Tuinwerk met onverwachte kosten: consument deels in het gelijk gesteld

  • Home >>
  • Groen >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Groen    Categorie: Informatieverstrekking    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 215736/227919

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument en de hovenier hebben een meningsverschil over extra kosten van ruim € 20.000 voor werkzaamheden aan de tuin, zoals het aanleggen van een waterberging en een geavanceerd sproeisysteem. De consument vindt dat hij niet goed is geïnformeerd over deze kosten. De hovenier zegt dat het om aanvullend werk gaat dat buiten de oorspronkelijke offerte valt en dat de klant hiermee heeft ingestemd. De commissie oordeelt dat de hovenier het werk goed heeft uitgevoerd, maar dat hij de consument onvoldoende duidelijkheid heeft gegeven over de oplopende kosten. Daarom hoeft de consument niet het hele bedrag te betalen. De commissie bepaalt dat de consument alleen € 11.978,67 moet betalen voor de materialen en een deel van de arbeid. Het resterende bedrag van € 8.785,19 krijgt de consument terug. Ook moet de hovenier € 52,50 klachtengeld aan de consument vergoeden. De klacht is deels terecht en de commissie verlaagt de kosten die de hovenier moet betalen voor de behandeling van de zaak tot de helft.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft de in rekening gebrachte kosten voor materialen en arbeid voor de door de ondernemer uitgevoerde (meer)werkzaamheden.

De consument heeft een bedrag van € 20.711,36 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

‘’Wij zijn overvallen door de meerkosten van meer dan € 20.000,– bovenop de begrootte en schriftelijk geaccordeerde kosten van ongeveer € 70.000,–, Over kosten van eventueel meerwerk is niet gesproken. Wij voelen ons niet meegenomen, waardoor een essentiële informatieplicht is geschonden. Hierdoor konden wij geen goed besluit nemen of een alternatieve methode voorstellen. Wij hadden dan anders gekozen.
De oplevering voelt stroef en afgeraffeld met opleverpunten en zonder VHG-nazorg.’’

Op de overige stellingen van de consument wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

‘’Het geschil betreft drie facturen. De klant heeft het over meerkosten die te hoog zijn, maar het zijn werkzaamheden die geen onderdeel uitmaken van de offerte tuinaanleg. Het zijn aanvullende, zeer specifieke werkzaamheden die gevraagd zijn door de klant. Denk hierbij aan de wens van de klant dat de tuinberegening “smart” aangestuurd moest kunnen worden (via internet). Daarnaast wordt gezegd dat ik hen het maken van keuzes heb ontnomen, omdat ze niet tijdig op de hoogte waren van kosten van deze aanvullende werkzaamheden. Met betrekking tot de openstaande facturen hadden geen andere keuzes gemaakt kunnen worden, aangezien je anders geen werkend systeem hebt; je begint als het ware met het ingraven van de regenwatertank en je eindigt met het afstellen van de beregeningsproeiers. Leidingen achteraf op diepte ingraven in de aangelegde tuin is niet realistisch. Ik had bijvoorbeeld de hobbykas achterwege kunnen laten, maar laat dat net iets zijn wat de klant bijzonder op waarde schat. Ik heb aan de klant voorgesteld het groendak op de schuur op een later moment uit te voeren, daarom heb ik deze ook in mindering gebracht op de factuur 23014. De opgeleverde tuin is veel meer waard dan het gefactureerde.’’

Op de overige stellingen van de ondernemer wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

