Commissie: Energie
Categorie: Informatieverstrekking
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ten dele gegrond
Referentiecode:
244879/250837
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument klaagt over twee dingen: de manier waarop zijn stroomverbruik is gesaldeerd en de verlaging van de terugleververgoeding. De commissie oordeelt dat de saldering juist is toegepast over de hele afrekenperiode, dus dat deel van de klacht wordt afgewezen. Maar over de terugleververgoeding heeft de ondernemer niet duidelijk gecommuniceerd. Eerst werd het tarief verlaagd naar 70%, later naar 50%, zonder goede uitleg of nieuwe overeenkomst. Omdat de consument hierover niet goed is geïnformeerd, mag de ondernemer deze verlaging niet toepassen. Daarom moet hij € 160,97 terugbetalen aan de consument. Ook krijgt de consument het klachtengeld van € 52,50 terug. De klacht is dus deels gegrond.
De volledige uitspraak
Samenvatting
De consument klaagt over de wijze van saldering en over de verminderde terugleververgoeding. Wat betreft de saldering verwijst de commissie naar een eerdere uitspraak. Wat betreft de terugleververgoeding oordeelt de commissie dat verlaging daarvan niet juist is aangezegd, althans de ondernemer weerspreekt het betoog van de consument onvoldoende.
Beoordeling
De klacht van de consument betreffende de eindafrekening over de periode 23 januari 2023 tot 1 november 2023 is tweeledig. Hij betoogt dat er niet gesaldeerd wordt, omdat de ondernemer per tariefperiode (maand) berekent welk bedrag door de consument betaald, respectievelijk aan hem vergoed wordt. De consument betoogt dat per jaar dient te worden berekend of bij een kortere contractperiode over de gehele contractperiode, wat in deze zaak aan de orde is.
Het tweede onderdeel van de klacht ziet op de terugleververgoeding. Die is oorspronkelijk gelijk aan het leveringstarief. De ondernemer heeft dat tarief eerst naar 70% en later naar 50% verlaagd. De verlaging naar 70% is niet behoorlijk gecommuniceerd en de verlaging naar 50% is in het geheel niet gecommuniceerd.
De ondernemer weerspreekt de vorderingen.
De commissie verwijst naar haar uitspraak onder nummer 238703/243388 (te kennen op de website van de commissie onder eerdere uitspraken). Die uitspraak komt erop neer dat een afrekenmethodiek, waarin per tariefperiode het saldo van de hoeveelheid afgenomen en de geleverde stroom aan de consument berekend, respectievelijk vergoed wordt, niet in strijd is met enige wettelijke bepaling. Wel dient gesaldeerd te worden per jaar of in de eindafrekening, zoals in dit geval gebeurd is. Omdat de consument in de hele afrekenperiode 661 kWh tegen normaal tarief afneemt en 4591 kWh levert, wordt hem gesaldeerd over 3930 kWh een vergoeding gegeven. Hetzelfde geldt tegen het daltarief: 1017 afgenomen en 2091 geleverd, per saldo 1074 kWh. Op grond van de saldering wordt hem dan ook 3930+1074 is 5004 kWh vergoed. Gesaldeerd is er dan ook over de afrekenperiode. Daarvoor is de berekende vergoeding niet van belang. In zoverre wordt de klacht afgewezen.
Wat betreft de terugleververgoeding betoogt de consument dat de ondernemer hem op 31 januari 2023 bericht heeft dat de terugleververgoeding per 1 maart 2023 bepaald wordt op 70%. Op 11 april 2023 komt de ondernemer hierop terug en bericht dat een aangepaste overeenkomst zal worden toegezonden. Een aangepaste overeenkomst heeft de consument nooit ontvangen. Over de verlaging naar 50% is niets gecommuniceerd. De maandelijkse tariefoverzichten vermelden overal een invoedingstarief gelijk aan het leveringstarief. Bovendien blijkt uit de aan de consument toegezonden eindafrekening dat er met ingang van 1 juli 2023 een “Afslag Netto Invoeding” berekend wordt. De ondernemer weerspreekt het gestelde niet, maar betoogt nog dat hij na 11 april 2023 tot het inzicht gekomen is dat hij in de brief van die datum van een verkeerde veronderstelling is uitgegaan, zodat hij geen nieuwe overeenkomst heeft toegezonden. De commissie overweegt dat het enkele inzicht bij de ondernemer dat hij van een verkeerde veronderstelling is uitgegaan, niet betekent dat zonder communicatie daarover, die ontbreekt, de aanzegging van 31 januari 2023 zonder meer herleeft, nog daargelaten dat onduidelijk blijft hoe de ondernemer tot de ingangsdatum van 1 juli 2023 gekomen is. De commissie komt dan ook tot het oordeel dat de afslag per 1 juli 2023 niet is aangezegd. Conclusie uit het voorgaande is dat de ondernemer geen afslag, welke dan ook, op de eindafrekening 2023 kan toepassen. Nu hij dat wel gedaan heeft, dient hij het betreffende bedrag, € 160,97, aan de consument te vergoeden.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer dient aan de consument binnen 14 dagen na verzending van deze beslissing € 160,97 te betalen. Indien geen tijdige betaling plaatsvindt, dient over dat bedrag de wettelijke rente vergoed te worden tot de dag van algehele betaling.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer R.A. Timmer, de heer mr. P. P. van der Neut, leden, op 13 mei 2024.