Commissie: Voertuigen
Categorie: Betaling
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
494520/574410
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument kocht in april 2023 een Toyota Supra met garantie en onderhoudsbeurt, maar ontdekte na aflevering dat de achterbanden en remmen versleten waren. Hij liet de banden in augustus vervangen na ruim 19.000 kilometer rijden en de remblokken in oktober 2024. De consument vond dat de ondernemer deze onderdelen vooraf had moeten vervangen en vroeg om vergoeding van de kosten. De ondernemer stelde dat de auto goed was afgeleverd en dat de slijtage normaal was voor een snelle auto. Een deskundige bevestigde dat de slijtage pas na aankoop was ontstaan en dat de vervanging terecht was, maar niet te wijten aan een gebrek bij aflevering. De Geschillencommissie oordeelde dat de slijtage normaal was en dat de ondernemer niet aansprakelijk is. Daarom werd de klacht van de consument afgewezen.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil gaat over de vraag of de kwaliteit van de banden en de remblokken van een afgeleverde auto gebrekkig was.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Consument heeft op 16 april 2023 voor een bedrag van € 56.394, — een auto bij de ondernemer gekocht. Het gaat om een Toyota Supra 3.0 Legend Premium. De prijs was inclusief twee jaar garantie en een onderhoudsbeurt, waarvan de waarde € 395,– was.
Na aflevering bleek dat de achterbanden en remmen vervangen dienden te worden. Dit had de ondernemer bij het onderhoud moeten doen.
Consument is hiervoor op 8 juli 2023 bij de ondernemer langs geweest maar daar kreeg consument te horen dat het geen gevaarlijke situatie was en dat ondernemer niks voor consument kon betekenen. Bij aflevering had consument wel gezien dat het profiel van de voorbanden wat slijtage vertoonde maar de droogtescheurtjes waren consument niet opgevallen. De banden heeft consument in augustus 2023 laten vervangen, consument had toen zelf ruim 19.000 kilometer met de auto gereden. Het vervangen van de oude achterbanden heeft € 1.272,71 gekost. Een jaar later heeft consument deze opnieuw laten vervangen.
In september 2023 kwam er een nieuwe melding op het dashboard dat over 1900 kilometer remblokken achter moesten worden vervangen. Dit was minder urgent, de remblokken heeft consument namelijk pas in oktober 2024 laten vervangen.
Consument wenst vergoeding van de gemaakte kosten voor nieuwe banden en remmen.
Over het deskundigenbericht merkt consument op dat het niet gaat om de slijtage van de banden. De hoofdklacht betreft de droogte scheuren in de zijkant van de band. De ondernemer had deze voor aflevering moeten vervangen.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De slijtage banden/ remmen is besproken met de consument. Naar de mening van ondernemer is deze auto correct afgeleverd, er waren bij aflevering inderdaad wat lichte droogtescheurtjes in de randen van de banden maar absoluut niets ernstigs. De banden waren toen vier jaar oud. Bij Michelinbanden komt deze vorm van scheurvorming vaker voor. De remmen waren bij aflevering al helemaal niet aan slijtage onderhevig.
In september 2023 stond de consument erop dat ondernemer via de mail contact zou hebben omtrent slijtage banden/ remmen. Hierop heeft ondernemer een mail gestuurd naar de consument en hem uitgenodigd dit nogmaals samen te bekijken en te bespreken en aan de hand daarvan een beslissing te nemen hoe dit voor de consument passend zou kunnen worden opgelost.
De consument heeft geen gehoor gegeven op de uitnodiging van de ondernemer en heeft Univé rechtsbijstand ingeschakeld. Naar de mening van de ondernemer moet de leverende partij altijd in de gelegenheid worden gesteld om een eventueel gemaakt fout te kunnen herstellen en is het niet gebruikelijk om naderhand een factuur van een derde partij te ontvangen, zeker niet omdat er een uitnodiging van de kant van ondernemer is geweest om te kijken naar eventuele problemen.
Het deskundigenbericht
Op verzoek van de Geschillencommissie heeft de heer T.D.V. Sloot van de firma Dekra op 8 januari 2025 een deskundigenbericht uitgebracht. Hierin concludeert hij het navolgende:
“De door de consument getoonde banden vertonen een dermate hoge slijtage dat het niet meer veilig zou zijn geweest om te rijden met deze banden. Er is sprake van een terechte vervanging in augustus 2023.”
De deskundige schat de kosten van vervanging van de banden, inclusief het uitlijnen, op een bedrag van
€ 1.271,71 inclusief BTW
De deskundige is van mening, dat de op dat moment aanwezige slijtage van de banden, niet aanwezig was op het moment van aanschaf van het voertuig. De door de deskundige geconstateerde slijtage is ontstaan ten tijde van het gebruik van het voertuig na aanschaf.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Vast staat dat de consument in april 2023 een gebruikt voertuig van de ondernemer heeft gekocht. De consument geeft aan destijds te hebben vastgesteld dat het profiel van de achterbanden enige slijtage vertoonde maar scheurvorming is hem toen niet opgevallen.
Tevens staat vast dat de consument na aankoop gedurende ruim 19.000 kilometer van deze achterbanden gebruik heeft gemaakt voordat hij deze liet vervangen. Voor de remblokken gaat het om een periode van ongeveer 1,5 jaar voordat deze vervangen werden.
Beide vervangingen zijn het gevolg van normale slijtage waarmee de eigenaar van een personenauto rekening moet houden. Dit geldt zeker voor een ‘snelle’ auto als deze waarvan de deskundige heeft aangegeven dat het hoge vermogen en de hoge koppel tot een verhoogde slijtage van met name banden en remmen leidt. Deze conclusie wordt versterkt door de bevindingen van de deskundige die aangeeft dat de “geconstateerde slijtage is ontstaan ten tijde van het gebruik van het voertuig na aanschaf”. En dat “als gevolg hiervan niet (kan) worden aangenomen dat het voertuig bij aflevering gebrekkig was.”
De commissie is derhalve van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. W.F.R. Rinzema, voorzitter, de heer C.J. Bosboom, de heer mr. M. Nieuwenhuijs, leden, op 25 februari 2025.