Deskundige rapport

Van de waterberging, geleverd door leverancier, is een offerte gepresenteerd van de materialen. Van alle daarvoor extra benodigde aansluitingen en werkzaamheden (binnen- en buitenshuis) is vooraf geen (financiële) inzage gegeven. Over een totaalprijs (of richtprijs) voor het compleet installeren zijn geen uitlatingen gedaan door de hovenier. De klant heeft voor aanvang van de werkzaamheden ook geen helderheid gevraagd over een te verwachten totaalprijs, maar is wel akkoord gegeven op het leveren van het materiaal voor de waterberging (€ 7719,80). Gezien de stelpost van € 5.000,– die genoemd was in een eerdere offerte d.d. 4 dec 2022 (niet de uiteindelijke overeenkomst), in verhouding tot de (eerste) materiaalkosten genoemd in de offerte van leverancier (€ 7719,80), had de klant kunnen verwachten dat een totaalprijs van dit meerwerk daar aanzienlijk boven zou liggen. Hovenier heeft duidelijk genoeg gecommuniceerd dat het plaatsen en aansluiten van het waterbergingssysteem niet inbegrepen was in de prijs. Hovenier heeft m.i. echter wel de plicht om voorafgaande aan het werk een (evt. globaal) inzicht in de te verwachten totale kosten te verschaffen. Dit is niet gebeurd (behoudens de materiaalkosten voor de waterberging, zonder alle aansluitwerk en plaatsingskosten). De onervarenheid van de hovenier (het was de eerste keer dat hij een dergelijk systeem installeerde) en het niet duidelijk zijn van de liggingen hoogte van het aanwezige hemelwater afvoeren (HWA), heeft ertoe geleid dat de hovenier geen helderheid over een vaste totaalprijs kon verschaffen vooraf en is in overleg met de klant tot uitvoering overgegaan op basis van nacalculatie. Hovenier heeft de klant goed op de hoogte gehouden van de voortgang van dit meerwerk en de problemen die hij daarbij tegenkwam. De gebruikte aanvullende materialen en werkzaamheden van diverse leveranciers en onderaannemers, zijn (achteraf) goed gespecificeerd op zijn getoonde facturen.
Conclusie waterberging:
Naar mijn inschatting zijn de materiaalkosten en het inzetten van onderaannemers in deze logisch, reëel en nodig om tot het gerealiseerde resultaat te komen. Het aantal arbeidsuren is aan de hoge kant, maar zeker door de kortingen op die arbeid, uiteindelijk voor een redelijk tot laag uurtarief gerealiseerd. Het laten uitvoeren van de werkzaamheden door een specialist zou leiden tot een hoger uurtarief, maar ook minder uren en volgens mijn inschatting tot een iets hogere factuur (€ 712,-). Zie daarvoor ook de specificatie zoals vermeld in de bijlage Inschatting kosten waterberging en sproeisysteem.
Beregeningssysteem:
In de uiteindelijke overeenkomst met de klant heeft de hovenier een stelpost voor beregening genoemd van € 750,–. Dit was gebaseerd op een eenvoudig Gardena computertje op een buitenkraan met een weinig gedetailleerd sproeisysteem. Gaandeweg de aanleg van de tuin en naar aanleiding van een beursbezoek, beveelt de hovenier een uitgebreider systeem aan. Daarvoor heeft hij een plan laten maken door groothandel en dit plan aan de klant getoond. Hij heeft in de tuin een zeer verfijnd sproeisysteem aangelegd, gebaseerd op meerdere zones, aangestuurd met een computer (ook via wifi).

