Commissie: Energie
Categorie: Meterstanden
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
235189/251545
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument vond zijn jaarverbruik van 5203 kWh te hoog en liet de netbeheerder de meter controleren. Die plaatste een controlemeter en concludeerde dat de meter goed werkt. De ondernemer wees erop dat de meterstanden door de consument zelf zijn doorgegeven en gecontroleerd. Ook het verbruik in het volgende jaar ligt op een vergelijkbaar niveau. De commissie oordeelt dat er geen reden is om aan de jaarnota te twijfelen. De klacht is ongegrond en het depotbedrag van € 1500 wordt toegewezen aan de ondernemer.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Nu de elektriciteitsmeter door de netbeheerder in orde bevonden is en de meterstanden gecontroleerd zijn, is er geen reden af te wijken van de jaarnota.
Beoordeling
Volgens de jaarrekening 4 februari 2022 tot en met 14 januari 2023 diende de consument € 1.723,86 te betalen. In die jaarrekening werd een elektriciteitsverbruik van 5203 kWh vermeld. De consument acht dat verbruik onjuist en heeft de netbeheerder verzocht een onderzoek naar de meter in te stellen. De netbeheerder heeft dat kennelijk gedaan door gedurende vier weken een controlemeter te plaatsen. De netbeheerder bericht bij brief van 20 juli 2023 dat de meter aan de geldende wettelijke voorschriften voldoet.
De ondernemer betoogt dat de meterstanden door de consument zijn opgegeven en nog gecontroleerd. De meter is door de netbeheerder in orde bevonden. De volgende jaarrekening (15 januari 2023 tot en met 4 februari 2024) vermeldt een verbruik van 5110 kWh. Ten slotte vermeldt de ondernemer dat de gehanteerde prijzen gecontroleerd zijn door de Autoriteit Consument en Markt (ACM).
De commissie stelt vast dat de meter in orde bevonden is. De meterstanden zijn niet weersproken. Het verbruik ligt in lijn met het verbruik in het volgende jaar. Het enkele feit dat op basis van een controle gedurende vier weken een verbruik geconstateerd is gelijk aan een jaarverbruik van 2300 kWh betekent niet dat het door de meter gemeten verbruik onjuist is. Immers buiten de controleperiode kan het verbruik zodanig afwijken van het op basis van het in de controleperiode berekende jaarverbruik dat een waarde van 5203 kWh in dat jaar bereikt is. Voor zover de consument opmerkingen maakt over het prijsniveau verwijst de commissie kortheidshalve naar haar uitspraak onder nummer 193801/195953 (te kennen op de website van de commissie onder eerdere uitspraken): zij is niet bevoegd daarover een oordeel te geven; de ACM controleert de prijzen. Er is dan ook geen reden af te wijken van de jaarrekening 2022/2023. Nu de consument volgens opgave van de ondernemer nog een bedrag van € 1.516,44 verschuldigd is, zal het depotbedrag aan de ondernemer toegewezen worden.
De commissie merkt nog op dat de consument enkele opmerkingen maakt over door hem betaalde maandbedragen. Daargelaten dat maandbedragen niets meer zijn dan voorschotten op de jaarafrekening, is het door de ondernemer berekende maandbedrag door de consument verlaagd. Dat achteraf blijkt dat de betaalde maandbedragen het bedrag van de jaarafrekening niet dekken, betekent niet dat de jaarafrekening onjuist is.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend.
Depotverrekening, bedrag aan ondernemer € 1500,–
Depotverrekening, bedrag aan consument € 0
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer R.A. Timmer, de heer mr. B.W. Weilers, leden, op 23 mei 2024.