Commissie: Installerende bedrijven
Categorie: eenzijdige wijziging overeenkomst
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: deels gegrond
Referentiecode:
732117/1072314
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument sloot op 1 september 2023 een onderhoudscontract af voor zijn 14 jaar oude [merk] cv-ketel. Na een noodreparatie op 7 juli 2024 liet de ondernemer het vervolg uitblijven en beëindigde het contract met terugwerkende kracht, zonder duidelijke communicatie over risico’s. De Geschillencommissie Installerende Bedrijven oordeelde dat de ondernemer onzorgvuldig en nalatig handelde, maar dat de ketel gezien zijn leeftijd toch aan vervanging toe was. De consument kreeg een vergoeding van € 150 plus € 127,50 klachtengeld.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft een overeenkomst van 1 september 2023 met betrekking tot een jaarlijks onderhoudscontract inclusief storing service voor een [merk] cv ketel uit het jaar 2010 (“KetelComfort Standaard”), welke overeenkomst door de ondernemer met terugwerkende kracht is beëindigd.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De monteur heeft op 7 juli 2024 de bedrading van de temperatuursensor losgekoppeld waardoor wij weer warm water hadden. Echter heeft hij niet medegedeeld dat er schade aan de ketel en het rookgaskanaal kan ontstaan indien er niet tijdig een nieuwe temperatuursensor wordt geplaatst. Tevens heeft hij niet gemeld dat het rookgaskanaal moet worden vervangen. De monteur beloofde direct een nieuwe temperatuursensor te bestellen en deze zou vervolgens in de loop van de week worden gemonteerd.
Na ca. anderhalve week niets meer te hebben vernomen van de monteur heb ik hem gebeld. Ik kreeg van hem te horen dat de benodigde temperatuursensor niet op voorraad is en tevens deed hij de plotselinge mededeling dat mijn rookgaskanaal moet worden vervangen. Dit zou ca. € 600,00 kosten. Dit vond ik nogal vreemd daar hij hierover niets heeft gemeld op 7 juli 2024. Direct na het telefoongesprek heb ik contact opgenomen met [stad] en te horen gekregen dat de betreffende temperatuursensor gewoon op voorraad is en zowel voor bedrijven en particulieren is te bestellen (bestellen en direct de volgende dag geleverd). Dit is dus geheel in tegenspraak met de mededeling van de monteur. Van een onafhankelijke monteur heb ik naderhand vernomen dat er bij het loskoppelen van de bedrading niet direct schade aan de ketel en het rookgaskanaal ontstaat, maar dat deze optreedt wanneer de ketel in werking wordt gesteld i.v.m. de vraag naar warm water (douchen, afwassen, cv aanzetten). Er ontstaat dan oververhitting omdat de temperatuursensor niet meer werkt. De oververhitting veroorzaakt schade aan de ketel en de rookgaskanalen. Nogmaals de monteur heeft mij hiervoor op 7 juli 2024 niet gewaarschuwd. Wanneer ik van tevoren goed door uw monteur was voorgelicht had ik niet voor zijn “noodoplossing” gekozen en was ik wel bij één van mijn kinderen gaan douchen. Door de onafhankelijk monteur is eveneens met klem medegedeeld niet de centrale verwarming aan te zetten i.v.m. de veiligheid. Mijn vrouw (80 jaar) en ik (81 jaar) zitten nu dus in de kou. Wanneer [energieleverancier] binnen de door hen gestelde termijn van drie maanden na aanmelding de KetelCheck/eerste onderhoudsbeurt zou hebben uitgevoerd, had de temperatuursensor op tijd kunnen worden vervangen en had mijn ketel nog een tijd meegekund. Ik zit nu met een ketel waar geen andere monteur een reparatie aan wil uitvoeren omdat ze niet aansprakelijk willen worden gesteld voor de niet afgemaakte werkzaamheden/nalatigheid van uw monteur. Gelet op het bovenstaande, alsmede het feit dat [energieleverancier] niet binnen een termijn van drie maanden na aanmelding de KetelCheck/eerste onderhoudsbeurt heeft uitgevoerd, ben ik nu genoodzaakt een nieuwe ketel aan te schaffen en het rookgaskanaal te laten vervangen. De schade was niet opgetreden als [energieleverancier] en de monteur op tijd en juist gehandeld zouden hebben. Mijn ketel had het dan nog gewoon gedaan. Ik wil daarom door Eneco schadeloos worden gesteld voor het bedrag van € 2.724,– incl. BTW.