Ten aanzien van de beregening is vóór aanvang van het werk geen inzage verstrekt omtrent de te verwachten kosten van leveranties en arbeid ten behoeve van dit veel uitgebreidere systeem. Ook het aanleggen van zo’n uitgebreid beregeningssysteem was voor de hovenier nieuw.
De materiaalkosten voor de beregening zoals genoemd op de facturen van groothandel en leverancier zijn reëel te noemen.
Mijn inschatting van de arbeidskosten laat zien dat het aantal gebruikte uren aan de hoge kant is (110 uur tegenover mijn inschatting van 73 uur). Ook hier is het uurtarief -mede door de verleende korting daarop- wederom aan de lage kant. Per saldo zijn daardoor de gefactureerde kosten in lijn met wat een ervaren monteur zou berekenen (op een € 156,– meerprijs van ondernemer na). Zie daarvoor ook de specificatie zoals vermeld in de bijlage Inschatting kosten waterberging en sproeisysteem. In deze berekening is niet meegenomen dat hovenier aangeeft reeds € 4.000,– aan arbeidskosten niet in rekening heeft gebracht. Hij heeft dit op eigen initiatief gedaan.
Blijft de vraag over of de communicatie over deze twee onderwerpen tussen klant en hovenier afdoende is geweest in deze en of de openstaande facturen terecht zijn en betaald moeten worden, of dat de klant aanspraak kan maken op een creditering.
Op basis van de beoordeling van de gebruikte materialen en mijn inschatting van de arbeidskosten is er geen aanleiding om over te gaan tot een creditering en zijn de gefactureerde kosten terecht. De overschrijding van beide door hovenier genoemde stelposten is echter exceptioneel te noemen is. Van € 5.000,– naar > € 20.000,– voor de waterberging en van € 750,– naar € 8.973,29 voor het sproeisysteem. Er is gaande het werk veel gecommuniceerd over het werk, de aanvullende mogelijkheden, keuzes en de ontstane problemen, maar niet over de (oplopende) kosten van het besprokene. Klant was enthousiast over de besproken mogelijkheden en stemde in met de voorstellen zonder nadrukkelijk te vragen naar de financiële consequenties. Kortom: het werk is goed uitgevoerd en heeft tot een mooi resultaat geleid, echter een goede communicatie over de financiële consequenties van keuzes, is achterwege gebleven.
Overige punten genoemd als klacht:
1. Ten aanzien van de klacht van de buren over de schutting, ben ik van mening dat dit buiten dit geschil dient te blijven. Immers de buren hebben de hovenier rechtstreeks betaald voor dat werk, en dienen daarom zelf contact met hovenier op te nemen hierover.
2. De naderhand toegevoegde klacht omtrent het touw voor het schaduwdoek: hovenier heeft dit inmiddels afgestemd met de leverancier en gaat het touw vervangen.
3. Info beplanting: hovenier dient hier alsnog informatie over te verstrekken en hij geeft aan dat hij de plantnaam bordjes ter beschikking kan stellen.
4. Leeg trekken waterberging lager dan 20 centimeter: Wellicht dat hiervoor de vlotter nog een paar centimeter lager afgesteld kan worden, maar in verband met mogelijke drooglopen van de pomp is dat niet aan te raden. Met een lagere stand is de kans op vuil aanzuiging groter en komt daardoor het vervuilen van aangesloten apparaten eerder aan de orde. Lagere stand is niet aan te raden.
5. Sproeier onder hek oprit: Nu blijkt dat het hek –als dit open staat- een goed functioneren van de daarbij geplaatste sproeier in de weg staat. Hier zijn twee mogelijkheden om dit op te lossen. De sproeier zou verplaatst kunnen worden, zo dat in open en dichte stand goed gesproeid kan worden. Maar ook is het waarschijnlijk goed mogelijk om de sproeier door te toegepaste “Swing Joint” eenvoudig iets te verlagen, zo dat deze altijd vrij spel heeft onder het hek door.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Het geschil tussen partijen betreft de volgende facturen.

Fact. Nr.    Datum    Toelichting    Totaal excl.    Arbeid materiaal/materieel
23015    27-05-2023 Totaal factuur beregeningssysteem € 7.415,94 € 5.445,00 € 2.515,44
Arbeid korting 10%              € -544,50
23016 27-05-2023 Totaal factuur € 3.085,02 € 1.485,00 € 1.748,52
23016 27-05-2023 Arbeid korting 10% € -148,50
23017 27-05-2023 Totaal factuur incl. credit waterslot en digitale niveau weergave € 6.615,87 € 6.435,00 € 824,37
23017 27-05-2023 Arbeid korting 10% € -643,50
€ 17.116,83 € 12.028,50 € 5.088,33

21% BTW € 3.594,53 € 2.525,99 € 1.068,55
Totaal incl. BTW € 20.711,36 € 14.554,49 € 6.156,88

Uit de dossierstukken blijkt dat de ondernemer meer-werkzaamheden heeft uitgevoerd en dat die meer-werkzaamheden ook tot hogere kosten zouden leiden. Dit is de consument ook medegedeeld. De aard en omvang van de meer-werkzaamheden waren bovendien van dien aard dat de consument er niet op heeft mogen vertrouwen dat er geen meerwerkkosten in rekening zouden worden gebracht. In de oorspronkelijke offerte waren stelposten opgenomen, maar die zijn uiteindelijk vervallen en is ervoor gekozen om op ‘nacalculatie basis’ de werkzaamheden te gaan verrichten. De consument verwachtte, zo hebben zij ter zitting aangegeven, dat de kosten lager zouden uitvallen. De consument heeft er dus rekening mee moeten en kunnen houden dat er meerkosten zouden zijn. De vraag is of de consument ook rekening heeft moeten houden met meerkosten tot een bedrag zoals door de ondernemer in rekening gebracht.

