Bouwkundig rapport niet geleverd: consument krijgt klachtengeld terug

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Bouwkundige Keurders    Categorie: Annulering    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 230870/233128

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument heeft een bouwkundig rapport besteld en betaald, maar nooit ontvangen. Ondanks meerdere pogingen tot contact bleef de ondernemer lange tijd stil. Uiteindelijk heeft de consument de overeenkomst ontbonden en zijn geld teruggevraagd. Pas na het indienen van de klacht bij de Geschillencommissie heeft de ondernemer het bedrag van € 500 terugbetaald. De consument wilde daarnaast ook wettelijke rente en vergoeding van het klachtengeld. De commissie oordeelt dat de klacht grotendeels terecht is. Omdat de ondernemer pas na de klacht heeft terugbetaald, moet hij ook het klachtengeld van € 77,50 aan de consument vergoeden. De wettelijke rente wordt afgewezen, omdat het reglement van de commissie dit niet toestaat. De ondernemer moet daarnaast ook de behandelingskosten van de commissie betalen.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil 

Het geschil vloeit voort uit een op 15 juli 2023 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het doen van een bouwkundige keuring met schriftelijke rapportage tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 500,–.

De consument heeft op 16 augustus 2023 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument 

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Ik heb op 15 juni 2023 een bouwkundig rapport besteld en betaald. Dit rapport is niet geleverd. Ik heb de overeenkomst ontbonden en het geld teruggevraagd. Het geld is niet teruggegeven. De chronologische gang van zaken is als volgt geweest:

14 juni 2023: Telefonisch contact met de ondernemer over de mogelijkheden; bestelling rapport via de website.

15 juni 2023: Betaalverzoek van de ondernemer via mail/ betaling via IDeal (betaalbevestiging ING via mail).

16 juni 2023: Bezoek van de ondernemer in de persoon van ondernemer voor het doen van het onderzoek; levering rapport kon volgens hem iets langer duren, omdat hij informatie over de samenstelling van de grond moest opvragen.

6 juli 2023: Telefonisch contact met de ondernemer over voortgang; medewerker zou bericht doorgeven (geen reactie ontvangen van de ondernemer).

17 juli 2023: Telefonisch contact met de ondernemer over voortgang; medewerker stelt dat de ondernemer nog wacht op de betaling.

20 juli 2023: Mail aan de ondernemer met bevestiging dat er al betaald was; aankondiging dat kosten verhaald zullen worden.

20 juli 2023: Mail van de ondernemer met bevestiging dat men nog wacht op aanvullende informatie; “Ik hoop de noodzakelijke data snel te ontvangen”.

De consument verlangt het volgende: “Ik heb inmiddels de overeenkomst ontbonden. De ondernemer heeft niets geleverd en reageert in het geheel niet op telefoontjes en mails. Het rapport is niet meer nodig en niet meer gewenst. Ik eis mijn geld terug van de ondernemer.”.

Nadien is bericht van de zijde van de consument ingekomen dat de ondernemer hem inmiddels (alleen) het bedrag van € 500,– heeft terugbetaald. De consument wenst een beslissing van de commissie, omdat de ondernemer verplicht moet worden tot betaling aan de consument van het klachtengeld alsmede van de wettelijke rente over het genoemde bedrag van € 500,–.

Standpunt van de ondernemer 

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De ondernemer heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid zijn standpunt aan de commissie kenbaar te maken.

Alleen is door het secretariaat van de commissie telefonisch bericht van de ondernemer ontvangen dat hij “er vanaf wil”, waarop kennelijk alsnog betaling van voormeld bedrag aan de consument heeft plaatsgevonden.

Beoordeling van het geschil 

De commissie heeft het volgende overwogen.

De klacht en de daaraan ten grondslag gelegde feiten zijn niet weersproken, zodat deze vaststaan.

Aldus staat genoegzaam vast dat de consument de overeenkomst van partijen met recht en reden buitengerechtelijk heeft ontbonden.

Door de ondernemer is daar (uiteindelijk) ook gevolg aan gegeven door het door de consument betaalde bedrag van € 500,– integraal terug te betalen aan de consument. Door de consument is daar alsnog bericht van gedaan, welk bericht moet worden aangemerkt als een vermindering van eis.

Door de consument is de wettelijke rente over dat bedrag per 13 september 2023, zijnde de datum waarop de wettelijke rente – kennelijk – wordt gevorderd, tot de datum van algehele betaling van dat bedrag.

Het reglement van dit commissie staat in de weg aan toewijzing van rente over openstaande bedragen. Dat geldt over en weer. Zulks volgt impliciet uit artikel 9 van dat reglement, waarin expliciet staat vermeld dat geen rente wordt vergoed in het geval de consument betaling geheel of ten dele achterwege heeft gelaten.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht (grotendeels) gegrond is. Immers heeft voormelde terugbetaling door de ondernemer eerst plaatsgevonden na indiening van deze klacht

Op basis van het reglement van deze commissie is de ondernemer tevens gehouden tot betaling van het klachtengeld aan de consument, alsmede tot betaling aan het secretariaat van deze commissie van de bijdrage in de behandelingskosten. Die bijdrage wordt de ondernemer separaat bij factuur in rekening gebracht.

Daarom wordt als volgt beslist.

Beslissing 

Stelt vast dat de overeenkomst van partijen rechtsgeldig buitengerechtelijk is ontbonden, en dat om die reden het door de consument betaalde bedrag van € 500,- door de ondernemer is terugbetaald. aan de consument

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van
€ 77,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Wijst af de door de consument gevorderde (wettelijke) rente.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan het secretariaat van de commissie de bijdrage in de behandelingskosten van het geschil verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Bouwkundige Keurders, bestaande uit
mr. M.L.J. Koopmans, voorzitter, en de heer H. Vuijk en mr. M.J. Boon, leden, op 14 februari 2024.

Opslaan als PDF