Klacht over schadeverleden Audi ongegrond: geen mededelingsplicht bij lichte schade

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Voertuigen    Categorie: Schadevergoeding    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 473663/690669

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument kocht op 1 mei 2023 een tweedehands Audi met ruim 21.000 kilometer op de teller. Later ontdekte hij dat de auto in 2021 schade had gehad en wilde de koopovereenkomst vernietigen wegens dwaling. Hij vond dat de ondernemer hem had moeten informeren over het schadeverleden en eiste daarnaast € 2.500 voor ontbrekende originele Audi-accessoires. De ondernemer stelde dat de auto onder goede omstandigheden kon worden bekeken en dat de schade professioneel was hersteld. Een deskundige bevestigde dat de schade goed was gerepareerd en dat er geen schade aan het chassis was. De commissie oordeelde dat bij geringe schade geen mededelingsplicht geldt en dat de consument niet had gevraagd naar een schadeverleden. Ook was er geen sprake van non-conformiteit, omdat de auto geschikt is voor normaal gebruik. Daarom is de klacht ongegrond en wordt het verzoek van de consument afgewezen.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft een tweedehands Audi met een schadeverleden.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer. De consument kocht de auto op 1 mei 2023 met 21.578 kilometer op de teller. De consument is van mening dat hij een voertuig heeft gekocht met een schadeverleden, iets wat hem bij de verkoop niet is verteld door de ondernemer. De consument hoort tijdens het rijden bijgeluiden. De consument wil de koopovereenkomst vernietigen wegens dwaling en een schadevergoeding voor ontbrekende (origineel en nieuw) Audi accessoires ter waarde van € 2.500.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer. De consument heeft ten tijde van de aanschaf alle gelegenheid gehad om het voertuig (binnenshuis onder visueel uitstekende omstandigheden en goed verlicht) te beoordelen. De stelling dat de ondernemer de lakschade bewust heeft willen verdoezelen door op eigen initiatief de lakreparatie uit te voeren is verwerpelijk. De herstelwerkzaamheden zijn onder de garantievoorwaarden uitgevoerd.

Deskundigenrapport

De commissie heeft onderzoek laten doen door deskundige de heer J. Dijkstra, die daarvan schriftelijk rapport heeft uitgebracht.

Voor de bevindingen van de deskundige wordt verwezen naar de stukken. Kort gezegd komt het oordeel van de deskundige op het volgende neer. De deskundige heeft vastgesteld dat het voertuig in 2021 een schade heeft gehad die destijds gecalculeerd werd op € 3.247,36. Volgens de deskundige is deze schade naar goed vakmanschap gerepareerd.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De omstandigheid dat een auto een schadeverleden heeft behoort naar het oordeel van de commissie in beginsel tot de feiten die een verkoper van een auto bij verkoop moet mededelen aan de koper. Een schadeverleden kan van relevante (en wellicht zelfs doorslaggevende) betekenis zijn bij de onderhandelingen over de aankoop van een occasion. Door geen mededeling te doen over de omstandigheid dat de aangeboden auto na een schade was hersteld, onthoudt de verkoper de belangstellende koper de mogelijkheid om vanwege het schadeverleden af te zien van aankoop of zelf een (nader) onderzoek te verrichten naar de staat van de aangeboden auto en eventueel daarmee samenhangende risico’s. Op dit punt kan anders geoordeeld worden wanneer sprake is van slechts geringe schade. Dat laatste doet zich in dit geval voor.

De schade is naar het oordeel van de deskundige naar goed vakmanschap is gerepareerd en er naar het oordeel van de deskundige absoluut geen sprake is van schade aan het chassis. Ook is niet komen vast te staan dat de consument heeft geïnformeerd naar een mogelijk schadeverleden. In dit licht bestond er naar het oordeel van de commissie geen mededelingsplicht van de ondernemer over het schadeverleden. Van non-conformiteit is evenmin sprake want niet is gebleken dat de auto niet voldoet aan de eigenschappen die voor normaal gebruik daarvan nodig zijn.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. B.J. Tideman, voorzitter, de heer B.H. Oving en de heer H.H. van der Linden, leden, op 17 februari 2025.

Opslaan als PDF