Anders dan door de consument tijdens de zitting is betoogd, betekent een stelpost niet dat de kosten alleen lager kunnen uitvallen. De consument heeft dit naar het oordeel van de commissie moeten begrijpen.

De commissie is het met de deskundige eens de werkzaamheden van de ondernemer tot een mooie tuin van een goed kwaliteitsniveau hebben geleid. De commissie is het ook met de deskundige eens dat de ondernemer tekortgeschoten is in zijn verplichting om de consument voldoende inzicht te verschaffen in de meerkosten. Als de meerkosten voor aanvang van de meer-werkzaamheden en ook niet globaal ingeschat hadden kunnen worden, dan had de ondernemer de consument tussentijds inzicht moeten verschaffen in het verloop van de kosten, zodat deze desgewenst nog had kunnen bijsturen. Zoals de deskundige naar het oordeel van de commissie terecht heeft opgemerkt is het geschil tussen partijen hierdoor ontstaan.

De commissie voegt daaraan toe dat de inlichtingenplicht van de ondernemer als professionele partij in beginsel zwaarder weegt dan de verplichting van de consument als niet professionele partij om tijdig te informeren naar de hoogte van de meerkosten (informatieplicht).

Dit alles afwegende acht de commissie het in dit geval redelijk en billijk dat de consument de aan de meer-werkzaamheden verbonden materiaalkosten van € 6.156,88 aan de consument vergoed. Dit zijn, zoals door de deskundige geconcludeerd, redelijke kosten en de consument zal nog jarenlang plezier van de hiervoor aangeschafte materialen kunnen hebben. Bovendien heeft de consument, mede naar aanleiding van de door de ondernemer verstrekte informatie (o.a. verwijzingen naar internet) zich een, in ieder geval globaal, beeld kunnen vormen van de aan de meer-werkzaamheden verbonden materiaalkosten.

Voor de kosten van arbeid geldt echter dat de consument zelf geen inschatting heeft kunnen maken van de uiteindelijke meerkosten. Gelet hierop en het op wat hiervoor is overwogen ten aanzien van de verhouding tussen de inlichtingen- en de informatieplicht acht de commissie het in dit geval redelijk en billijk dat de kosten voor arbeid slechts tot een bedrag van € 5.821,79 voor rekening komen van de consument. De commissie betrekt hierbij het gegeven dat de ondernemer al een korting heeft gegeven op de kosten van arbeid, zoals blijkt uit bovenstaand overzicht. Dit betekent dat de consument voor arbeid nog een bedrag van € 5.821,79 verschuldigd is.

Voor materiaalkosten en arbeid gezamenlijk dient de consument derhalve nog aan de ondernemer te voldoen € 11.978.67. De ondernemer dient zijn nog openstaande facturen te crediteren voor zover deze dit bedrag overtijgen.

De consument heeft tijdens de zitting aangegeven dat de opleverpunten inmiddels zijn opgelost, zodat de commissie geen beslissing meer over zal nemen over de door de consument genoemde opleverpunten en VHG-nazorg.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is. De ondernemer dient derhalve het door de consument betaalde klachtengeld te vergoeden. In de uitkomst van dit geschil ziet de commissie aanleiding de door de ondernemer verschuldigde behandelkosten te matigen tot 50%.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie beslist dat de consument met betrekking tot de hiervoor genoemde facturen van de ondernemer van in totaal € 20.711,36 inclusief btw aan de ondernemer verschuldigd is een bedrag van € 11.978,67 inclusief btw en dat de consument het meerdere niet verschuldigd is. De ondernemer dient het meerdere te crediteren.

De ondernemer dient overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

De commissie wijst af het meer of anders verlangde.

Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend. Van het depotbedrag van € 20.711,36 dient een bedrag van € 11.926,17 (€ 11.978,67 – € 52,50) te worden uitbetaald aan de ondernemer en dient het restant van € 8.785,19 te worden terugbetaald aan de consument.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd. Deze behandelkosten worden gematigd tot 50%.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Groen, bestaande uit de heer mr. A.G.M. Zander, voorzitter, de heer B. van Swigchem, de heer H.H. van der Linden, leden, op 9 februari 2024.

Opslaan als PDF