Geen recht op SEPP-subsidie door uitgestelde levering: klacht afgewezen

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Voertuigen    Categorie: Betaling    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 253536/279726

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De consument kocht op 4 november 2023 een auto en kreeg van de verkoper te horen dat hij zeker recht had op € 2.000 SEPP-subsidie. Toen de consument later de afleverdatum van de auto verplaatste naar 25 november, bleek de subsidiepot inmiddels leeg. De consument wilde dat de ondernemer dit bedrag zou vergoeden, omdat hij anders de auto niet had gekocht of een lagere prijs had betaald. De ondernemer vond dat het mislopen van de subsidie kwam door het uitstel dat de consument zelf had gevraagd. De commissie oordeelde dat de verkoper op het moment van de koop terecht mocht zeggen dat de subsidie beschikbaar was en dat het de verantwoordelijkheid van de consument was om de aanvraag op tijd te doen. Omdat de consument zelf de afleverdatum verschoof, zijn de gevolgen daarvan voor zijn eigen rekening. De klacht is daarom ongegrond en het verzoek tot vergoeding van € 2.000 wordt afgewezen.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Onderwerp van het geschil betreft antwoord op de vraag of de ondernemer gehouden is € 2000, — aan de consument te betalen omdat de SEPP subsidiepot 18 dagen nadat de consument de auto bij de ondernemer heeft gekocht leeg bleek te zijn.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft op 4 november 2023 bij de ondernemer een auto gekocht. De verkoper heeft ten tijde van de totstandkoming van de koopovereenkomst aangegeven dat er 100% zeker recht zou bestaan op een (SEPP-)subsidie van € 2.000, –. Achteraf bleek dit onjuist. Bij juiste informatie had de consument de auto niet willen kopen niet willen kopen of tegen een lagere prijs. Het nadeel dat de consument heeft geleden doordat de subsidiepot per 22 november 2023 leeg bleek te zijn is € 2.000 en de consument verlangt dat de ondernemer dit bedrag aan hem vergoedt. Daarom wendt de consument zich tot de commissie.
Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Het mislopen van de subsidie is het gevolg van het feit dat dit oorspronkelijk door partijen afgesproken afleverdatum van 18 november 2023 op verzoek van de consument is uitgesteld en verplaatst naar 25 november 2023.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Gelet op de stellingen van partijen, is naar het oordeel van de commissie de vraag aan de orde welke uitleg partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs mochten toekennen aan de mededeling van de verkoper dat er 100% zeker recht zou bestaan op een (SEPP-)subsidie van € 2.000, –. De commissie is het met de ondernemer eens dat deze mededeling in het licht moet worden geplaatst van de verantwoordelijkheid van de consument om de aanvraag voor die subsidie zelf tijdig na de totstandkoming van de koopovereenkomst in te dienen. Op het moment dat de verkoper zijn mededeling over de subsidie deed, kon de subsidie (ook op de initieel afgesproken afleverdatum) nog worden verkregen en kon hij niet voorzien dat de consument zelf op een later moment om uitstel van de afgesproken afleverdatum van de auto zou vragen. Naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid zou het, gelet op de gegeven omstandigheden dat de consument zelf heeft verzocht om verplaatsing van de afleverdatum,
onaanvaardbaar zijn de gevolgen daarvan voor rekening en risico van de ondernemer te laten komen.

De gevolgen van het feit dat de afleverdatum, op verzoek van de consument, zelf na de totstandkoming van de koopovereenkomst naar een later moment is geplaatst en de consument daardoor de subsidie niet meer kan aanvragen, komen dan ook voor zijn rekening en risico.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. D.P.C.M. Hellegers, voorzitter, de heer R. Vlasveld, mevrouw mr. C.R.J.M. den Hartog-Kaaij, leden, op 31 januari 2025.

Opslaan als PDF