2 januari 2025 dus een bedrag van € 164 – € 67,59 = € 96,41 geïncasseerd.
Verwarrend is dat bij deze betaling alleen “jaarnota november” staat terwijl “termijn december na verrekening jaarnota november” juist was geweest. Met deze incasso van € 96,41 werd per saldo het hele 1e termijnbedrag ad € 164,– van de nieuwe jaarperiode betaald.
Het tweede nieuwe termijnbedrag van € 164,– werd een maand later automatisch geïncasseerd, maar op dezelfde dag terugbetaald. Dit omdat de consument zijn contract had opgezegd per 22/1/2025.
In de eindnota over de periode 20/11/2024 tot 22/01/2025 zijn de feitelijke kosten over die periode in rekening gebracht en is daarop één termijnnota ter verrekening meegenomen ad € 164,– zijnde de termijnnota december 2024, geïncasseerd op 2 januari 2025.
Het verzoek van de consument tot compensatie voor dubbele incassering van een termijn van € 156,– wijst de commissie af, omdat geen dubbele incassering van € 156,– heeft plaatsgehad en de klacht ongegrond is. Het verzoek van de consument tot compensatie voor de betaling van het klachtengeld ad € 52,50 wijst de commissie eveneens af, nu de klacht niet is gegrond. De communicatie van ondernemer had beter gekund. Reden waarom de commissie heeft gemeend in bovenstaande de berekeningen, incasso’s en communicatie te duiden.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie wijst het verzochte af.
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mevrouw mr. E.M.T. van Ruitenbeek, voorzitter, mevrouw mr. W.H. van Oorspronk, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 16 juli 2025.