Commissie: Recreatie
Categorie: Provisie
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: bindend advies na tussen advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
227976/250485
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument had zijn caravan voor zes maanden verhuurd, maar volgens hem is de caravan uiteindelijk maar één of twee maanden gebruikt. Toch heeft de huurder de volledige huur voor zes maanden betaald. De ondernemer wil daarom provisie ontvangen over de hele periode, zoals in het campingreglement staat: 15% van de huursom, met een minimum van €100 per maand. De consument vindt dit niet eerlijk, omdat de caravan niet de hele periode is gebruikt. De Geschillencommissie oordeelt dat het huurcontract niet officieel is opgezegd en dat de consument het volledige bedrag aan huur heeft ontvangen. Daarom moet de consument de ondernemer €600 aan provisie betalen. De klacht van de consument is ongegrond verklaard.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft de provisie die de ondernemer verlangt over de periode dat de consument zijn caravan aan derden heeft verhuurd.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
We hebben de caravan verhuurd aan derden. Dit zou in eerste instantie voor een periode van zes maanden zijn. De caravan is uiteindelijk maar één maand verhuurd aan derden. We hebben uiteindelijk de borg en de resterende vijf maanden huur gehouden, omdat we diverse kosten hebben gemaakt om de caravan in orde te maken.
De ondernemer blijft echter volhouden dat hij recht heeft op de volledige zes maanden provisie van de huur, dit terwijl de caravan maar voor één maand verhuurd is geweest.
Ook dreigt de ondernemer ons van de camping te zetten, omdat wij het niet eens zijn met de facturen. Verder is het zo dat er nu opeens facturen komen over vastrecht over stroom, terwijl dat nooit eerder gefactureerd is.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken, waarvan in het bijzonder het verweerschrift van 12 februari 2024. De inhoud daarvan dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Het conflict met de consument is reeds op 4 april 2023 begonnen, daar de partner van de consument toen reeds problemen had met het nakomen van betalingsvoorwaarden en het naleven van het kampeerreglement, in het bijzonder de voorwaarden omtrent verkoop van het object.
De percentages van verhuurprovisie waren exact de provisies zoals door ons reeds vermeld in het kampeerreglement dat geldt vanaf 1 januari 2021.
In de klacht lees ik dat dat het object slechts één maand verhuurd is geweest; vreemd, daar in eerdere e- mails wordt gesproken over 2 maanden. De huurder heeft de volledige huurperiode betaald en zijn borg niet retour ontvangen.
De opmerking met betrekking tot de plotselinge vastrechtbedragen is ongegrond, daar dit reeds in september 2022 is medegedeeld in een informatief schrijven dat iedere jaargast van ons jaarlijks ontvangt. Het niet toelaten tot het park is absoluut onjuist. De consument heeft op eigen verzoek zijn kenteken laten verwijderen en tot op heden geen verzoek gedaan dit weer te activeren.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Ter zitting heeft de consument desgevraagd verklaard dat zijn klacht met name ziet op de provisie die de ondernemer wenst te ontvangen.
De consument heeft zijn caravan verhuurd voor een periode van zes maanden aan derden, maar heeft aangevoerd dat de caravan uiteindelijk slechts een maand verhuurd is geweest.
In artikel 9.5 van het kampeerreglement van de ondernemer (particuliere verhuur) wordt gesteld dat bij verhuur langer dan een maand de verhuurder 15% van de huursom – met een minimum van € 100,- per maand – dient af te dragen aan de camping.
Ter zitting is komen vast te staan dat de klacht van de consument met name ziet op het feit dat de ondernemer – gelet op het bepaalde in het kampeerreglement – provisie wenst te ontvangen over een periode van zes maanden huur, terwijl de caravan volgens de consument slechts één maand verhuurd is geweest.
Aangezien het voor de beoordeling van deze zaak van belang is te weten of de partij aan wie de consument zijn caravan heeft verhuurd, de huur vroegtijdig heeft opgezegd, heeft de commissie de consument verzocht om toezending van het huurcontract met huurder én de stukken waaruit blijkt dat huurder het huurcontract vroegtijdig heeft opgezegd. Op 4 april 2024 heeft de consument het volgende toegezonden.
• Huurcontract caravan;
• Mailwisseling tussen verhuurder en de consument;
• Mailwisseling tussen de ondernemer en de consument;
• Zip-bestand (WhatsApp chat).
Uit het toegezonden huurcontract blijkt dat de huurder de caravan van de consument heeft gehuurd voor de periode van 18 mei 2023 tot 18 november 2023. Het aangeleverde Zip-bestand kon niet worden geopend. Uit de overige documenten valt niet op te maken dat de huurder de huur vroegtijdig heeft opgezegd. Daar komt nog bij dat uit de stukken in het dossier blijkt dat de huurder de caravan feitelijk twee maanden in gebruik heeft gehad. Immers, in zijn e-mail van 8 juli 2023 aan de ondernemer weten dat de huurder de sleutel op 15 juli 2023 teruggeeft.
Nu er geen formele opzegging van de huur is overgelegd, moet het er naar het oordeel van de commissie voor worden gehouden dat het huurcontract is doorgelopen tot de einddatum van 18 november 2023. Bovendien staat vast dat de huurder de verschuldigde huursom over die periode, te weten een bedrag van € 2.400, -, aan de consument heeft betaald. Dat de huurder van de initiële huurperiode van zes maanden slechts twee maanden gebruik heeft gemaakt van de caravan, doet aan dit alles niet af.
Het voorgaande brengt met zich dat de ondernemer zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de consument over de volledige huurperiode van zes maanden een provisie van 15% over de maandelijkse huursom van € 400,- verschuldigd is, met een minimum van € 100,- per maand. De consument dient de ondernemer dus een bedrag van € 600,- te betalen, voor zover niet reeds betaald.
De consument heeft geweigerd om het bedrag van € 600,- in depot te storten. In geval hij eveneens weigert om dat bedrag aan de ondernemer te voldoen, dient de ondernemer zich te wenden tot de kantonrechter met het verzoek de consument te veroordelen tot betaling van de vordering van € 600,-, aan welk verzoek dit bindend advies ten grondslag kan worden gelegd.
De overige klachtonderdelen laat de commissie onbesproken, nu de consument ter zitting desgevraagd heeft verklaard dat het in de kern gaat over de provisie die hem is rekening is gebracht.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart de klacht ongegrond en bepaalt dat de consument de ondernemer een bedrag van € 600,- dient te betalen, voor zover niet reeds betaald. Betaling van dit bedrag dient plaats te vinden binnen een termijn van 14 dagen na de verzenddatum van dit bindend advies.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Recreatie, bestaande uit de heer mr. H.A. van Gameren, voorzitter, mevrouw J. Hagedoorn, de heer mr. P. Rijpstra, leden, op 22 september 2024.