Klacht over hoge kosten radiatorwerkzaamheden afgewezen

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Installerende bedrijven    Categorie: kosten/ dienstverlening    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 242595/253887

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument klaagt over een hoge rekening van €1.500 voor het terugplaatsen van twee radiatoren. Volgens haar is er te veel gerekend en zijn er onervaren monteurs ingezet. De ondernemer zegt dat de consument akkoord ging met de offerte en dat de gewerkte uren terecht zijn gefactureerd. De commissie oordeelt dat het aantal uren redelijk is voor dit soort werk en dat de consument de kosten moet betalen. De klacht is ongegrond. Ook het verzoek van de ondernemer om extra uren alsnog te factureren wordt afgewezen, omdat hij eerder een onvoorwaardelijk aanbod deed. Beide partijen krijgen dus geen gelijk.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft de hoogte van de door de ondernemer bij de consument in rekening gebrachte kosten.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

‘Door genoemd bedrijf heb ik twee radiatoren na een verbouwing terug laten plaatsen.
Radiator 1: klein op exact dezelfde plaats. Radiator 2: (3 meter lang en zwaar) stond met beugels op de vloer maar werd op mijn verzoek aan de gipsen muur bevestigd door middel van J-beugels. Doordat de radiator nu 5 cm dichter naar de muur verplaatst werd, moest de leiding aangepast worden door middel van twee bochtjes. Het geheel werd vervolgens opnieuw aangesloten op het systeem.
Volgens mijn info heeft een ervaren monteur hier een halve dag werk aan (4 à 5 uur, als het tegenzit hooguit 6 uur).

Twee “monteurs” hebben hier 6,5 uur aan gewerkt (1 “gewerkt en daarbij foto’s gemaakt en telefonisch overlegd hoe het moest, de 2e keek toe en werd een en ander uitgelegd), een derde monteur kwam halverwege om te helpen bij het tillen. Aan het eind van de klus kwam er nog een 4e man om de boel te controleren.
Al met al kreeg ik een rekening gepresenteerd van 16 manuren à ca. 70 Euro (totale rekening ca. 1500 Euro).
Ik heb hierover direct gebeld en al snel werden de 3 uren van de 3e “monteur” van het bedrag afgetrokken. In de daaropvolgende mail schreef men dat ze uit “coulantie” de uren van de vierde man niet in rekening gebracht hadden.
In een telefonisch onderhoud en later in een mail heb ik benoemd dat het aantal geschreven uren (13) niet in verhouding stond tot het aantal uren dat ervoor staat (6) en dat ik vind dat we daarover een compromis moeten bereiken.
Dat dit geen (ervaren) monteurs waren maar leerlingen of zelfs iets geheel anders was mij inmiddels wel duidelijk maar er werd wel een uurtarief van 70 euro per uur voor ze gevraagd (het uurloon van een volwaardig ervaren monteur).
Na nogmaals een telefoontje werd ik gesommeerd onmiddellijk te betalen onder dreiging met een incassobureau (NB: ik kreeg de rekening een week geleden).
Ik heb de rekening onder protest betaald, vergezeld van een mail.
13 manuren à 70 euro voor de terugplaatsing van 2 radiatoren + de aansluiting is echt veel te veel.’

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

‘De klacht van de consument is ongegrond. Wij wensen de resterende uren alsnog in rekening te brengen op grond van de werkelijk verbruikte uren conform de overeengekomen tarieven. De consument is akkoord gegaan met de offerte (Regieaanbieding) van 09-11-2023. De factuur is overeenkomstig deze Regieaanbieding. De werkelijk gemaakte uren zijn in rekening gebracht. Het feit dat wij ervoor gekozen hebben om de 3 manuren in mindering te brengen is louter uit coulance geweest en met het oog op een afwikkeling. Zulks blijkt ook uit de bewoordingen van ondernemer in zijn reactie. Dit mag geenszins worden gezien als een schuldbekentenis in welke vorm dan ook.’

Beoordeling van het geschil

Nu partijen tijdig en behoorlijk zijn opgeroepen ter zitting te verschijnen en zij niet voorafgaand aan de zitting hebben laten weten verhinderd te zijn, zal de commissie dit geschil verder op basis van de stukken beslissen.

De ondernemer heeft voorafgaand aan de werkzaamheden op 9 november 2023 een zogeheten Regieaanbieding gedaan aan de consument, die deze aanbieding heeft geaccepteerd. De commissie is van oordeel dat het uiteindelijke – na creditering van de drie uren van de derde monteur – bij de consument in rekening gebrachte aantal uren voor werkzaamheden als deze redelijk is. De consument is de hieraan verbonden kosten dan ook verschuldigd

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

De ondernemer heeft nog aangevoerd dat zij de resterende uren alsnog in rekening wenst te brengen. Voor zover de ondernemer hiermee beoogt een tegenvordering in te stellen, overweegt de commissie als volgt. In de e-mail genoemd onder 6. van het verweerschrift schrijft de ondernemer onder andere het volgende: “De uren van monteur zal ik crediteren maar ben het er niet volledig mee eens! Ik wil u verzoeken het bedragen ad € 1.242,33 euro inclusief btw per omgaande aan ons te voldoen.”. De commissie kan dit niet anders begrijpen dat een onvoorwaardelijk aanbod van de ondernemer. Dat dit voorstel alleen zou gelden, indien de consument akkoord zou gaan met betaling van het nog openstaande factuurbedrag van € 1.242,33 inclusief btw blijkt niet uit deze e-mail. De commissie kan de ondernemer volgen in zijn standpunt dat dit voorstel niet als een schuldbekentenis kan worden gezien en als een poging het geschil op te lossen, maar door dit voorstel te doen zonder andere voorwaarden, kan de ondernemer daar later niet op terugkomen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het zowel door de consument als door de ondernemer verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Installerende Bedrijven, bestaande uit de heer mr. A.G.M. Zander, voorzitter, de heer R.A. Timmer, mevrouw mr. W. van den Berg, leden, op 12 april 2024.

Opslaan als PDF