Commissie: Waterrecreatie
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
571441/714133
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een consument kocht in mei 2023 een nieuwe zeilboot (Aira 22) met diverse opties. Op 17 april 2024 zonk de boot door een constructiefout: de romp en bovenbouw waren niet goed verlijmd. De ondernemer erkende het probleem en beloofde binnen twee maanden een nieuwe romp te leveren, waarop het beslag en de extra’s van de oude boot zouden worden gemonteerd. Die toezegging werd niet nagekomen en communicatie bleef uit. Tijdens de zitting gaf de ondernemer aan uiterlijk 1 maart 2025 te kunnen leveren. De Geschillencommissie Waterrecreatie oordeelde dat de klacht gegrond is en dat de ondernemer aan deze harde toezegging moet voldoen. De consument heeft voldaan aan zijn verplichting om de oude romp terug te leveren en moet de tijdelijke vervangende boot teruggeven bij aflevering van de nieuwe. De ondernemer moet ook het klachtengeld van €127,50 vergoeden en is behandelingskosten aan de commissie verschuldigd.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft een nieuwe Aira 22 (in Matchracer uitvoering met gennaker) met diverse opties waaronder een e-motor en ophaalbaar kiel bij de ondernemer gekocht. De boot is op 17 april 2024 gezonken als gevolg van een constructiefout. De ondernemer heeft toegezegd om binnen twee maanden een nieuwe romp te leveren. Dat is nog niet gebeurd.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument heeft in mei 2023 een Aira 22 bij de ondernemer gekocht. De boot is op 17 april 2024 gezonken. De oorzaak bleek een lekkage tussen de dubbele bodem en de zwaardkast door een constructiefout in de gebruikte lijm. Daardoor zijn de romp en bovenbouw niet goed aan elkaar gehecht waardoor deze op verschillende plaatsen los zaten. De boot is niet meer te repareren. De ondernemer heeft toegezegd om binnen twee maanden een nieuwe romp te leveren om daarop vervolgens het beslag en de extra’s te monteren. Daartoe bevindt zich de “oude” boot ook bij de ondernemer. Die toezegging is echter niet nagekomen, terwijl onduidelijk is en blijft wanneer die toezegging wel wordt nagekomen.
De consument verlangt dat de ondernemer binnen zes weken na 2 december 2024 een nieuwe romp met alles erop en eraan levert.
Standpunt van de ondernemer
Er is sprake van een constructiefout. Niet in de vorm van een ondeugdelijke verlijming, maar doordat de rompdelen onjuist zijn gemonteerd waardoor er lekkageruimte bleek te bestaan. De oude romp met toebehoren bevinden zich bij de ondernemer.
De ondernemer heeft inderdaad toegezegd om de nieuwe romp binnen twee maanden te leveren na montage van het beslag en de toebehoren. Toen dat niet lukte is een tijdelijke romp aan de consument ter beschikking gesteld waarmee deze kan zeilen en is de termijn van twee maanden losgelaten. De communicatie naar de consument is niet goed gegaan. De ondernemer biedt daarvoor ook zijn excuses aan. De ondernemer stelt voor om de romp met daarop gemonteerd het bestaande beslag en de toebehoren voor 1 maart 2025 aan de consument te leveren.
De ondernemer kan niet eerder/sneller aan zijn verplichtingen tegenover de consument voldoen. Er komen maandelijks 4 tot 6 rompen bij hem binnen, maar die heeft de ondernemer te leveren aan anderen dan de consument, die hij voor moet laten gaan.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De ondernemer erkent het ernstige gebrek aan de eerder geleverde romp. Niet in geschil is dat de ondernemer bij wijze van nakoming onmiddellijk een nieuwe romp met daarop gemonteerd het bestaande beslag en de toebehoren aan de consument dient te leveren. Dat is echter nog steeds niet gebeurd.
De consument wenst hoe dan ook nakoming en geen ontbinding van het door partijen overeengekomene. Dit moet volgens de consument snel gebeuren gelet op de gegeven toezegging en het feit dat de ondernemer vervolgens in de richting van de consument niets meer laat horen en aldus evenmin duidelijkheid verschaft wanneer alsnog wel wordt nagekomen. De consument heeft nog steeds vertrouwen in een juiste en volledige nakoming door de ondernemer.
In geschil is binnen welke termijn de romp aan de consument moet zijn geleverd. De commissie is van oordeel dat de ondernemer conform diens ter zitting gedane (laatste) aanbod uiterlijk 1 maart 2025, maar bij voorkeur eerder, een nieuwe romp dient te leveren. Op deze romp dient het beslag dat zich bij de ondernemer bevindt en eigendom is van de consument te worden aangebracht met montage van alle extra’s die bij dit schip behoren.
Door de ondernemer is ter zitting onvoorwaardelijk meegedeeld dat hij kan nakomen binnen de genoemde termijn. De commissie houdt de ondernemer aan deze harde toezegging. Er is de commissie geen reden gebleken waarom deze termijn onder de door de ondernemer gestelde omstandigheden alsnog als onredelijk moet worden aangemerkt. Daarbij verdient overweging dat door de consument niet met klem van redenen is aangevoerd dat hij de boot hoe dan ook eerder nodig heeft, bijvoorbeeld voor het doen van zeilwedstrijden (in het buitenland).
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
De ondernemer is om die reden overeenkomstig het reglement van de commissie gehouden om het klachtengeld aan de consument te vergoeden. Bovendien is hij op basis van dat reglement de bijdrage in de behandelingskosten aan het secretariaat van de commissie verschuldigd. Die bijdrage wordt de ondernemer separaat bij factuur in rekening gebracht.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
Bepaalt dat de ondernemer bij wijze van nakoming/herstel uiterlijk op 1 maart 2025, maar bij voorkeur eerder, volgens de met de consument gemaakte afspraak een nieuwe romp, met daarop deugdelijk gemonteerd het beslag en de extra’s die zich bij de ondernemer bevinden en eigendom zijn gebleven van de consument, dient af te leveren.
Verstaat dat de consument heeft voldaan aan diens verplichting om de eerst geleverde romp bij de ondernemer af te leveren/terug te leveren.
Verplicht de consument om de aan hem uitgeleende/vervangende boot te retourneren aan de ondernemer, bij of na bovengenoemde aflevering.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Waterrecreatie, bestaande uit de heer mr. M.L.J. Koopmans, voorzitter, de heer J. Zetzema , mevrouw mr. M.T. Buiting , leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. L. Kramer, secretaris, op 2 december 2024.