Warmtenet afsluiten mag, maar alleen met verwijdering van aansluiting

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Tariefbepalingen    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 212632/242193

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument heeft een warmtepomp aangeschaft en wil daarom definitief worden afgesloten van het warmtenet. Ze wil niet betalen voor het verwijderen van de leidingen, omdat ze vindt dat dit niet nodig is. De ondernemer stelt dat het technisch verplicht is om de hele aansluiting te verwijderen, anders kunnen er lekkages ontstaan. Volgens de wet mag de ondernemer hiervoor maximaal € 4.127,31 rekenen. De ondernemer heeft uitgelegd dat de werkelijke kosten zelfs hoger zijn. De commissie oordeelt dat de ondernemer terecht het volledige afsluitproces eist en dat het tarief redelijk is. Wel vindt de commissie dat de ondernemer eerder en duidelijker uitleg had moeten geven. Daarom moet de ondernemer een nieuw aanbod doen voor afsluiting tegen het vastgestelde tarief én zes maanden vastrechtkosten kwijtschelden. Ook krijgt de consument € 52,50 terug voor het klachtengeld. De klacht is deels gegrond.

De volledige uitspraak

Samenvatting
Consument heeft warmtepomp aangeschaft en wil hierom definitief afgesloten worden van het warmtenet. Zij is het niet eens met ondernemer dat de gehele aansluiting moet worden verwijderd tegen betaling van het maximumtarief zoals vastgesteld door de Autoriteit Consument en Markt (ACM).

Beoordeling
De klacht van de consument
Wij zijn aangesloten op het warmtenet van ondernemer. Wij hebben een warmtepomp aangeschaft en willen hierom definitief afgesloten worden van het warmtenet. Ondernemer geeft aan dat dan de gehele aansluiting tot in de openbare weg verwijderd moet worden. Dit kost een bedrag van € 4.127,31 (maximum vastgesteld door ACM). Wij hebben hierover contact gehad met de rijksoverheid, en zij geven aan dat dit niet verplicht is. Ook de gemeente geeft aan dat wat hun betreft de leidingen niet weg hoeven en dat hierover geen afspraken zijn met ondernemer. Om definitief afgesloten te worden verplicht ondernemer ons een contract te tekenen voor bovenstaand bedrag. Zolang wij niet tekenen blijven wij een bedrag van
€ 55,93 per maand betalen voor vast recht terwijl wij geen gebruik meer maken van hun diensten. Wij zien dit als misbruik van hun machtspositie omdat we nergens anders heen kunnen. Wij willen graag een definitieve afsluiting zonder verwijdering van de leidingen tegen een eerlijke prijs.

Verweer van de ondernemer
Kosten definitieve afsluiting
Bij het realiseren van een definitieve afsluiting kan niet worden volstaan met het simpelweg afdoppen/verzegelen van leidingen. Voor uw beeldvorming het volgende. De woning van consument is aangesloten op – de hoofdleiding van – het warmtenet. Feitelijk ligt in de openbare ruimte (straat voor de woning) een T-stuk in de hoofdleiding van het warmtenet, waarmee de woning op het warmtenet aangesloten is. Voor een definitieve afsluiting dient dit T-stuk verwijderd te worden. Er kan (technisch gezien) niet worden volstaan met het simpelweg afdoppen van de leidingen in de woning, omdat daarmee een situatie ontstaat, waarmee er (onder flinke druk) stilstaand water in de betreffende leidingen blijft staan. Hierdoor treedt corrosie op, met lekkage als gevolg. Het is daarmee niet de vraag of een lekkage zich gaat voordoen, eerder wanneer er een lekkage zal optreden. Dit is een potentieel risico voor de betreffende woning en de continuïteit van het warmtenet/ warmtelevering aan derden, die ondernemer niet kan/wil aangaan. Het voorafgaande overwegende dient het T-stuk (de aansluiting op het warmtenet) en de leidingen in de openbare grond uitgegraven en verwijderd te worden. Het warmtenet krijgt in plaats van het T-stuk een vervangend stuk leiding en wordt opnieuw geïsoleerd. Het stukje warmteleiding in de tuin (privéterrein van de consument) kan overigens blijven liggen als consument dat wenst. Met voornoemde werkzaamheden, waarbij het warmtenet in de wijk aldaar tijdelijk buiten bedrijf moet worden gesteld, gaan (helaas) de nodige kosten gepaard, kosten die het maximale ACM-tarief ruim overstijgen. Bij het verweerschrift vindt u een recente kostenopgave van warmtenetbeheerder ad. € 9.700,– excl. BTW. Feitelijk worden er overigens meer kosten gemaakt/ werkzaamheden verricht. Zo wordt ook bijv. een derde partij ingehuurd voor het verwijderen van de afleverset in de woning (geschat €154,00 excl. BTW). Denk verder ook aan kosten die gepaard gaan met het buiten gebruik stellen en drukloos maken van het warmtenet in de wijk, leidingen uitspoelen en uiteindelijk het warmtenet weer op druk brengen en daarmee in bedrijf stellen. Kort samengevat, ondernemer stelt dat zij met de eerder aan consument gegeven ‘grove indicatie’ alsmede met deze toelichting voldoende inzichtelijk heeft gemaakt waarom zij het maximale
ACM-tarief voor de definitieve afsluiting in rekening brengt, reden waarom er geen sprake is of kan zijn van misbruik van een machtspositie.

