Commissie: Reizen
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
241232/249519
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument klaagde over een vakantie op Curaçao waarbij het geboekte huisje last had van ernstige lekkage door hevige regen. Hij kreeg een ander huisje, maar ook daar was lekkage. Op de laatste dag stroomde water van meerdere huisjes naar binnen, waardoor hij uit angst voor kortsluiting op het strand sliep. De consument vond dat hij niet goed geholpen werd en wilde de volledige reissom van €3.220 terug. De ondernemer gaf aan dat de extreme regenval niet zijn schuld was en dat hij geprobeerd heeft te helpen, onder andere door een tegemoetkoming van 20% aan te bieden. De Geschillencommissie oordeelde dat de ondernemer niet verantwoordelijk is voor de schade, omdat de lekkage door het weer kwam en de ondernemer voldoende heeft gedaan om te helpen. De klacht is daarom ongegrond en de consument krijgt geen extra vergoeding.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft een pakketreis naar Curaçao met vertrekdatum 27 oktober 2023.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument heeft bij aankomst op Curaçao een huisje gekregen dat lekte. Na daarover geklaagd te hebben kreeg hij een ander huisje dat ook lek bleek. Het water kwam naar binnen stromen en op de laatste dag bleek de hoofdleiding lek te zijn en is er een gat geboord in het plafond. Het water van alle negen huisjes kwam toen naar binnen in het huisje van de consument. De eigenaar van het park en de reisleiding van de ondernemer hebben niets gedaan voor de consument. Uiteindelijk is hij op het strand gaan slapen uit angst voor kortsluiting. Van de 14 dagen zijn er maar twee leuk geweest. Zijn dure vakantie is in het water gevallen en hij is niet geholpen. De consument wil de reissom van € 3.220,– terug.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument heeft vijf dagen voor vertrek contact opgenomen met de reisleiding over een lekkage in de accommodatie van de consument. Die lekkages zouden twee dagen later zijn opgelost maar de consument was er niet tevreden mee. Hij wilde naar een andere accommodatie, maar de ondernemer zag daar geen reden voor. Desondanks heeft de ondernemer wel uitgezocht wat de mogelijkheden waren voor de consument. Jammer genoeg was er weinig mogelijk en zou er een bedrag bijbetaald moeten worden door de consument.
De weersomstandigheden kan de ondernemer niet worden tegengeworpen. Door de buitengewone hevige regenval is een lekkage ontstaan in de accommodatie van de consument. De ondernemer noch de hotelier hadden daar invloed op en ter plaatse is er alles aangedaan om de problemen op te lossen. De ondernemer heeft de consument een tegemoetkoming aangeboden van 20% van de reissom (accommodatie plus vluchten) en hem is een late check out en hulp aangeboden. Een hogere compensatie zoals de consument vraagt zou niet redelijk zijn.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De commissie stelt vast dat de reis die de consument heeft geboekt, de consument niet heeft gebracht wat hij verwachtte. De vraag die de commissie nu moet beantwoorden is of de ondernemer daar een verwijt van kan worden gemaakt.
Dat er extreem veel regen is gevallen in de periode dat de consument op Curaçao was, daarover zijn partijen het wel eens. Partijen verschillen van mening over de hevigheid van de lekkages als gevolg van die regenval. De consument zegt dat het water naar binnen stroomde en de ondernemer ontkent dat. Ook uit de berichten van de accommodatie verschaffer blijkt dat niet. Nu de consument zijn stelling verder niet heeft onderbouwd, gaat de commissie uit van de lezing van de ondernemer.
Uit de stukken is op te maken dat de consument door eigen ervaringen uit het verleden heel erg bang is voor kortsluiting. Hoezeer ook te begrijpen, de ondernemer staat daarbuiten; hij kan en hoeft daar geen rekening mee te houden als daarover niet bij boeken van de reis duidelijkheid is gegeven door de consument. Met andere woorden; de ondernemer kan geen verwijt worden gemaakt voor het naar het gevoel van de consument mislukken van zijn vakantie.
Alles afwegende is de commissie van oordeel dat de ondernemer gegeven de omstandigheden heeft gedaan wat van hem verwacht mocht worden. Een reden om de consument een grotere tegemoetkoming toe te kennen dan die de ondernemer heeft aangeboden voordat de consument naar de commissie kwam is er naar het oordeel van de commissie niet. De consument heeft het aanbod van de ondernemer ten onrechte niet geaccepteerd.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
De commissie gaat ervan uit dat de ondernemer handelt overeenkomstig zijn aanbod.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Reizen, bestaande uit mevrouw mr. I.E. de Vries, voorzitter, de heer W.A.M. Hendrix, mevrouw drs. W. Nienhuis, leden, op 8 april 2024.