Commissie: Energie
Categorie: Tariefbepalingen
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
205890/222049
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument klaagt over de verhoging van haar maandelijkse voorschotbedrag van € 150 naar € 375 per oktober 2022. Ze vindt dit onredelijk. De ondernemer stelt dat hij vooraf een aanbod heeft gedaan om tarieven vast te zetten, maar de consument reageerde te laat. Door stijgende marktprijzen zijn de tarieven verhoogd. De commissie oordeelt dat zij niet bevoegd is om te oordelen over tariefhoogtes, tenzij deze kennelijk onredelijk zijn — wat hier niet is aangetoond. De verhoging van het maandtermijn is een voorschot op de verwachte jaarrekening en lijkt gebaseerd op verbruik en tarieven. De consument heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit onterecht is. De klacht is ongegrond en wordt afgewezen. Wel heeft de ondernemer toegezegd incassokosten kwijt te schelden.
De volledige uitspraak
Samenvatting
De consument klaagt over de verhoging van haar maandtermijn. De commissie wijst dat af. Voor zover de consument klaagt over een tariefverhoging is de commissie niet bevoegd. Overigens heeft de consument niet aannemelijk gemaakt dat de verhoging van de maandtermijn niet gebaseerd is op de te verwachten jaarnota.
Beoordeling
De consument heeft een variabel contract met de ondernemer betreffende levering van energie. Aangekondigd is dat op 1 oktober 2022 haar maandtermijn verhoogd zal worden van € 150,– naar € 375,–. Zij vindt dat een onredelijke tariefverhoging.
De ondernemer wijst erop dat hij aan de consument een aanbod heeft gedaan om tarieven vast te zetten. De consument kon daarop tot en met 24 juni 2022 ingaan. Zij heeft eerst op 30 juni 2022 gereageerd. Dat aanbod was dan ook verlopen. Uiteindelijk zijn per 22 oktober 2022 de tarieven verhoogd als gevolg van explosief stijgende marktprijzen. Dat is aan de consument bericht op 22 september 2022.
De commissie overweegt dat zij geen oordeel geeft over de hoogte van tarieven tenzij deze kennelijk onredelijk is. Daartoe wijst zij op eerdere uitspraken (bijvoorbeeld onder nummer 193801/195953, te vinden op de website van de commissie onder eerdere uitspraken). Dat de tariefverhoging van 22 oktober 2022 kennelijk onredelijk zijn, is niet gesteld en ook niet, gezien de toenmalige marktontwikkelingen, gebleken. Bovendien valt aan te nemen dat de Autoriteit Consument en Markt op dergelijke verhogingen toezicht houdt. Waar de consument over klaagt is de termijnverhoging. Een termijn is niet meer dan een voorschot op het in de jaarrekening te bepalen bedrag. De maandtermijn is gebaseerd op het te verwachten bedrag van de jaarrekening, dat grotendeels gebaseerd is op het verbruik en de toepasselijke tarieven. De consument heeft echter niet aannemelijk gemaakt dat het te verwachten bedrag van de jaarrekening en meer in het bijzonder de toepasselijke tarieven, de verhoging van het termijnbedrag niet rechtvaardigen.
Ten overvloede merkt de commissie nog op dat de ondernemer erkent dat hij de vordering op de consument niet had moeten verkopen aan een incassobureau. Hij zou de daarmee verband houdende kosten aan de consument kwijtschelden. De commissie gaat ervan uit dat zulks gebeurd is.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 21 maart 2024.