Ondernemer moet saldering corrigeren: consument krijgt gelijk

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Jaarafrekening    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 248555/256501

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een consument klaagde over de manier waarop zijn energieleverancier stroom saldeerde op de jaarnota van december 2023. Volgens hem werd de teruggeleverde stroom niet juist verrekend met het verbruik, waardoor hij € 896,67 moest bijbetalen. De commissie is het eens met de consument: salderen moet op jaarbasis gebeuren, zonder rekening te houden met verschillende tarieven. De leverancier had dit niet goed toegepast en moet de jaarnota corrigeren. De consument hoeft daardoor minder te betalen. De klacht is gegrond en het klachtengeld van € 52,50 wordt terugbetaald.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de wijze van salderen door de ondernemer op de jaarnota van 6 december 2023 en het door de consument bij te betalen bedrag van € 896,67.

De consument heeft op 7 december 2023 de klacht bij de ondernemer ingediend.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument is het niet eens met de wijze waarop de ondernemer saldeert. De ondernemer saldeert niet conform artikel 31c van de Elektriciteitswet 1988. Uit de jaarnota blijkt namelijk dat voor teruggeleverde elektriciteit een lager bedrag wordt vergoed dan voor door de ondernemer geleverde elektriciteit. De consument heeft meer energie verbruikt dan hij heeft teruggeleverd. De ondernemer heeft niet eerst op jaarbasis de hoeveelheid ingevoede en de hoeveelheid onttrokken elektriciteit tegen elkaar weggestreept. Het verschil bedraagt 467 kWh, die door de consument moet worden betaald.

In de voorwaarden van de ondernemer staat ook dat saldering op jaarbasis en niet per maand of periode plaatsvindt.

De consument verlangt dat de ondernemer een juiste berekening maakt.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Het is niet zo dat de ondernemer per tariefperiode saldeert. De saldering vindt plaats op de jaarnota en tussentijdse overschotten worden in geen enkel geval tegen een afwijkende terugleververgoeding uitgekeerd. Het geschil betreft dus, in tegenstelling tot wat de consument aangeeft, niet de periode waarover wordt gesaldeerd, maar meer de wijze waarop de ondernemer de salderingsregeling toepast.

De wijze van salderen door de ondernemer is goedgekeurd door de ACM. De ACM geeft aan dat salderen jaarlijks moet worden gedaan. Dat doet de ondernemer. De ACM geeft echter niet aan hoe er gesaldeerd moet worden en hoe het gaat als de tarieven tussentijds wijzigen. Dit is ook aangegeven in de voorwaarden van de ondernemer met betrekking tot teruglevering en saldering, die gelden vanaf 1 juli 2022.

De ondernemer wijst op een publicatie van Consuwijzer en haalt een voorbeeld aan hoe de saldering dient plaats te vinden in het geval er meer wordt geleverd dan wordt teruggeleverd: https:/www.consuwijzer.nl/elektriciteit-en-gas/duurzame-energie/wat-is-salderen.

Het saldo van het verbruik van de consument wordt door de ondernemer direct na afloop van het leveringsjaar afgerekend tegen het daarvoor geldende tarief per kWh.in de betreffende periode.

Vanaf december 2022 tot juni 2023 was sprake van een contract met variabele tarieven. Daarna was sprake van een contract met vaste tarieven.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

In dit geschil klaagt de consument over de wijze waarop de ondernemer saldeert op de jaarnota.

De commissie stelt voorop dat in artikel 31c lid 1 van de Elektriciteitswet 1998 is bepaald dat voor kleinverbruikers als de consument, die duurzame energie invoeden (terugleveren) op het net, de leverancier het verbruik ten behoeve van de facturering en inning van de leveringskosten berekent door de aan het net onttrokken (afgenomen) elektriciteit te verminderen met de teruggeleverde elektriciteit, waarbij de vermindering maximaal de hoeveelheid afgenomen elektriciteit bedraagt.

Tussen partijen is niet in geschil dat de salderingsregeling van artikel 31c lid 1 van de Elektriciteitswet 1998 op de tussen hen gesloten overeenkomst van toepassing is. Wel twisten partijen over de vraag hoe deze salderingsregeling dient te worden toegepast.

De commissie is met de consument van oordeel dat saldering jaarlijks moet plaatsvinden. Uit de Elektriciteitswet 1998 volgt niet expliciet over welke periode de saldering van de hoeveelheid afgenomen en teruggeleverde elektriciteit moet plaatsvinden, maar uit de wetsgeschiedenis volgt evenwel dat de wetgever een jaarlijkse saldering voor ogen heeft gestaan.

In de beantwoording van aan hem gestelde Kamervragen heeft de Minister voor Klimaat en Milieu bij brief van 23 september 2023 de hiervoor weergegeven bedoeling van de wetgever onderschreven. Volgens de minister is de intentie van de salderingsregeling dat de hoeveelheden afgenomen en teruggeleverde energie op jaarbasis gesaldeerd worden, zodat het overschot aan opwekking in de zomer kan worden gesaldeerd met het overschot aan afname in de winter.

De minister geeft in voormelde brief van 23 september 2023 ook aan dat salderen neerkomt op het wegstrepen van de hoeveelheid afgenomen elektriciteit in verband met teruggeleverde elektriciteit zonder daarbij het tarief te betrekken.

Niet dan wel niet gemotiveerd weersproken staat tussen partijen vast dat de ondernemer op de bestreden jaarnota per tariefperiode heeft gesaldeerd en daarmee niet heeft gehandeld overeenkomstig het rekenvoorbeeld van Consuwijzer dat hij in het verweerschrift (zelf) heeft aangehaald en evenmin in overeenstemming met de bedoeling van de wetgever, zoals hiervoor is aangegeven.

Aldus komt de commissie tot het oordeel dat de ondernemer de salderingsregeling op onjuiste wijze heeft toegepast en zal zij de ondernemer veroordelen tot een correctie van de jaarrekening waarbij eerst van het totale verbruik de totale teruggeleverde energie wordt afgetrokken, hetgeen in het geval van de consument neerkomt op een saldo van 467 kWh, dat door hem dient te worden betaald.

Het in rekening brengen van dit verbruik dient voor wat betreft de toe te passen tarieven vervolgens te geschieden overeenkomstig de voorwaarden van de tussen partijen gesloten overeenkomst. Waarbij het de ondernemer vrijstaat rekening te houden met eventuele verschillende tarieven. De commissie verwijst daartoe naar haar beslissing van 6 december 2022, (183496/187832).

Op grond van het bovenstaande is de klacht van de consument gegrond.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer corrigeert de jaarnota van 6 december 2023 zoals hiervoor door de commissie is aangeven.

De commissie wijst het meer of anders verlangde af.

Bovendien is de ondernemer gehouden het door de verbruiker/aangeslotene betaalde klachtengeld van € 52,50 aan hem te vergoeden en zal aan de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bijdrage aan de behandelingskosten in rekening worden gebracht.

Aldus beslist en vastgelegd door de Geschillencommissie Energie voor de zakelijke markt, bestaande uit
mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, mr. W.H. van Oorspronk en J.M.A. van Haren, leden, op 20 juni 2024,

Opslaan als PDF