Correctienota energieverbruik terecht: klacht consument afgewezen

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Jaarrekening    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 942690/1030701

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument klaagde over een gecorrigeerde jaarnota van 12 november 2024, waarin volgens haar onjuiste meterstanden en een verkeerde verbruiksperiode waren verwerkt. De ondernemer stelde dat de consument ten onrechte een terugleverstand had opgegeven terwijl zij geen zonnepanelen had, waardoor de eerdere jaarnota moest worden gecorrigeerd. De Geschillencommissie Energie oordeelde dat de ondernemer terecht een correctienota over twee jaar heeft opgesteld en dat geen sprake was van foutieve meterstanden. De klacht werd ongegrond verklaard.

De volledige uitspraak

Samenvatting

Het geschil betreft de door de ondernemer op de correctienota van 12 november 2024 in rekening gebrachte bedragen voor het verbruik van energie.

De consument heeft op 6 december 2024 de klacht bij de ondernemer ingediend.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Uit de jaarnota blijkt dat is uitgegaan van onjuiste meterstanden en deze zijn bovendien berekend over een onjuiste periode, met een startdatum van 7 oktober 2022 in plaats van 16 oktober 2023. Dit leidt tot een onjuiste eindafrekening, die niet overeenkomt met het werkelijke energieverbruik van de consument. Een deel van het verbruik dateert van een vorige periode en is reeds op de jaarnota van 2023 in rekening gebracht.

De consument verlangt een gecorrigeerde jaarnota over de betreffende periode en terugbetaling van het teveel betaalde bedrag.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 6 december 2024 diende de consument een klacht in bij de ondernemer. De ondernemer reageerde schriftelijk op 17 december 2024 en gaf aan haar een uitleg over de gang van zaken. Daarop reageerde de consument niet.

De consument gaf op 17 oktober 2023 terugleverstanden door zonder dat zij over zonnepanelen beschikte. Daardoor bleek de jaarnota van 1 november 2023 onjuist en kon de ondernemer niet anders dan de oorspronkelijke jaarnota tegenboeken en de periode opnieuw (niet nogmaals) in rekening brengen. In plaats van 2 afzonderlijke jaarnota’s heeft de ondernemer het verbruik op 1 afrekening verwerkt.

De consument beschikt over een conventionele elektriciteitsmeter. Zij heeft op 17 oktober 2023 de meterstanden opgegeven, maar de controle daarvan is niet goed gegaan. Zij gaf een terugleverstand door, maar beschikte niet over zonnepanelen. Op 28 oktober 2024 gaf de consument meterstanden op voor de komende jaarnota. Voor teruglevering werd terecht “0” opgegeven.

De ondernemer heeft adequaat op de klacht gereageerd en nadat zij niet reageerde ook getracht haar telefonisch te bereiken. Ook werd per mail een contactverzoek gedaan.

De consument beschikt niet over zonnepanelen. Een jaarnota die daarvan wel uitgaat is onjuist en dient te worden gecorrigeerd.

Ter digitale zitting heeft de ondernemer in hoofdzaak nog het volgende naar voren gebracht.

De ondernemer blijft bij hetgeen in het verweerschrift is gesteld en heeft daarop geen aanvullingen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

In dit geschil klaagt de consument over de gecorrigeerde jaarnota van 12 november 2024.

De ondernemer voert verweer.

De commissie volgt het standpunt van de ondernemer en wijst de klacht af.

De commissie stelt voorop dat een partij die niet ter zitting verschijnt zichzelf de mogelijkheid ontneemt om eventuele bij de commissie levende vragen te beantwoorden en te reageren op hetgeen de wel ter zitting verschenen partij naar voren heeft gebracht.

De consument heeft niet betwist dat zij bij de opgave van de meterstanden ten onrechte een terugleverstand heeft doorgegeven, zodat de commissie daarvan uitgaat.
Wegens die onjuiste opgave, die niet aanstonds door de ondernemer werd opgemerkt, was het duidelijk dat de jaarnota waarop sprake was van teruglevering, diende te worden gecorrigeerd.

Het stond de ondernemer vrij een gecorrigeerde jaarnota over een periode van twee jaar op te stellen om aldus de gemaakte fout te herstellen.

Het is de commissie niet gebleken dat de ondernemer daarbij van onjuiste meterstanden is uitgegaan, hetgeen door de consument wel wordt gesteld, maar verder niet wordt geconcretiseerd, zodat de commissie aan die niet onderbouwde stelling voorbijgaat.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, de heer J.H.P.T. den Ouden, mevrouw mr. E.J.P.J.M. Kneepkens, leden, op 2 juni 2025.

Opslaan als PDF