Kosten vastrecht.
In artikel 2 van de overeenkomst is overeengekomen: “Het Bedrijf zal de Consument gedurende de looptijd van deze Overeenkomst …een variabele vergoeding, bestaande uit een warmte prijs en een vastrecht in rekening brengen”. Tot op heden is voornoemde overeenkomst niet beëindigd, reden waarom er vastrecht verschuldigd is tot de definitieve afsluiting is gerealiseerd. Ondernemer wil consument echter (onverplicht) tegemoet komen – omdat er onbedoelde vertraging is ontstaan – en een korting geven op het te betalen vastrecht van 6-maandelijkse termijnen.

Oordeel van de commissie
Uit artikel 4a van de Warmtewet gelezen in samenhang met artikel 5a van de Warmteregeling volgt dat er in geval van beëindiging van de warmtelevering door afsluiting van het warmtenet twee opties zijn:
– het tijdelijk afsluiten van een individuele aansluiting op het warmtenet voor een periode van maximaal twee jaar;
– het definitief afsluiten van een individuele aansluiting op het warmtenet door verwijdering van de hele aansluiting.
Verder volgt uit die artikelen dat de leverancier voor een tijdelijke of definitieve afsluiting ten hoogste het tarief vastgesteld door de ACM in rekening mag brengen. Het maximumtarief voor een definitieve afsluiting door verwijdering van de gehele aansluiting bedroeg in 2023, het jaar waarin consument om afsluiting heeft verzocht, € 4.127,31.

De ondernemer heeft in het verweerschrift afdoende onderbouwd dat in het geval van consument vanwege het risico op corrosie en lekkages verwijdering van de gehele aansluiting nodig is, bestaande uit het uitgraven en verwijderen van het T-stuk (de aansluiting op de hoofdleiding onder de straat) en het opnieuw plaatsen en isoleren van een nieuw stuk leiding. De rest van de warmteleiding onder de tuin van consument kan blijven liggen, als consument dat wenst.

De ondernemer heeft verder in het verweerschrift met verwijzing naar bijgevoegde factuur van warmtenetbeheerder ad. € 9.700,– excl. BTW verder voldoende aannemelijk gemaakt dat de werkelijke kosten van deze werkzaamheden ruim meer zullen bedrag dan het maximumtarief zoals vastgesteld door de ACM in 2023 van € 4.127,31 inclusief BTW. Die factuur zag weliswaar ook op het verwijderen van de huisaansluitingen, maar ook als die kostenposten tot een bedrag van € 2.300,- niet worden meegeteld resteert een kostprijs van ongeveer € 7.400,- exclusief BTW.

Het voorgaande betekent dat de vordering van consument van een definitieve afsluiting zonder verwijdering van de leidingen tegen een eerlijkere, lagere prijs moet worden afgewezen.

Wel vindt de commissie dat ondernemer de consument op haar eerdere schriftelijke vragen beter had kunnen informeren en voorlichten. Namens ondernemer is weliswaar steeds gereageerd op de vragen van consument, maar een heldere uitleg van de noodzaak van verwijdering van de hele aansluiting en een adequate onderbouwing van de redelijkheid van het gevraagde maximumtarief aan de hand van voormelde factuur is pas in het verweerschrift gegeven. Als dat eerder adequater was gedaan had consument mogelijk eerder ingestemd met het aanbod tot algehele verwijdering tegen de gevraagde prijs en was een klacht mogelijk niet nodig geweest.

De commissie acht de klacht in zoverre gegrond. De commissie acht het, gelet hierop, redelijk en billijk dat ondernemer binnen vier weken na de datum van dit advies een nieuw aanbod doet om de aansluiting te verwijderen, zoals beschreven in het verweerschrift, tegen het in 2023 geldende maximumtarief van
€ 4.127,31 inclusief BTW. Consument dient binnen vier weken na dit aanbod schriftelijk aan ondernemer te laten weten of zij het aanbod accepteert, bij gebreke waarvan dit aanbod zal vervallen. De commissie acht het verder redelijk dat de ondernemer een bedrag gelijk aan zes maanden vastrecht niet in rekening zal brengen.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:
– wijst de vordering van consument van een definitieve afsluiting zonder verwijdering van de leidingen tegen een eerlijkere, lagere prijs moet worden afgewezen en verklaart de klacht in zoverre ongegrond;
– verklaart de klacht gegrond voor wat betreft de gebrekkige informatieverschaffing;
– bepaalt dat ondernemer binnen vier weken na de datum van dit advies een nieuw aanbod doet om de aansluiting te verwijderen, zoals beschreven in het verweerschrift, tegen het in 2023 geldende maximumtarief van € 4.127,31 inclusief BTW. Consument dient binnen vier weken na dit aanbod schriftelijk aan ondernemer te laten weten of zij het aanbod accepteert, bij gebreke waarvan dit aanbod zal vervallen;
– bepaalt dat de ondernemer een bedrag gelijk aan zes maanden vastrecht niet bij de consument in rekening zal brengen.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.H. Smits, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 2 april 2024.

Opslaan als PDF