Commissie: Energie
Categorie: Opzegvergoeding
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: deels gegrond
Referentiecode:
807621/1019052
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument klaagde over een hoge jaarrekening (€ 537,41) en een opzegvergoeding (€ 356,26) na voortijdige beëindiging van haar energiecontract. De Geschillencommissie Energie oordeelde dat de klacht over het verbruik onvoldoende was onderbouwd en dus ongegrond. De opzegvergoeding werd echter onterecht berekend: er ontbrak een schriftelijke indicatie, een transparante berekening en een duidelijke verwijzing naar het referentietarief. De klacht werd daarom gedeeltelijk gegrond verklaard. De ondernemer moet de opzegvergoeding terugbetalen en € 52,50 klachtengeld vergoeden.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Het geschil betreft de jaarrekening van 15 november 2024 met een bij te betalen bedrag van € 537,41, alsmede de eindafrekening van 14 december 2024, waarbij een opzegvergoeding van € 356,26 in rekening is gebracht.
De consument heeft op 20 november 2024 de klacht bij de ondernemer ingediend.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument is het niet eens met de jaarnota. Het bij te betalen bedrag is te hoog. Zij verbruikt bijna geen gas en beschikt over 10 zonnepanelen. De consument heeft in de 10 jaar dat zij in de woning woont nog nooit zo’n hoog verbruik van gas en elektriciteit gehad.
De consument had een contract met de ondernemer voor de duur van 3 jaar. Zij wil dit opzeggen, maar wordt opgezadeld met een absurd hoge overstapboete van bijna € 400,-.
De consument die slechts een inkomen heeft van € 1.700,- kan dit alles niet opbrengen. Zij is een betalingsregeling met de ondernemer overeengekomen.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument is van 11 oktober 2023 tot 12 december 2024 klant van de ondernemer geweest. Er was sprake van een 3-jarig contract met vaste tarieven, dat door de consument voortijdig is beëindigd.
De ondernemer heeft de jaarafrekening op basis van de meterstanden van de uitgelezen slimme meters opgesteld. De consument heeft geen specifieke argumenten aangedragen, zodat het voor de ondernemer niet mogelijk is om daar gericht op te reageren. De ondernemer heeft de consument op 19 november 2024 laten weten dat als zij vindt dat de meterstanden niet juist zijn, zij de meter via tussenkomst van de netbeheerder kan laten ijken.
Ook ontving de consument, die voornemens was om in december 2024 over te stappen, op 19 november 2024 een indicatie van de hoogte van de in rekening te brengen opzegvergoedingen. Eerder dat jaar liet de consument al weten in december 2024 te willen overstappen en ontving zij een indicatie van de hoogte van de opzegvergoedingen.
Op 31 oktober 2024 legde een medewerker telefonisch het principe van de opzegvergoeding uit aan de consument. De opzegvergoeding is conform de Beleidsregel Redelijke Opzegvergoedingen Vergunninghouders 2023 opgemaakt, gecommuniceerd en in rekening gebracht.
Ter (digitale) zitting heeft de ondernemer in hoofdzaak nog het volgende naar voren gebracht.
De consument heeft op 21 november 2024 opgezegd; de levering van energie is op 11 december 2024 beëindigd. De consument heeft zelf opgezegd waarna zich een nieuwe leverancier heeft gemeld.
In juni is telefonisch een indicatie gegeven van de hoogte van de opzegvergoeding. Voorafgaand aan de opzegging is niet om een indicatie gevraagd. In het web portaal was de hoogte van de opzegvergoeding zichtbaar voor de consument. Op de eindafrekening stond alleen de hoogte van de opzegvergoeding vermeld. Als het goed is wordt bij de eindnota automatisch de berekening van de opzegvergoeding meegestuurd. Het gaat om een bedrag van € 218,09 voor gas en een bedrag van € 138,18 voor elektriciteit.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
In dit geschil klaagt de consument over de hoogte van de jaarafrekening en de opzegvergoeding, zoals die op de eindafrekening in rekening is gebracht.
Voor wat betreft het in rekening gebrachte verbruik
De consument klaagt weliswaar over de hoogte van het in rekening gebrachte verbruik maar is daarover niet specifiek, zoals ook door de ondernemer terecht wordt opgemerkt. De stelling van de consument dat het in rekening gebrachte verbruik te hoog is wordt dan ook door de commissie gepasseerd.
In zoverre is de klacht van de consument ongegrond.
Voor wat betreft de opzegvergoeding
De consument klaagt over de hoogte van de in rekening gebrachte opzegvergoeding. De gang van zaken is ter zitting door de ondernemer nader toegelicht.
De commissie stelt voorop dat nu het contract dateert van oktober 2023 de Beleidsregel van toepassing is. De ondernemer stelt dat de Beleidsregel door hen op de juiste wijze is toegepast. De commissie acht zich ambtshalve gehouden om te onderzoeken of dit inderdaad het geval is geweest.
De commissie komt tot het oordeel dat het niet duidelijk geworden is of de ondernemer de Beleidsregel op de juiste wijze heeft toegepast en zij zal dan ook bepalen dat gelet daarop aan de consument in redelijkheid geen opzegvergoeding in rekening kan worden gebracht.
In de eerste plaats blijkt niet dat sprake is geweest van een schriftelijke opgave van de indicatie omtrent de hoogte van de opzegvergoeding die door de ondernemer terstond dient te worden verstrekt indien en voorzover een consument aangeeft een overstap te overwegen. De omstandigheid dat die indicatie wel mondeling zou zijn gegeven en zichtbaar op het web portaal is geweest maakt dit niet anders.
In de tweede plaats heeft de ondernemer de berekening van de opzegvergoeding niet meegestuurd bij de eindafrekening en is de berekening evenmin door de ondernemer aan het dossier toegevoegd.
Aldus is voor de commissie niet na te gaan en/of te controleren of sprake is geweest van een transparante en begrijpelijke berekening. De hoogte van het referentietarief is ook onduidelijk gebleven.
In de derde plaats is de commissie niet gebleken dat in de leveringsovereenkomst een transparante en objectieve berekeningswijze opgenomen van de resterende hoeveelheid, als bedoeld in artikel 4 lid1 van de Beleidsregel.
Een en ander brengt mee dat dit onderdeel van de klacht van de consument gegrond is.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie bepaalt dat de ondernemer op de eindafrekening van 14 december 2024 geen opzegvergoeding in rekening mag brengen en in zoverre de eindnota dient te corrigeren.
Eventuele reeds door de consument gedane betalingen ten titel van opzegvergoeding dienen door de ondernemer te worden gerestitueerd binnen 4 weken na de verzenddatum van dit bindend advies.
De commissie wijst het meer of anders verlangde af.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, de heer J.H.P.T. den Ouden, mevrouw mr. E.J.P.J.M. Kneepkens, leden, op 2 juni 2025.