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Na het aangaan van het contract zou binnen 3 tot 6 maanden de eerste entreebeurt plaatsvinden. De reden dat er bij de consument geen entreebeurt is gepland, is dat bij nader inzien is gebleken dat het een verouderde cv ketel betreft, hetgeen bleek uit hetgeen door de consument is ingevuld bij het aangaan van het contract. Bij een ketel ouder dan tien jaar worden geen onderhoudscontracten afgesloten. Om die reden is het contract in juli 2024 met terugwerkende kracht beëindigd met creditering van de in rekening gebrachte kosten. De actie van de monteur op zondag 7 juli 2024 heeft plaatsgevonden omdat volgens de consument sprake was van een medische noodzaak. Daarbij heeft de monteur bedradingen van de temperatuursensor vastgezet zodat de cv ketel wat de warm water voorziening betreft op dat moment weer functioneerde. De verdere staat van de ketel is toen niet beoordeeld. Later is aan de consument meegedeeld dat een temperatuursensor niet voorradig was en dat de warmtewisselaar moest worden vervangen. Op dat moment is besloten het onderhoudscontract te beëindigen. Gelet op de ouderdom van de cv ketel acht de ondernemer zich niet verantwoordelijk voor de kosten van een nieuwe ketel, te minder nu hij ook niet verantwoordelijk is voor tekortkomingen in het onderhoud voorafgaand aan het contract. De ondernemer wijst iedere vorm van compensatie of vergoeding af.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat de consument bij het aangaan van de overeenkomst op een daarvoor bestemd formulier heeft ingevuld dat de betreffende cv ketel ouder dan 10 jaar was. Uit het standpunt van de ondernemer leidt de commissie af dat hij dit op dat moment niet heeft onderkend, nu hij stelt dat dit eerst na 7 juli 2024 ertoe heeft geleid dat het contract met terugwerkende kracht beëindigd is. Los van de vraag of dit juridisch mogelijk is, gingen beide partijen er in elk geval op 7 juli 2024 terecht vanuit dat de storingsmelding en de daaropvolgende actie door de monteur onder de storing service van het contract plaatsvonden. Dat betekent ook dat de consument ervan mocht uitgaan dat vervolg zou worden gegeven aan de noodreparatie van 7 juli 2024, zodat de cv ketel weer in de normale toestand kon functioneren. Uit de stellingen van partijen leidt de commissie af dat zulks gerealiseerd zou kunnen worden door vervanging van de temperatuursensor of temperatuurwisselaar. Daar is het evenwel niet van gekomen omdat de ondernemer nadien het contract eenzijdig met terugwerkende kracht heeft beëindigd. In feite heeft de ondernemer de consument na de noodreparatie in de steek gelaten. Evenmin is gebleken dat de ondernemer na de noodreparatie de consument behoorlijk heeft geïnformeerd over eventuele risico’s bij het voortduren van de provisorische reparatie. Deze gang van zaken acht de commissie jegens de consument in strijd met de betamelijke zorgvuldigheid in de relatie tussen partijen.
Op grond van hetgeen de ondernemer op zijn website adverteert had de consument mogen verwachten dat de ondernemer binnen drie maanden na het sluiten van het contract (dus voor december 2023) een eerste onderhoudsafspraak zou krijgen, die evenwel geheel is uitgebleven. Tot de storingsmelding en de daarop volgende noodreparatie op 7 juli 2024 heeft de ondernemer zich niet bij de consument gemeld. Die nalatigheid is aan te merken als een verwijtbare tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst.
Vorenstaande aan de ondernemer terecht te maken verwijten kunnen evenwel niet ertoe leiden dat de ondernemer aansprakelijk is voor de kosten van een nieuwe cv ketel en van het aanbrengen van een rookgaskanaal. Niet alleen ontbreekt tussen die verwijten en die gestelde schadeposten enig aantoonbaar oorzakelijk verband, ook moet worden vastgesteld dat de cv ketel van de consument in 2024 al 14 jaar oud was terwijl de gemiddelde levensduur van een [merk] cv ketel ongeveer 10 tot 15 jaar is. Dat betekent dat de cv ketel van de consument in 2024 sowieso aan vervanging toe was (inclusief het aanbrengen van het wettelijk verplichte rookgaskanaal) en dat de economische waarde van de cv ketel in 2024 nihil was.
Wel acht de commissie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid enige – zij het beperkte – vergoeding op zijn plaats voor de hiervoor bedoelde onzorgvuldigheid en nalatigheid jegens de consument. Kennelijk heeft de ondernemer zulks ook voor ogen gehad toen hij de consument een waardebon van bol.com ad
€ 10,– aanbood die de consument als ongenoegzaam heeft afgewezen. De commissie zal deze vergoeding vaststellen op € 150,–. In zoverre is de klacht gegrond.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer dient binnen veertien dagen na verzending van deze uitspraak aan de consument een vergoeding te betalen van € 150,–.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van
€ 127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Installerende Bedrijven, bestaande uit de heer mr. R.J. van Boven, voorzitter, de heer drs. H.H.F.M. van den Oever, mevrouw mr. W. van den Berg, leden, op 18 juni 2025.