Commissie: Energie
Categorie: Jaarafrekening / kosten/ overeenkomst
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: deels gegrond
Referentiecode:
1025388/1132605
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument klaagde over onredelijk hoge terugleverkosten binnen zijn energiecontract, die hoger uitvielen dan de terugleververgoeding. De Geschillencommissie Energie oordeelde dat de toepassing van de staffel over het hele jaar correct was, maar dat de terugleverkosten zelf onredelijk waren en onvoldoende gecompenseerd. Omdat de ondernemer geen duidelijkheid gaf en afwezig was bij de zitting, werd het verzoek tot correctie van de terugleverkosten vanaf 17 juli 2024 en de verhoging per 1 januari 2025 toegewezen. De terugleverkosten worden op nihil gesteld en de consument ontvangt € 237,25 terug, plus vergoeding van het klachtengeld.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Consument heeft een nieuw jaarcontract met ondernemer voor energie met een vast tarief van 17/7/2024 t/m 16/7/2025 en met terugleverkosten op basis van een staffel op grond van jaarlijkse teruglevering. Consument klaagt dat in de jaarafrekening van 26/1/204 t/m 25/1/2025 de terugleverkosten weliswaar in rekening zijn gebracht vanaf 17/7/2024 maar op basis van een staffel gebaseerd op de hele jaarperiode;
Ook klaagt consument dat hij wordt geconfronteerd met een tussentijdse verhoging van de terugleverkosten per 1/1/2025;
Tot slot klaagt de consument dat de terugleverkosten hoger blijken dan de terugleververgoeding.
De ondernemer heeft beperkt verweer gevoerd, namelijk alleen m.b.t. de toepassing van de staffel.
Beoordeling
De commissie heeft het volgende overwogen
Waar de consument klaagt dat in de jaarafrekening van 26/1/204 t/m 25/1/2025 de terugleverkosten weliswaar zijn opgenomen vanaf 17/7/2024, maar op basis van een staffel gebaseerd zijn op de hele jaarsafrekenperiode, terwijl dat in zijn optiek op basis van de periode na 17/7/2024 zou moeten zijn, is de consument abuis. Uit de productvoorwaarden blijkt dat de staffel wordt toegepast op teruglevering per jaar, om zo een tarief aan dagkosten te kunnen bepalen. Toepassing van de staffel op grond van teruglevering in slechts een deel van het jaar, schiet naar de aard het doel van een staffel op grond van levering/netcongestie voorbij.
Het verzoek van de consument tot correctie van de terugleverkosten op grond van vermeende foute toepassing van de staffel acht de commissie ongegrond en wijst dit af;
Waar de consument klaagt dat de terugleverkosten hoger zijn dan de terugleververgoeding en dit herberekening behoeft, klaagt hij terecht. Dat vindt ook de ondernemer, die stelt “dat is niet de bedoeling” en “je krijgt een vergoeding voor je terugleveringskosten” en “je krijgt € 11,37 terug” en “we werken aan een blijvende oplossing om de terugleververgoeding te verhogen”.
Vast staat dat de terugleververgoeding van consument 0,05500 per kWh bedroeg in genoemde periode en de terugleverkosten € 1,28775 per dag (na 1/1/2025 verhoogd naar € 1,29129 per dag) bij een teruglevering per jaar van 3501-3750 kWh per jaar. Voorts dat zijn kosten hoger uitvielen dan de terugleververgoeding. Hoe de ondernemer het bedrag van € 11,37 heeft berekend als vergoeding voor de te hoge terugleverkosten is de commissie niet duidelijk. De commissie acht dit bedrag evenmin redelijk of voldoende.
De ondernemer was afwezig ter zitting, hoewel bij de planning van de zitting rekening was gehouden met de verhinderdata van ondernemer. De ondernemer kon dus ook ter zitting geen toelichting of duidelijkheid verschaffen. De gevolgen hiervan kunnen niet worden afgewenteld op de consument.
De commissie stelt meer in het algemeen vast dat ondernemers met ingang van 1/7/2024 terugleverkosten in rekening mogen brengen, mits deze niet onredelijk zijn, aldus [bedrijf].
De commissie acht de terugleverkosten die aan deze consument in rekening gebracht zijn, onredelijk en ook de betaalde vergoeding voor de terugleverkosten onvoldoende.
De commissie is er uit de media mee bekend dat ondernemer de terugleververgoeding van € 0,05500 per kWh per 1/7/2025 heeft verhoogd naar 0,15 per kWh.
Het verzoek van de consument tot correctie van de terugleverkosten vanaf 17/7/2024, acht de commissie gegrond. Voorts omdat de terugleverkosten in verhouding tot verbruik en terugleververgoeding zodanig onredelijk zijn, wijst de commissie het verzoek toe en wel in die zin dat alleen een herberekening zonder enige terugleverkosten (terugleverkosten nihil) hier aan de orde kan zijn. De grondslag voor vergoeding voor de terugleverkosten van € 11,37 die inmiddels is betaald, vervalt daarmee.
Het verzoek van de consument tot correctie van de terugleverkosten per 1/1/2025 (de verhoging) wordt toegewezen, bij gebrek aan verweer, nu het verzoek de commissie niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt te meer omdat sprake was van een jaarcontract met een vast tarief.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie
- bepaalt dat de ondernemer de jaarafrekening 26/1/2024 t/m 25 januari 2025 dient te corrigeren in dienzin dat aan terugleverkosten slechts een nihil bedrag wordt opgenomen. De teruggaaf aan consument van € 216,34 + € 32,28 = € 248,62 die daarvan het gevolg is kan worden verrekend met het reeds betaalde bedrag van € 11,37, zodat ondernemer per saldo € 237,25 dient te betalen, binnen een maand na ontvangst van deze beslissing;
- bepaalt dat de terugleverkosten per 1/1/2025 op nihil worden gesteld voor de periode na 25/1/2025 tot het moment dat de hogere terugleververgoeding voor consument gaat gelden.
- Wijst het meer of anders verzochte af
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mevrouw mr. E.M.T. van Ruitenbeek, voorzitter, mevrouw mr. W.H. van Oorspronk, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 16 juli 2025.